Home

Ik laat het woord ‘vrouw’ niet als politiek wapen uit mijn handen slaan

Het voelt beter om ‘vrouw’ genoemd te worden dan ‘dame’, ondervond journalist Angela Wals. Een dame is niet helemaal echt: ze poept, boert en menstrueert niet. Maar wat betekent ‘vrouw’ precies, zeker nu politici als Trump het woord kapen en platslaan tot louter biologische functies?

is journalist van de Volkskrant en schrijft over cultuur en maatschappij.

​​In de context van alle alledaagsheid – een schoolplein tijdens spitstijd – viel het me meteen op. ‘Hé vrouw!’, zei de vrouw die ik een beetje had leren kennen op datzelfde schoolplein. Ik glimlachte en zwaaide. ‘Vrouw’, herhaalde ik zacht en kauwde even op het woord. Zo was ik geloof ik nog nooit aangesproken. En het raakte me. Ik wist niet meteen waarom.

Meisje als aanspreekvorm heb ik wel goed leren kennen, ook als volwassen vrouw (zoals die keer toen een oudere, mannelijke collega het niet met me eens was). Meid hoor ik vaak mijn vrienden bezigen. Maar vrouw, dat komt toch vooral voorbij in de bureaucratie, als hokje op papierwerk dat aangekruist kan worden bij de gemeenteambtenaar of een medisch specialist.

De volgende keren zei ze het weer: ‘Hé vrouw.’ En elke keer voelde ik een shotje trots.

Misschien wel omdat het een zeer welkom alternatief is voor dame, een woord dat in de officieel klasseloze maatschappij een fossiel in het woordenboek zou moeten zijn, maar evengoed regelmatig opduikt in de spreektaal. ‘Och, ik heb zo’n leuke dame ontmoet.’ ‘Vraag het anders aan de dames van communicatie, zij weten het wel.’ ‘Ik ben met een enige dame aan het daten.’ Draai het om – met heer – en je ziet hoe potsierlijk het is.

Correct gedrag

De betiteling ‘dame’ lijkt op hoffelijkheid en dicht de vrouw een zeker niveau toe, maar in het woord zit besloten dat een vrouw deze status eerst moet vergaren met correct gedrag.

Mijn ergernis is uniek noch nieuw. ‘We zitten temidden in een grote begripsverwarring’, pent een lezer van De Tijd/Maasbode in 1961 neer, ‘omdat menigeen het normale ‘vrouw’ niet goed genoeg acht en meent ten pleziere van de bedoelden over dames te moeten spreken. Te pas en te onpas.’

Damesbladen, nieuws over dames die de trams in Amsterdam zullen gaan besturen, de damesafdeling in een ziekenhuis: deze briefschrijver – getekend ‘A. Blg.’ – kan ‘het gesol met dames en vrouwen’ in het spraakverkeer niet uitstaan. Zeg toch gewoon vrouw. Want een dame, is de conclusie, staat buiten de realiteit, is niet helemaal echt.

En dat klopt ook. Een dame poept, menstrueert en boert niet, heeft geen orgasmes en seksuele fantasieën. Ze heeft überhaupt geen lichaamsfuncties. Dame is een sluier die wordt getrokken over vrouwelijke lichamelijkheid. Of zoals de 19de-eeuwse schrijver Honoré de Balzac de opgedirkte salonleeuwinnen in Parijs beschreef: ‘Eet zij? Dat is een geheim. Heeft zij behoeften als ieder ander? Dat is een probleem.’

Saamhorigheid

‘Hé vrouw’, riep ik op een dag terug. ‘Waarom spreek jij vrouwen aan met vrouw?’ Dit is een bewuste daad, zei de verloskundige en ouder van vier kinderen. Ze had het een andere verloskundige een keer horen zeggen tegen een barende en vond dat zo fijn en krachtig klinken, dat ze besloot voortaan vrouwen ‘vrouw’ te noemen, als uiting van respect. ‘En er zit ook samenhorigheid in: van vrouw tot vrouw.’

Het is inderdaad alsof met ‘vrouw’ mijn hele wezen wordt aangesproken, met huid en haar, het totaalpakket met lichaam en haar hele geschiedenis. Vrouw, goed woord eigenlijk.

Terwijl ik in een semantisch hoekje een goede feminist poog te zijn, volg ik het nieuws. Het gepapegaai over wokeoorlog, diversiteitswaanzin en gendergekte in de slipstream van (radicaal-)rechtse omwentelingen begint oorverdovend te worden.

Met politieke gevolgen. Trump heeft aangekondigd dat het Witte Huis voortaan nog maar twee seksen erkent die onveranderlijk zijn: man en vrouw. Een man wordt onder de nieuwe richtlijn gedefinieerd als ‘een persoon van het geslacht gekarakteriseerd door een voortplantingssysteem met de biologische functie van het produceren van sperma’. Een vrouw is ‘een persoon van het geslacht gekarakteriseerd door een voortplantingssysteem met de biologische functie van het produceren van eieren.’

‘Natuurlijke bestemming’

Met dat decreet worden in een klap alle transgenders en interseksen van de kaart geveegd. Een uitspraak die de emancipatie van een grote groep mensen tientallen jaren terug in de tijd katapulteert. Dit zogenaamd om vrouwen te ‘beschermen’ tegen gevaarlijke transgenders in sportkleedkamers en op de wc. Met als subtekst: geen ruimte voor uitzonderingen meer, allemaal terug in je hok, ook al pas je er niet in.

Tegelijkertijd laat het mij in verwarring achter. Want verwijs ik met mijn ‘lichaam, vrouw, feminist’ niet net zo goed naar een afgebakende groep die wordt gekenmerkt door de sekse van een vrouw? Als Trump en ik ‘de vrouw’ allebei als eenheid zien, waarin verschil ik dan precies met Trump?

‘Je zou kunnen zeggen dat Trump iets pakt dat door feministische vingers door is geglipt’, zegt Geertje Mak, hoogleraar gendergeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het lichaam is lang behoorlijk afwezig geweest in het emancipatiedenken. Dat komt door een diep wantrouwen tegen alles wat de vrouw zou herleiden tot een soort biologische essentie met een natuurlijke bestemming: de heteroseksuele, zorgende moeder die thuiszat.’

Vrouwen hebben veel last gehad van het idee van die ‘natuurlijke vrouw’. Om zich daartegen af te zetten omhelsden feministen het begrip gender, legt Mak uit. Daarmee kon je je activisme richten op cultuur en maatschappelijke systemen. ‘Maar daarin werd het lichaam niet goed meegenomen. De angst was: zodra we ons met het lichaam bezig gaan houden, zitten we op de grens van dat biologisch essentialisme.’

Kiesrecht

Altijd wanneer vrouwen ook maar een centimeter bewogen richting gelijkheid, werden ze inderdaad met de natuur om de oren geslagen. Dat gebeurde al na de invoering van het vrouwenkiesrecht. ‘De vrouw moet vrouw blijven’ kopt de Volkskrant in 1928. Wat was het geval: in Parijs was er een verbond gesticht ‘ter bestrijding van de toenemende fysieke en morele vermannelijking van de vrouw’.

Een van de initiatiefnemers was de Franse dichter Paul Valéry, lid van de prestigieuze Academie Française. Gevraagd naar de noodzaak voor zo’n verbond, reageerde hij dat hij niet onverschillig is ‘voor de behoefte van het moderne leven’, maar ‘de wereldwinnende neiging der vrouwen om de mannen na te apen betreurt’. ‘Het doel der vrouw’, aldus de dichter, ‘moet zijn ten volle deel te nemen aan het sociale en politieke leven, zonder haar vrouwelijk karakter te verliezen of het natuurlijke ritme van haar aard prijs te geven.’

Daar hebben we ’m: het natuurlijke ritme van haar aard.

De vrouw was ‘de sekseloze karikatuur van de man’ geworden die tot de dichters ontsteltenis ‘zelfs alom steun verkrijgt’. Valéry riep vrouwen op deel te nemen aan ‘een kruistocht ter bevrijding van de vrouw van een soort mannelijkheid die haar vrouwzijn compromitteert.’ Tal van ‘vooraanstaande Franschen’ waren tot het verbond toegetreden.

Backlash

Tot nu toe volgt er na elke feministische golf wel een tegenreactie. ‘Als een schijnbaar onvermijdelijke vroege vorst voor de kortstondige bloei van het feminisme in de cultuur’, schreef journalist Susan Faludi in 1991 in haar boek Backlash, die door de geschiedenis heen een patroon van mannelijke wraak waarnam zodra er sociale, politieke en economische vooruitgang voor vrouwen was geboekt.

Vandaag de dag wordt de backlash – of ‘gender fatigue’ – bijvoorbeeld zichtbaar als een steenrijke techbro stelt dat de bedrijfscultuur ‘zijn mannelijke energie’ moet herontdekken. De steeds verder uitdijende manosphere, waarin vechtsporten en gewichtheffen hand in hand gaan met vrouwvijandige uitspraken als ‘jouw lichaam, mijn keuze’, is zijn subcultuurstatus ontstegen. Abortusrechten staan sowieso onder druk. En wee je gebeente als je nog over seksueel overschrijdend gedrag en sociale veiligheid durft te beginnen.

Wat alle backslashes gemeen hebben, is dat er naar een soort natuurlijke orde wordt verwezen die behoort te worden hersteld. ‘Deze regering brengt gezond verstand terug en herstelt de biologische waarheid in de federale overheid’, zei Robert F. Kennedy jr. over het nieuwe genderbeleid van het Witte Huis nadat hij was aangesteld als nieuwe Minister van Volksgezondheid.

Natuurlijke orde

‘Dit is een supergevaarlijk soort darwinistisch denken dat je ook in ras ziet’, zegt Mak. ‘De witte man staat daarin steevast bovenaan. Een antwoord kan zijn – en is het vaak geweest in het feminisme: we gaan niet van natuur uit, maar van constructies. Zelf zou ik zeggen: nee, we gaan nog veel beter naar die natuur kijken. Want die natuur zelf biedt helemaal geen orde.’

Het terugbrengen van vrouwen tot één enkel biologische essentie, zoals de Amerikaanse overheid nu doet met die eicellen en zaadcellen, vindt historicus Geertje Mak ook ergens wel amusant. ‘Je komt heel snel in de problemen. Er zijn op de eerste plaats nogal wat uitzonderingen, zelfs als je binnen de hetero- en gendernormatieve grenzen blijft: tot de puberteit en na menopauze geldt het al niet meer, talloze mannen en vrouwen kunnen geen zaad- of eicellen produceren, of zijn niet vruchtbaar. Je zou ze misschien nog onvolgroeid, ziek, afwijkend of verouderd kunnen noemen, maar ze zouden nog steeds als vrouwen en mannen worden gezien.

‘Daarbij zit er aan een ei- of zaadcelproducerend orgaan een heel mens vast. Een vrouw en een man is altijd veel meer dan alleen deze functie. Je kunt man of vrouw zijn er niet toe reduceren. Ei- en zaadcelproducerende mensen zijn onderling héél verschillend.’

Kort gezegd: er bestaat niet zoiets als hét lichaam. En dé natuur.

Geen consensus

Spinozaprijs winnares Annemarie Mol boog zich in 1985 in een beroemd essay over de vraag ‘Wie weet wat een vrouw is?’ Daarin laat ze zien dat er binnen de wetenschap daarover in elk geval geen consensus is. Verschillende takken van wetenschap als genetica, anatomie en psychoanalyse beweren wel allemaal te weten wat een vrouw is, soms lenend van en bouwend op elkaar, soms elkaar tegensprekend en bestrijdend, en soms zelfs zonder elkaar op te merken.

Maar als je alle vakgebieden langsgaat, bieden ze allemaal verschillende perspectieven op wat een vrouw is. Deze perspectieven hoeven niet noodzakelijkerwijs met elkaar in overeenstemming te zijn.

In plaats van te zoeken naar en verstrikt te raken in één samenhangende definitie van ‘vrouw’ stelt Mol ‘opzettelijke onwetenheid’ voor, omdat je daarmee kunt onderzoeken hoe de vrouw wordt geconstrueerd en betwist binnen verschillende wetenschappelijke en sociale contexten. Daarmee kun je de wetenschap ook feministischer maken, zonder een aparte feministische tak op te richten.

Ik ben maar een autodidact als het om feminisme gaat, tijdens mijn opvoeding heb ik er bij elkaar opgeteld niets van meegekregen. Geen moeder die De tweede sekse van Simone de Beauvoir in de kast had staan. Nul tantes die iets anders waagden uit te proberen dan het kerngezin. Niemand in mijn omgeving die er – volgens de geldende normen – onverschrokken onvrouwelijk uit durfde te zien, laat staan zich zo te gedragen.

Onrecht

Maar mijn witte, heteronormatieve en genderbevestigende jeugd met lakschoentjes en avg’tjes om stipt 18 uur heeft mij niet belet af en toe – misschien wel regelmatig – groot onrecht te voelen. Ik kon het theoretisch niet inkaderen, wel aan den lijve ondervinden. Een deel van wat ik altijd dacht dat een vrouw was, is met seksisme in mijn lichaam gestanst.

Maar vrouwen zijn geen eenheid. Er zijn klassenverschillen, inkomensverschillen, verschillen tussen wit en zwart, tussen de westerse wereld en de rest. De categorie ‘vrouw’ is door de geschiedenis heen altijd veranderd. Maar een vrouw platslaan tot een eicel is niet hetzelfde als het idee dat vrouwen als sekse gezamenlijk belangen hebben. En lichamelijke verbondenheid voelen bij het woord ‘vrouw’ gaat prima zonder langs de afgrond van het biologisch determinisme te scheren.

Ik kom hierop uit: ja, lichamen en lichamelijke verschillen doen ertoe. Nee, lichamen of delen van lichamen vormen niet de essentie van wie iemand is. ‘Vrouw’ zal daarom als analytisch begrip hier en daar blijven wringen. Maar als politiek wapen laat ik het niet uit mijn handen slaan, en zeker niet door Trump en zijn misogyne kornuiten.

Noem me vrouw

Mak, die ‘in geen enkel hokje goed past’, houdt van het woord vrouw. ‘Vrouw had voor mij altijd een beetje een ondergeschikte en denigrerende klank, totdat de feministen in de jaren tachtig echt voor dat woord gingen staan: ‘Wij vrouwen!’ En die vrouw, die mocht van alles zijn.’

Op internationale vrouwendag op 8 maart zullen duizenden mensen de straat op gaan voor vrouwenrechten die direct verbonden zijn aan het lichaam: abortusrechten, femicide, (seksueel) misbruik, de gender gap in de geneeskunde, menstruatieleed. Daarom graag geen eufemistische alternatieven meer: noem me een vrouw.

‘Hé vrouw’, zeg ik nu als ik een bekende zie. Ik zie dan geschrokken gezichten, verbaasde, verrukte en vrolijke. En iemand die reageerde met: ‘Hell yeah girl’!

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next