Home

Verzamelaarsechtpaar maakt Stedelijk Museum Alkmaar in één klap toonaangevend

In dertig jaar verzamelde het echtpaar George en Ilone Kremer schilderijen van onder meer Rembrandt, Frans Hals en Albert Cuyp. Dankzij ‘de ogen van George’ wisten ze topstukken te ontdekken. In Stedelijk Museum Alkmaar is – straks mogelijk permanent – een deel van de collectie te zien.

‘Als ik eenmaal begin met praten, dan houd ik niet meer op’, heeft George Kremer gewaarschuwd. Als hij samen met zijn vrouw Ilone Kremer voor een schilderij van Gerrit van Honthorst staat, Oude vrouw bestudeert een munt bij een kaars, zit hij net lekker in zijn verhaal. ‘In wezen is het een waarschuwing aan oudere mensen...’

Dan wordt hij zich bewust van het groepje mensen dat zich om hem heen heeft verzameld. Hij is op de tentoonstelling De Kremer Collectie: een gedeelde liefde in Stedelijk Museum Alkmaar. Het is een doordeweekse middag, dus er zijn veel gepensioneerde bezoekers. ‘Ja, we moeten ons allemaal aangesproken voelen’, lacht hij richting zijn toehoorders. ‘Met het komen der jaren moet je je niet bezighouden met materiële zaken, met geld, maar met de naderende dood.’

Kippenvel

Zelf gebruiken George en Ilone Kremer hun kapitaal, ooit verworven in de internationale (olie)handel, voor het opbouwen van hun collectie 17de-eeuwse Nederlandse en Vlaamse meesters. Inmiddels hebben ze al tegen de honderd kunstwerken verzameld. Die hangen niet in hun woning op de Bahama’s, maar in een opslag, en worden wanneer mogelijk uitgeleend aan musea. Nu zijn er 46 in Alkmaar te zien. ‘Als ik hier binnenkom en onze schilderijen zie hangen, dan word ik daar emotioneel van’, zegt Ilone Kremer. Ze wijst naar haar arm: ‘Ik krijg nu kippenvel.’

Mogelijk komt in de toekomst de hele Kremer Collectie in Stedelijk Museum Alkmaar te hangen. Deze week maakten de verzamelaars en het museum hun plan voor een langdurige bruikleen bekend. De werken zouden dan een plek krijgen in de beoogde uitbreiding van het museum, dat daarmee in één klap een van de belangrijkste Nederlandse musea voor 17de-eeuwse kunst zou worden.

Slapeloze nacht

Het verzamelen begon ooit met een schilderij van Govert Flinck. George kocht het werk in een opwelling, maar toen hij het vol trots aan Ilone liet zien, vond zij het niet mooi. Hij had een slapeloze nacht en heeft sindsdien geen aankoopbeslissingen meer zonder haar genomen. Niet veel later, het was toen 1995, kwam er een handelaar bij hen langs om kunstwerken te laten zien, waaronder Tronie van een oude man met tulband. Het zou gemaakt zijn door Jacques des Rousseaux, een relatief onbekende leerling van Rembrandt. ‘Ik was er meteen verliefd op’, zegt Kremer, ‘net als Ilone.’

Alleen: het kunstwerk was niet te koop, want het moest nog verder worden onderzocht. ‘Maar George de zakenman dacht: als het niet te koop zou zijn, dan had die handelaar het niet meegenomen’, zegt Ilone Kremer. Dus toen de zakenman een etsplaat van Rembrandt aangeboden kreeg, wilde hij die alleen als hij óók het schilderij van de leerling mocht kopen. En zo geschiedde. Twee jaar later bevestigde het Rembrandt Research Project na onderzoek dat niet zijn leerling, maar Rembrandt zélf het paneel had beschilderd.

Huppeltjesgedrag

Al snel na hun eerste aankoop kwam het echtpaar in contact met kunsthandelaar Rob Noortman, ‘dé man op oudemeestergebied’, hadden ze gehoord. Hij bracht ze in aanraking met de schilderijen van de Utrechtse caravaggisten. Die vonden ze zo mooi, vooral door de heldere kleuren en grote figuren, dat ze er in de loop der jaren meer dan tien van hebben gekocht; onder meer de eerdergenoemde Van Honthorst. Toen George Kremer er in 2006 achter kwam dat dat werk te koop was bij een kunsthandelaar in Londen, belde hij hem op en zei: ‘Draai het om en laat het aan niemand anders meer zien.’

Al vier jaar eerder had Kremer het kunstwerk gespot op een tentoonstelling. Toen kon hij het niet kopen, dus nu moest hij het hebben. Hij liet het schilderij van Londen naar Amsterdam brengen, naar het huis van Simon Levie, oud-directeur van het Rijksmuseum. Samen bekeken ze het werk met een blauwe lamp in een donkere badkamer, om het te controleren op retouches. Alles bleek in orde en Kremer kon het kopen. Hoe hij zich voelt na zo’n aankoop? ‘Dan vertoon je wel even huppeltjesgedrag.’

Rare hand

Na hun eerste ontmoeting werd Rob Noortman een leermeester van George en Ilone Kremer. Samen gingen ze ‘oogjes wassen’: als er ergens een schilderij te koop was, nam Noortman het echtpaar mee naar musea om kunstwerken van diezelfde meester of met hetzelfde onderwerp te bekijken. ‘Dan zei hij: kijk goed naar hoe die hand is geschilderd. Onthoud je het? Dan gaan we nu terug naar het veilinghuis’, zegt Ilone Kremer. ‘En dan zagen we bijvoorbeeld dat die hand er toch een beetje raar uitzag.’

Na jaren kunst kijken waren het ‘George zijn ogen’, aldus Ilone, die ervoor zorgden dat ze in 2010 Rivierlandschap met zeven koeien kochten. Dat schilderij was altijd toegeschreven aan Albert Cuyp, maar toen niet meer: een Cuyp-kenner had er zijn twijfels over geuit. ‘Hij dacht wel dat het in Cuyps atelier moest zijn geschilderd, maar dan misschien door een onbekende leerling’, zegt George. ‘Maar het is zo’n mooi schilderij; wie anders dan Cuyp had het kunnen maken?’ De Kremers kochten het kunstwerk, dat na drie jaar onderzoek toch weer aan de meester werd toegeschreven.

Terwijl het echtpaar voor de Cuyp staat, gaat er achter hen een meisje op de grond zitten. Ze zet een koptelefoon op haar hoofd. Daarin hoort ze de stem van Eliana, de 9-jarige kleindochter van de Kremers, die vertelt wat ze mooi vindt aan het schilderij: het gras, de wolken, de boten. ‘Als wij er niet meer zijn, blijft onze collectie bestaan’, zegt Ilone Kremer. ‘Dan neemt onze zoon haar over. En daarna hopelijk onze kleinkinderen.’

De Kremer Collectie. Een gedeelde liefde is t/m 1/6 te zien in Stedelijk Museum Alkmaar.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next