Met zijn band New York Dolls speelde zanger David Johansen een belangrijke rol in de vroege punkscene in New York. Bands als de Ramones en Kiss keken de kunst van hem af. Vrijdag overleed de zanger op 75-jarige leeftijd.
is redacteur popmuziek van de Volkskrant.
Wereldhits of klassieke rockalbums schreef zanger David Johansen misschien niet op zijn naam, maar zijn betekenis voor de popmuziek was er niet minder om. Met zijn band New York Dolls zette Johansen iets in beweging dat pas jaren later een naam zou krijgen.
Hun uitgebeende, rammende rock was punk voordat er iets als punk bestond, en was in New York van grote invloed op bands als de Ramones. Niet alleen de afgemeten rock, maar ook de vrijgevochten verschijning van ‘the Dolls’ werd door stadsgenoten als de hardrockband Kiss geïmiteerd.
David Johansen groeide op als kind van ruimdenkende ouders in het New Yorkse stadsdeel Staten Island, en deed eind jaren zestig mee aan een talentenjacht: Battle of the bands. Zijn optreden was een ervaring die zijn leven zou veranderen, zo herinnerde hij zich later in een interview. ‘Ik deed mijn ogen dicht en begon te zingen. Toen ik klaar was, vroeg ik me af waarom iedereen applaudisseerde. Op dat moment besloot ik dat ik van optreden mijn levenswerk wilde maken.’
Johansen richtte een eigen band op: de Vagabond Missionaries. En in 1971 werd hij gevraagd toe te treden tot een nieuw bandje, dat volgens de leden voornamelijk in het leven was geroepen om meer succes te hebben bij de meiden in het New Yorkse uitgaanscircuit.
De New York Dolls waren bedacht door de gitarist Sylvain Sylvain en de drummer Billy Murcia, die samen een boetiek voor flitsende herenkleding runden tegenover een winkel waar beschadigde poppen werden gerepareerd: het New York Doll Hospital. De band paste naadloos in de hippe subcultuur rond het Manhattan Arts Center, een rebels kunstinstituut waar vooruitstrevend theater werd gemaakt en ook de popmuziek kon bloeien.
In de oefenruimtes werden vroege rock-’n-roll, garagerock en blues aan elkaar gesmeed; hard, basaal en zonder franje. Versiering was er vooral in de vorm van verschijning: de New York Dolls hesen zich in glitterpakken en vrouwenkleding en Johansen wandelde over het podium op enorme plateaulaarzen. De rauwe gitaarsound contrasteerde met de theatrale, vaudeville-achtige presentatie. De shows van de New York Dolls, aandachtig bekeken door grootheden als David Bowie en Lou Reed, waren een sensatie.
Dat was het gelijknamige debuutalbum ook. De platenlabels wilden aanvankelijk niets met de ‘vulgaire’ New York Dolls te maken hebben, maar de invloedrijke producer Todd Rundgren durfde het aan. Hij wist het rommelige maar opwindende live-geluid vast te leggen op plaat en het album New York Dolls uit 1973 werd een inspiratiebron voor de hardrock, de punk en de glamrock, net als de muziek van die andere Amerikaanse ‘protopunkers’: The Stooges van Iggy Pop.
Maar een commercieel succes werd het album niet, daarvoor waren liedjes als Personality Crisis misschien iets té tegendraads. De teksten, over losgeslagen en gefrustreerde jongeren die de wereld van hun ouders niet meer begrepen, waren net zo rafelig als het gitaargeluid: ‘You got it while it was hot/ But now frustration, heartache is what you’ve got.’
De band werd vooral bekend – en berucht – vanwege het indrukwekkende drugsgebruik van sommige leden. Dit weer tot ergernis van zanger Johansen. ‘De muziekjournalisten schreven destijds dat we ranzig waren en junkies, en dat was het wel zo’n beetje’, zei hij onlangs in een interview. De waardering kwam pas later, volgens Johansen. Overigens ook bij hemzelf, toen hij de oude albums van zijn band weer eens had opgezet. ‘Ik was verrast over hoe goed én muzikaal we eigenlijk klonken. En hoe geniaal de teksten waren. Al zeg ik het zelf.’
Na tegenvallende verkoopcijfers, ook voor het tweede album met de veelbetekenende titel Too Much Too Soon (1974), werd de band opgedoekt. Johansen begon een solocarrière, eerst onder zijn eigen naam maar daarna met het alter ego Buster Poindexter: een stripachtig rockabilly-personage met een knap geföhnd kapsel.
Als theatrale nachtclubzanger, nu gestoken in een strakke smoking, had Johansen enig muzikaal succes: zijn cover van het nummer Hot Hot Hot, een soort tropische salsa-cocktail, werd een mondiale hit. Het was een wat tragisch succes voor Johansen, die het nauwelijks serieus te nemen liedje uiteindelijk moest noteren als grootste hitsingle uit zijn loopbaan.
Zijn rol als Buster Poindexter bracht Johansen in de late jaren tachtig wel een andere carrière. Hij zong in de huisband van sketch-programma Saturday Night Live en werd gevraagd voor een paar filmrollen. Johansen speelde in de tv-reeks The Muppet Show, en vertolkte de rol van Ghost of Christmas Past in de film Scrooged uit 1988, naast hoofdrolspeler Bill Murray.
In de jaren nul speelde Johansen vooral zijn oude rol als cultheld en zanger van de New York Dolls. Hij trad herhaaldelijk op met gitarist Sylvain Sylvain en het oude Dolls-repertoire. Maar groot succes, laat staan financieel gewin, brachten de shows in het nostalgiecircuit hem niet.
Vorige maand vroegen zijn familieleden nog om financiële steun; Johansen leed aan kanker en hij kon de medische rekeningen niet meer betalen. Vrijdag overleed de zanger, acteur en mede-aanjager van de punk, op 75-jarige leeftijd.
3x David Johansen
- Volgens de filmmaker Martin Scorsese was New York Dolls een van de invloedrijkste bands uit New York. Twee jaar geleden maakte hij de documentaire Personality Crisis: One Night Only, over de muziek die volgens hem de energie en opwinding van New York voelbaar maakte.
- Johansen leek nogal op Mick Jagger, en werd tot vervelens toe met de Stones-zanger van de Rolling Stones vergeleken. Het zette geen kwaad bloed: in 1992 speelde Johansen samen met Jagger in de film Freejack.
- In zijn hart was Johansen vooral een bluesliefhebber. Op het compilatiealbum New York Tapes 72-73 is de inspiratie van grootheden als Bo Diddley te horen. In zijn band Harry Smiths, genoemd naar een Amerikaanse muziekhistoricus, speelde Johansen uitsluitend de blues.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant