De kabelbaan van Manhattan naar Roosevelt Island was zaterdag vroeg maar voor de helft gevuld. In het midden van de gondel bevond zich een gemuilkorfde hond, zijn baasje droeg een strakke, korte broek; voor sommige mensen is het altijd zomer.
Ik had niets op Roosevelt Island te zoeken, maar ik had mijn zoon de kabelbaan beloofd, en waar heb je wel wat te zoeken?
Vanaf Roosevelt Island ging het per boot verder naar de 96ste straat op Manhattan. Openbaar vervoer, veel meer heeft een mens niet nodig. In noodgevallen kun je er ook in wonen. Lang geleden was ik in de trein van Washington naar New Orleans een man tegengekomen die beweerde de trein niet meer uit te komen, hij had een abonnement. Hij leek niet ongelukkiger dan mensen met een huis.
In de middag Central Park. De peuter is net een hond, hij breekt het ijs, ook als men dat zelf helemaal niet wil.
In een Amsterdamse tram had de jongen een keer een wildvreemde vrouw uitgenodigd voor het eten en als ik niet had ingegrepen had ze die uitnodiging aangenomen. Jezus zei: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo?’ Misschien betekende dat ook wel dat je wildvreemde mensen uit de tram mee naar huis moest nemen voor het eten. Maar er zijn altijd praktische bezwaren waardoor het met de goedheid niet wil lukken. Ik zal proberen dit jaar wat vaker mensen uit de tram mee naar huis te nemen.
Bij een vijver zat een heer, toch zeker 70, met een bord op zijn schoot waarop hij in viltstift had geschreven dat Trump Oekraïne had verraden en daaronder nog een korte tekst met toelichting.
Men negeerde hem beleefd. Het was lente, verraad kon de mensen even niets schelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns