Home

Koerdische Nederlanders: ‘Ik hang de vlag pas uit als de Koerdische gevangenen vrijkomen’

Na veertig jaar gewapende strijd gloort er voor Koerdische Turken hoop op vrede. Afgelopen week riep leider Abdullah Öcalan zijn PKK op de wapens neer te leggen. Twee zoons van Koerdische politieke vluchtelingen, beiden actief in de Nederlandse politiek, voelen tegelijkertijd vreugde en zorg.

is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

Als kind van Koerdische activisten maakten Latif Tali (47) en Murat Memis (36) de Turkse onderdrukking van dichtbij mee. Hun vaders kregen politiek asiel in Nederland. Inmiddels hebben zij de strijd voor de erkenning van Koerdische rechten voortgezet. Waar Tali moeilijk kan geloven in vrede, is Memis uitgesproken optimistisch. ‘Ik kijk ernaar uit dat mijn kinderen in vrede en vrijheid kunnen leven.’

Bij Tali ging de vlag afgelopen week nog niet uit, hoewel velen de aankondiging van Öcalan zien als historisch. ‘Dat het geweld gaat stoppen, dat dingen een beetje gaan normaliseren, dat is wel een opluchting’, vertelt Tali. Maar veel vertrouwen in de Turkse regering heeft hij niet. ‘De vorige keer hadden we ook goede hoop, maar daarna ging het helemaal verkeerd’.

Hij doelt op 2013 toen Ankara ook een akkoord sloot met de PKK. Tali kon veilig naar zijn familie in Turkije reizen, en hij dacht dat het conflict voorgoed voorbij zou zijn. Maar toen in 2015 het bestand werd verbroken, keerden het geweld en de repressie terug. Het Turkse leger viel Koerdische steden binnen, en de PKK begon opnieuw aanslagen te plegen. Afgelopen najaar stierven nog vijf mensen toen twee mensen van de PKK de aanval openden op een Turks defensiebedrijf.

‘Continu geïntimideerd’

Latif Tali, actief als wijkraadslid voor de PvdA in Rotterdam, groeide op in een klein Koerdisch dorp. ‘Ik heb alles meegemaakt: alle ellende en onderdrukking, de martelingen.’ Alle dorpen in de regio stonden onder controle van het Turkse leger, dat het speciaal had voorzien op mensen zoals zijn vader, die acties organiseerde en meedeed aan demonstraties. Regelmatig verdwenen er mensen. In 1995 kreeg zijn vader asiel in Nederland.

Ook de eerste jaren van Murat Memis’ leven, nu fractievoorzitter van de SP in Eindhoven, stonden in het teken van geweld. ‘Ik was 6, 7 jaar oud. Ik herinner me nog hoe ons hele dorp in brand stond en we ’s nachts moesten vluchten.’ Af en toe vielen militairen binnen op zoek naar zijn vader. ‘Wij werden achtervolgd. Wij werden continu geïntimideerd, onder druk gezet.’ Sinds 1999 woont hij met zijn familie in Nederland.

In 2019 reisde Memis met zijn gezin voor een week vakantie naar Turkije. Een grote vergissing, zo bleek. Memis werd opgepakt vanwege vermeende banden met de PKK en moest twee maanden in Turkije blijven. Het heeft zijn geloof in de goede afloop niet doen afnemen. ‘Met geweld en wapens kom je nergens. Bij iedereen is er de hoop: er komt een dag dat wij een politieke oplossing gaan vinden.’

Te vroeg voor uitbundigheid

En hoewel hij in de Turkse regering weinig vertrouwen heeft, denkt hij toch dat er nu vrede zal komen. ‘Ik denk dat Turkije vanwege de grote rol die Koerden spelen in Syrië, en de steun die ze daarvoor internationaal krijgen, nu wel gedwongen wordt om met de Koerden samen te werken.’

Ondanks zijn optimisme, is het volgens Memis te vroeg voor uitbundigheid. ‘Dat is voor mij het moment wanneer de Koerdische gevangenen vrijkomen. Wanneer de mensen die de Koerdische strijd hebben gevoerd terug kunnen gaan naar Turkije. Als er erkenning is voor de Koerdische taal en cultuur’, aldus Memis. ‘Als ik dat zie, dan kan ik de vlag uithangen.’

In het hoofd van Talis is geen ruimte voor de gedachte dat de strijd ooit over gaat zijn. ‘Ik wil het geloven. Ik wil mezelf ervan overtuigen dat het kan.’ Maar hij houdt er rekening mee dat de Turkse regering ‘een of ander spelletje speelt’. Hij wijst erop dat Turkije er sinds 2015 niet democratischer op is geworden. ‘Ze wachten af, rekken tijd en slaan dan weer toe. Eerst zien, dan geloven.’

Huis in geboortedorp

Mocht er een vredesakkoord komen, dan is de 67-jarige vader van Memis de eerste die terugkeert. ‘Ik heb hem zaterdagavond nog gesproken. Hij is wat voorzichtiger, heeft er niet zoveel vertrouwen in dat Turkije klaar is om een echt democratisch land te worden. Maar hij hoopt het wel, zodat hij na dertig jaar weer terug kan naar zijn dorp en zijn familie. Dat is altijd zijn insteek geweest.’ De afgelopen jaren heeft hij vanuit Nederland een huis laten opknappen in zijn geboortedorp, voor als de vrede aanbreekt. ‘Dan vertrekt hij vandaag nog.’

Veertig jaar bloedvergieten heeft niet geleid tot een onafhankelijke Koerdische staat. Hun vaders hebben persoonlijk een hoge prijs betaald. Is dat het allemaal waard geweest? Dat vinden de mannen lastig te beantwoorden. ‘In de jaren tachtig sprak bijna niemand Koerdisch in het openbaar, was het verboden om Koerdische muziek te luisteren of je kind een Koerdische naam geven. Dus we zijn van ver gekomen’, aldus Memis. ‘De strijd heeft ervoor gezorgd dat de Koerden niet ten einde zijn gekomen.’ ‘De Koerden hebben een stem gekregen’, benadrukt Tali.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next