Na de val van de Berlijnse Muur, zagen we vorige week, streken landen in Europa met een blij gezicht het vredesdividend op. Maar sinds Rusland Oekraïne aanvalt (wat begon met de Krim), stijgen de defensieuitgaven weer. En nu de Verenigde Staten zich een onbetrouwbare (Navo-)partner tonen, zullen Europese landen de komende decennia nóg wat dieper in de buidel moeten gaan tasten.
Ik vroeg me af: maar wat zijn defensieuitgaven eigenlijk? Naast een makkelijk antwoord, geef ik twee wat diepere.
Makkelijk? Nou ja, het is gewoon een organisatie natuurlijk, met deels eigen woorden voor gewone organisatiedingen. Dus de uitgaven op de defensiebegroting bestaan uit personeelskosten (soldij), ict-kosten, huisvestingskosten (kazernes), (afschrijvingen op investeringen in) kapitaalgoederen, zoals straaljagers en fregatten, en verbruiksgoederen als kogels, mijnen en raketten. Wat je bij andere organisaties niet zo openlijk aantreft, is de uitgavenpost ‘geheim’.
Maar wat produceert defensie (nou eigenlijk) voor de 21,5 miljard euro die dit alles dit jaar kost? Het korte antwoord: een echt collectief goed, te weten (externe) veiligheid.
Veel van wat we in het dagelijks gebruik publieke of collectieve goederen noemen, zijn dat helemaal niet. Onderwijs en zorg bijvoorbeeld zijn naar hun aard private goederen. Ze zijn ‘uitsluitbaar’ (ik kan de ene mens onderwijs geven of behandelen, en de andere uitsluiten) én ‘rivaliserend’ (de kosten stijgen als ik extra mensen les ga geven of extra patiënten ga behandelen). Deze private goederen hebben we in landen als Nederland gecollectiviseerd, collectief gemaakt. Maar ze waren het niet.
Defensie is dus echt iets anders. Wat defensie produceert is niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend. Defensie beschermt de landsgrenzen, en iedereen die hierbinnen woont wordt beschermd, óók antimilitaristen en autonomen. En als er binnen die landgrenzen een paar extra personen beschermd moeten worden, zeg een paar asielzoekers, dan geeft het niet, want het kost niets extra.
Gegeven dit karakter is goed te begrijpen dat overheidsuitgaven eeuwenlang vooral bestonden uit defensieuitgaven (en de diensten van een leraar en een dokter waren voorbehouden aan wie het kon en wilde betalen). En het is evenzeer goed te begrijpen dat er in Europa vlak na de Tweede Wereldoorlog een plan werd gesmeed voor een Europese Defensiegemeenschap, waarover Diederik Samsom deze week in de Volkskrant schreef.
En welk karakter heeft dan dit collectieve goed ‘externe veiligheid’? Het heeft veel weg van een verzekering, dacht ik deze week. Oorlog is een gebeurtenis met kleine kans en grote impact, wat de definitie is van eventualiteiten die je wilt verzekeren. En net zoals de premie voor schadeverzekeringen stijgt als er meer schade is, stijgen de kosten van de ‘oorlogsverzekering’ als er meer dreiging is, als de kans op oorlog is gestegen. De VS hebben, aldus bekeken, via de Navo decennialang een deel van onze verzekeringspremie betaald.
Willen we dat de verzekering moet uitbetalen? Nee! Ook al betalen we decennialang premie voor de auto-, inboedel-, en levensverzekering, laat de verzekeraar het premiegeld maar houden. Liever geen auto-ongelukken, inbraken en vooral geen sterfgevallen. Zo is het met defensieuitgaven ook: je betaalt er met plezier belasting voor in de hoop dat het weggegooid geld blijkt te zijn.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant