Home

Ik zag vanuit mijn ooghoek een schim langs mijn raam gaan, vijftien minuten later stond een agent voor mijn deur

Ik lag nog met een kater in mijn bed toen er op mijn deur werd geklopt. Voor mijn keukenraam stond M., een vriendin met een reservesleutel van de voordeur van de flat, rillend van de kou, in een veel te kort sportbroekje, omlijst door vliegende meeuwen en de skyline van Rotterdam. Ze had een yogales gegeven in de buurt en had besloten langs te komen, als verrassing. „Niet zo boos kijken jij!”, riep ze, stapte mijn studio in en droeg me op koffie te zetten. Terwijl ik dat deed zag ik vanuit mijn ooghoek een schim passeren over de galerij. Vijftien minuten later werd wederom op mijn deur geklopt, dit keer door een politieagent.

Hij vroeg of we iets wisten over een jong, bruinharig meisje in een felblauwe winterjas. M. knikte: dat meisje was net achter haar aan de ontvangsthal in gelopen. M. had getwijfeld of ze haar moest vragen of ze mee wilde in de lift, maar het meisje ontweek haar blik, en M. had geen zin om een praatje te maken, dus had ze vlug de liftdeur achter zich dichtgetrokken en op de knop naar de bovenste verdieping gedrukt.

Die lift is een ding, ook voor mij. Er zijn dagen waarop ik van de ene naar de andere kant van dit land reis, boodschappen doe, naar de sportschool ga, en toch met niemand spreek, tot ik de flat binnenstap en daar een van mijn honderdtachtig buren op de lift zie wachten. Het merendeel van die buren leeft in heel andere bubbels dan ik. Er is een jongen met een beugel die ’s nachts in een vleesfabriek werkt, een Turkse man die een groentekraam heeft op de markt, een oude vrouw met een hoofddoek die geen Nederlands spreekt, een trans meisje dat telemarketing doet, een gepensioneerde schooljuf die fan is van Geert Wilders. De lift is een van de weinige plekken waar ik mensen, die ik verder alleen ken uit statistieken, peilingen en boze Instagramberichten, in de ogen moet kijken en er niet aan ontkom om te zoeken naar iets wat mij met die mensen verbindt. We praten niet over politiek, juist niet. We praten over het weer, over de huurbazen, over hoe fijn het is om straks eindelijk thuis te komen en de gordijnen dicht te trekken. Het gaat nooit automatisch, het kost altijd een beetje moeite en ik heb er meestal geen zin in, al weet ik stiekem dat zo’n praatje in de lift mijn dag kan maken, juist op dagen waarop ik er het minste zin in heb. Sinds ik een smartphone heb met Spotify kies ik steeds vaker voor de trap.

Ik vroeg de agent of mijn vriendin de lift bijna had gedeeld met een op de vlucht zijnde crimineel. De agent schudde zijn hoofd van nee: waarschijnlijk was het meisje langs mijn studio gelopen, naar de hoek van dit gebouw, waar ze op de reling was geklommen en naar beneden was gesprongen.

Het was niet onze schuld, natuurlijk niet. En toch was het moeilijk om niet te geloven dat dit verhaal anders was afgelopen, als dat meisje onderweg naar boven een paar minuten had doorgebracht met een vriendelijke vreemdeling en zij samen hadden gezucht over het weer.

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn 0900-0113 of via 113.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief‘Boeken’

Ontvang iedere week het laatste boekennieuws, recensies en de interessantste interviews in je inbox

Source: NRC

Previous

Next