Home

Het komt allemaal goed, weet weekendgids Rick de Leeuw, en die gedachte sijpelt door in zijn rijtje favorieten

Een rasoptimist, dat was zanger en presentator Rick de Leeuw in Amsterdam ook al, maar sinds hij in het Vlaamse dorpje Heks woont gaat positief zijn hem nog makkelijker af. Van vers brood tot het doen van vrijwilligerswerk: de tips van De Leeuw zijn even rustig, mild en lief als zijn woonplaats.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

Wat deze tijd nodig heeft, vond Rick de Leeuw (64), is een album met de zalvende titel Het komt allemaal goed. En dus maakte hij het maar zelf: zijn zesde soloalbum sinds het verscheiden van de Tröckener Kecks (1980-2001), de band die een rockprominent van hem maakte.

We zitten aan tafel in zijn karaktervolle, mooie hoekhuis in het dorp Heks in Belgisch Limburg, waar hij sinds 2016 woont met zijn geliefde Maartje Elants, die kunstschilder is en in het tuinhuis haar atelier heeft.

Er is verse koffie, speculaas en brood van bakker Stefaan en, na een uur praten, heerlijke kaas en huisgemaakte tonijnsalade. Geloven dat het allemaal goedkomt, deed De Leeuw in Amsterdam ook al, maar het moet gezegd: hier is het nog iets makkelijker.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

De twaalf liedjes op Het komt allemaal goed zijn geïnspireerd op schilderijen uit het depot van The Phoebus Foundation. In de enorme collectie bevinden zich werken uit verschillende tijdperken, gedrenkt in religieuze symboliek of juist zeer persoonlijk.

‘Normaliter gaan mijn teksten over gevoelens die vanuit mijn binnenste een weg naar buiten zoeken. Nu was het andersom: deze liedjes hebben een weg naar binnen gezocht. Dat gaf veel vrijheid en het was alsof ze me ook andere soorten zinnen en woorden aanreikten.’

Focus op een detail

De Leeuw kent Katharina Van Cauteren, hoofd van The Phoebus Foundation, al jaren, uit de tijd dat zij nog bij het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen werkte en hem weleens uitnodigde om bij een tentoonstelling à l’improviste over de tentoongestelde schilderijen te vertellen.

‘Ik hoefde de werken dan niet historisch te duiden. Dat doe ik ook op mijn album niet. Ik heb besloten de beweegredenen van de schilder terzijde te schuiven en te focussen op een detail, een blik of een houding. De liedjes moesten geen colleges kunstgeschiedenis worden.’

Collega’s als Daniël Lohues, Thijs Boontjes en JW Roy leverden bijdragen. Met zijn Vlaamse begeleidingsband nam De Leeuw twaalf songs op in de ICP-studio’s in Brussel en trekt hij deze weken langs Nederlandse concertzalen. Hij zingt er solowerk, maar ook een handvol Tröckener Kecks-hits. Het gaat van ‘het komt allemaal goed’ tot ‘doe alles wat je doet met hart en ziel’.

‘Ja, ik ben een optimist’, zegt hij. ‘Iets anders heeft weinig zin. Het kost nu misschien wat meer inspanning dan een paar jaar geleden, maar ik vind optimisme nog altijd gerechtvaardigd. Als je inzoomt op het nu gaat alles slecht, maar er gaan toch echt veel dingen beter dan een eeuw geleden. Alleen zien we dat soms niet meer, omdat we de hele dag te horen krijgen wat er de voorbije dagen, de voorbije uren weer voor vreselijks en angstaanjagends is gebeurd.’

Lol hebben

Optimist was hij rond 1980 ook al, toen de ‘Kecks’ ontstonden. Ze waren geworteld in punk, doemdenken was in de mode, maar somber en nihilistisch was de band nooit. Het was lol hebben, ‘huttenbouwen’ volgens De Leeuw, die ná de ‘Kecks’ een plank vol boeken schreef, acteerde, programma’s op radio en tv presenteerde en natuurlijk platen bleef maken.

Er is veel veranderd, maar eigenlijk ook weer weinig. Geestdrift drijft hem. Er staan betere muzikanten om hem heen en de ravenzwarte haren zijn nu zilvergrijs, maar op het podium wil hij zich, in de loop van de avond, nog altijd in het zweet werken. Hij kan niet anders. De zaal moet plat.

Een decennium Heks heeft hem rustiger, milder en relativerender gemaakt, dat wel. ‘Als ik in Amsterdam was blijven wonen, zou ik de Rick van toen veel hebben ontzegd.’

Zijn tips als Weekendgids zijn daarvan doordesemd: van het leven in Heks én van de overtuiging dat het allemaal goed komt.

1. Opera: Richard Wagner, Tristan und Isolde (1865)

‘Ik ben onlangs naar de opera geweest: Tristan und Isolde van Wagner. Het duurde vier uur. Ik ben geen operaliefhebber. Na twintig minuten heb je het verhaal wel in de smiezen, maar dan moet je nog drieënhalf uur. Het was een oefening in geduld.

‘Er waren twee pauzes. Tijdens de tweede pauze denk je: we zouden naar huis kunnen gaan. Niet gedaan, natuurlijk. Ik wilde dat derde deel ook uitzitten.

‘Het heeft iets heilzaams om zo’n avond te beleven. Zo’n operagebouw, hoe mensen zich kleden, het orkest, het feit dat je weer eens ergens de jongste bent, ook al ben je 64. Je stapt in een tijdcapsule. Je beloning is het aangename gevoel dat je iets hebt volbracht: een soort Elfstedenkruisje. Ik beveel het zonder ironie aan.

‘Mijn tip is niet zozeer Tristan und Isolde, maar eerder: ga eens naar een opera. Bijvoorbeeld, zoals wij, in de Opéra Royal in Luik, een fijne, rauwe, niet-afgeborstelde stad.’

2. Slagerij: De Vleeshoeve, Borgloon

‘Ons dorp Heks ligt in de Haspengouw, de Vlaamse Betuwe, de fruitstreek. We hebben hier geleerd om met de seizoenen te eten. In Amsterdam aten we uit de supermarkt en hadden we geen idee. We weten nu wanneer de kersentijd begint, wanneer de appelen, peren en druiven er zijn. Dan geniet je meer. Alles is hier lekkerder.

‘Kersen van Karel Vaes, handgeplukt. Brood van onze bakker Stefaan. Ik vind supermarktbrood nu zoetig en klef. Drie dorpen verderop zit De Vleeshoeve. Die is anderhalve dag per twee weken open. Je koopt er, uit de vitrine, vlees van een koe die je nog hebt zien lopen.

‘We eten nog maar twee keer per week vlees en dat halen we daar, omdat het eerlijk en smakelijk is. Het is niet eens duur. Als ik in Nederland gehakt van de supermarkt rul bakte, moest ik het afgieten, zo veel vocht en vet kwam eruit. Gehakt van De Vleeshoeve blijft mooi droog: puur, echt, smakelijk vlees. Mag ik dat aanbevelen? Ik doe het.’

3. Museum: Emile Van Dorenmuseum, Genk

‘Bij de stad Genk, gelegen aan de rand van een prachtig heidegebied, werd in de late 19de eeuw steenkool ontdekt. Landschapsschilders waren bang dat de mijnbouw de omgeving zou verwoesten en kwamen naar Genk om het landschap vast te leggen zolang het nog kon. Emile Van Doren (1865-1949) was een van hen.

‘Aan Van Doren is een klein, goed en liefdevol gerund museum in Genk gewijd, gevestigd in het prachtige huis waar hij woonde en werkte. Zijn eigen werk is er te zien, maar het is ook een levendige, creatieve plek waar vaak kunstenaars in residentie komen werken.

‘Mijn vriendin Maartje Elants mocht als eerste niet-landschapsschilder ‘in schildersdialoog’ met Van Doren. Bij die expositie heb ik dan weer een boekje geschreven, maar het gaat om dat bijzondere museum: stap er eens binnen en je voelt direct waarom ik je ernaartoe heb gestuurd.’

4. Carrière: Werk met mensen die niet op je lijken

‘In een stedelijke kunstenaarsscene en ook in de popmuziek is het haast vanzelfsprekend dat je zielsverwanten zoekt. Gelijkgestemden. Een band richt je op met vrienden. Dat snap ik, als je 20 bent. Het is ook mooi. Maar stop er ook weer eens mee, want het is ook een vorm van monocultuur.

‘Ik raad iedereen aan om samenwerkingen aan te gaan met mensen uit andere disciplines, mensen die anders denken dan jij, mensen die dingen kunnen die jij niet kunt.

‘Voor mij begon dat met pianist Jan Hautekiet, die veel academischer en bedachtzamer te werk gaat dan ik. Ik denk ook aan Remco Sleiderink, hoogleraar Middelnederlandse Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen, met wie ik Ik, Jan Smeken (2017) schreef, over een Brusselse stadsdichter uit de 16de eeuw: hij een historisch deel, ik een vrijere interpretatie van dat leven.

‘Met Ruud Hendrickx, hoofdredacteur van de Van Dale, had ik twee jaar lang een radiorubriek over taal. In de beperking toont zich de meester, maar het tegenovergestelde blijkt ook heel fijn.’

5. Muzikant: Chuck Prophet

‘Waarom is Chuck Prophet niet wereldberoemd?’

Voor De Leeuw verdergaat: de Amerikaan Prophet (61) uit Tucson speelde in de jaren tachtig in de gitaarband Green On Red en bouwde daarna aan een groot oeuvre van samenwerkingen en soloalbums.

‘Ik zou een favoriet album kunnen noemen, zoals The Hurting Business (1999) of Soap and Water (2007), maar ik tip gewoon de man en zijn werk. Hij is een geweldige gitarist en zanger, heeft charisma, schrijft prachtige liedjes en teksten. Hij heeft alles om een ster te zijn, maar hij is het niet. Ik snap daar niks van.

‘Neem alleen al een liedje als I Couldn’t Be Happier (1999). Daarin vertelt iemand hoe gelukkig hij is, maar je hoort aan de titel al: hier klopt iets niet. Zó kunnen zingen over de scheuren in de muur achter het keurige behang... Chuck Prophet kan zware gevoelens licht brengen. Het leven is niet altijd makkelijk, maar laten we het elkaar een beetje makkelijk maken. Samen komen we er wel. Dat gevoel.’

6. Café: In den Drej (Henestraat 27, Heks/Heers)

‘Toen we in 2016 Amsterdam verlieten en naar Vlaanderen gingen, had ik één eis: ik wilde wonen in een dorp met een café. Dat betekent namelijk dat mensen elkaar kennen, dat er een sociaal weefsel is.

‘Hier in de straat hebben we café In den Drej, voorheen Bij Rita. Ik ben er enkele keren per week. Iets te vaak, misschien. Het is een ecosysteem. Donderdagavond de jonge mannen. Zaterdag de koerskijkers. Zondagochtend de kaarters. Daar komen rond het middaguur de fietsers bij.

‘Het punt is: in de stad kun je mensen ontlopen, maar hier niet. Je kunt wel ruzie hebben of vinden dat iemand belachelijke ideeën heeft, maar je staat in het weekend weer aan dezelfde toog, dus je moet je tot elkaar verhouden, iets van een oplossing zoeken, hoe dan ook. Dat leidt tot meer begrip, je wordt er milder van.’

7. Boek: Giacomo Casanova, Het verhaal van mijn leven (bezorgd door Theo Kars, 2016)

‘De naam Casanova is een gevleugeld begrip. Zijn boeken vind je meestal op de afdeling erotica. Weinigen weten dat hij een zeer intelligente man was: wiskundige, vrijmetselaar, een homo universalis in de 18de eeuw. Vanwege zijn denkbeelden werd hij gevangengezet, maar hij ontsnapte en was daarna tot reizen veroordeeld.

‘Zijn levenswerk van duizenden pagina’s gaat over alles: politiek, levensbeschouwing, kunst, reizen en ja, ook die erotische belevenissen, maar die werden aanvankelijk allemaal door de uitgever geschrapt, om pas veel later weer toegevoegd te worden, samengebracht in een los, twaalfde boekdeel. Dat ene deel is een bestseller geworden en dus staat Casanova nu bekend als erotica-auteur.

‘Dit is zijn héle werk in oorspronkelijke vorm, prachtig uitgegeven door Van Oorschot en bezorgd door Theo Kars. Ik heb het in één zomer gelezen. Ademloos. Het is grote geschiedenis, kleine geschiedenis en een sappig, Knausgård-achtig egodocument tegelijk.’

8. Film: Der Himmel über Berlin (Wim Wenders, 1987)

‘Aan het einde van de jaren zeventig was ik in Oost-Berlijn, aan de andere kant van de Muur. Een andere wereld. De soldaten. De sfeer. Houtgestookte auto’s. West-Berlijn was trouwens ook een gekke plek.

‘Berlijn was de stad waar je naartoe wilde. Je associeerde de stad natuurlijk met David Bowie en Iggy Pop. In 1987 werd Der Himmel über Berlin de film die je gezien moest hebben. Hij is me altijd blijven fascineren: als portret van de stad, maar ook als artistieke zwart-witfilm met die curieuze verteltrant van Wim Wenders en geweldig spel van Bruno Ganz.

‘De film gaat over veel tegelijk: de Muur, geschiedenis, kunst, liefde, strijd, overleven. En dan loopt ineens Nick Cave er dwars doorheen. Het lijkt een samengeraapte boel, maar je blijft nieuwe lagen ontdekken, net als in het leven zelf.’

9. Levenswijsheid: Doe vrijwilligerswerk

‘Hoe zeg ik dit zonder ijdel of belerend te klinken? Ik zou iedereen de zegeningen van vrijwilligerswerk gunnen: de waardevolle sensatie dat je niet alleen iets geeft, maar vooral ook veel krijgt.

‘Ik ben zes jaar voorzitter geweest van Het Ventiel, een ‘buddywerking’ die nieuw perspectief wil bieden aan mensen met jongdementie. Iemand die die diagnose krijgt, ziet zijn toekomst instorten. Ze zijn vaak boos en bang, schamen zich al op voorhand voor hun aftakeling. De buddy’s van Het Ventiel proberen ze weer te enthousiasmeren voor het leven. Ik ben zelf ook buddy geweest.

‘De buddy’s zeggen allemaal hetzelfde: na een tijdje ben je de mensen met jongdementie dankbaar voor wat ze jóú geven en over het leven leren. Ook dat zou ik niet hebben geleerd zonder Heks.’

Rick de Leeuw: Het komt allemaal goed. Maandacht/Platomania.
1 maart Bolwerk, Sneek. 4 maart TivoliVredenburg, Utrecht. Tournee. rickdeleeuw.be

Cv Rick de Leeuw

10 november 1960 Geboren in Haarlem.
1980 Oprichting Tröckener Kecks.
1990 Album en top 40-hit Met hart en ziel.
1999 Laatste Kecks-album >tk.
2000 Roman De laatste held.
2000 Filmacteur in De zee die denkt.
2004 Toneelacteur in De tenen van God.
2004 Theaterconcerten met Jan Hautekiet.
2006 Talkshowpresentator De Leeuw in Vlaanderen.
2013 Radiopresentator VRT Radio 1.
2013 Buddy en voorzitter Het Ventiel.
2016 Verhuisd naar Heks.
2018 Theatermonoloog Verbeter de wereld.
2019 Album Zonder omweg.
2024 Historische roman De verdwijning van Peter Treckpoel.
2025 Album Het komt allemaal goed.

Rick de Leeuw woont met zijn partner, kunstenaar Maartje Elants, in het dorp Heks in Belgisch Limburg. Hij heeft twee zoons.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next