Al het nieuws gaat over Amerika, zelfs als het niet over Amerika gaat. Abortusrechten, de Duitse verkiezingen, Gaza: waar ik ook kijk, kom ik via een omweg weer uit in Amerika, en ja, ook ik ga het weer over Amerika hebben. Donderdag kondigde Jeff Bezos aan dat ze bij de opinieredactie van zijn krant The Washington Post geen gemekker meer willen horen tegen ‘persoonlijke vrijheid’ en de ‘vrije markt’. Nu was al bekend dat Bezos die krant had gekocht als megafoon voor het trumpisme dat zo aardig is voor zijn alledingenwinkel Amazon, toch was het verrassend dat hij het niet gewoon stiekem deed.
Ik dacht aan Joop van den Ende, die vorige week in een paginagrote advertentie in de krant juist de andere kant op wees; hij verdedigde de publieke omroep als tegenwicht tegen trumpisten als Bezos, Zuckerberg en Musk, die hun (online)kanalen vol zetten met ‘complottheorieën en leugens’. De NPO tegen big tech, dat is een beetje alsof je de Puttense padvinders het slagveld in stuurt tegen de Navy Seals, maar vooruit: net als Joop heb ik in de strijd tegen fascisten nog hoop gevestigd op de journalistiek.
Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Toch denk ik dat de tegenstelling tussen sociale platforms vol ‘leugens’ en de journalistiek aan iets cruciaals voorbijgaat. Van de week stuitte ik op een verhelderend begrip van de Ierse politicoloog Henry Farrell: malformed publics. Volgens Farrell bestaat er iets gevaarlijkers dan complottheorieën, en dat is het verwrongen idee dat we via sociale media krijgen van grote groepen anderen en wat zíj zoal geloven.
Neem pizzagate: volgens deze complottheorie was Hillary Clinton de leider van een pedofielenclub onder een pizzatent in Washington. Die theorie ging viraal, iemand bestormde de pizzatent en er bleek algauw geen kelder te bestaan. De groep die het kelderverhaal woord voor woord geloofde is veel kleiner dan de groep die in algemenere zin denkt dat er ergens een ‘elite’ aan de knoppen zit, maar op sociale media is voor die nuance geen plek.
En dus krijgt een andere groep mensen het idee dat massa’s mensen in van de pot gerukte fabels geloven. Zo worden andermans denkbeelden misvormd en lijkt extremisme groter dan het is. Denk ook aan het idee dat radicaal-rechtse mensen hebben van ‘wokeness’ of feminisme.
Ook journalisten, die zoals iedereen de tijdgeest volgen via hun tijdlijn, weten vaak niet hoe groot een bepaalde beweging echt is, en wat de ander écht gelooft. Zo waren er vier jaar terug vermoedelijk maar weinig jonge mannen die écht hetzelfde vonden als Andrew Tate. Maar zijn gigantische onlinebereik gaf veel jonge mannen het idee dat horloges, crypto en de onderwerping van vrouwen thema’s waren waar ándere mannen zich mee bezighielden. Dus ontstond in het kielzog van Tate een leger aan lichtgewicht tateïanen. ‘Moeten wij hier niet iets mee?’, luidt dan de vraag ter redactie.
Het antwoord is nee, tot het ja is. Fast forward, en tada: de manosphere, ooit een marginaal verschijnsel, heeft zitting genomen in het Witte Huis. Tate zat vast in Roemenië, en is deze week teruggevlogen naar de VS, waar hij naar ik aanneem is ontvangen door een afvaardiging van Maga-maagden. Ook in Europa, bleek deze week uit een rapport, is de tolerantie voor geweld tegen vrouwen onder jonge mannen trouwens enorm toegenomen.
Kijk nog eens met die bril naar de opkomst van de PVV, die met medewerking van argeloze en minder argeloze media strijdt tegen een karikatuur van ‘wokeness’. Denk aan de eindeloze brandjes die gesticht werden rondom de rechten van trans mensen. Ook bij de NPO, ook bij progressieve kranten.
Ja, ook ik zie de journalistiek graag als dappere David tegenover techfascist Goliath, maar als we willen snappen hoe de techfascisten ooit voeten aan de grond kregen, mogen wij van de media ook af en toe even iets anders bestuderen dan Amerika: onszelf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant