Home

Model en klimaatactivist Kiki Boreel: ‘Als mijn uiterlijk helpt om het klimaatverhaal naar buiten te brengen, waarom niet?’

„Schoonheid is een privilege dat je kunt gebruiken. Het is stom, maar als je model bent kun je deuren makkelijker openschoppen. Laatst zei iemand: we hebben je gevraagd voor deze sprekersklus omdat je gedreven bent én een goeie kop hebt. Dat vind ik best moeilijk om te horen, ik twijfel dan of ik wel de juiste boodschapper ben. Tegelijkertijd denk ik: als het helpt om het klimaatverhaal naar buiten te brengen, waarom niet?

Vorig jaar heb ik 6.000 kilo afgedankte kleding in de Kalverstraat gedumpt met een duurzamemodecollectief dat ik heb opgericht. Ik wilde modebedrijven oproepen meer openheid te geven over hun productievolumes en de politiek tot effectievere wetgeving. Ten opzichte van vijftien jaar geleden kopen mensen wereldwijd 60 procent meer kleding, maar houden ze het maar half zo lang: naar schatting worden tussen de 80 en 150 miljard kledingstukken per jaar geproduceerd, 10 tot 40 procent wordt niet verkocht. Het is onduidelijk wat daarmee gebeurt, omdat bedrijven er niet over rapporteren. Activisme is belangrijk, het zet een punt op de horizon, zo van: hier moeten we heen. Voor sommige mensen voelt dat radicaal of irritant, maar het is nog irritanter als je nu in Los Angeles zit en je huis door klimaatverandering is afgebrand. We moeten activisten dankbaar zijn. Zij doen het werk voor niks, terwijl het veel energie kost.

Ik kom niet uit een activistisch gezin. Mijn ouders namen me wel vaak mee naar bergen en bossen. Als je in je jeugd veel buiten bent, leer je hoe divers de natuur is, hoe langzaam planten groeien. We spraken niet over CO2, maar keken uitgebreid naar bloemen en bomen. Jaren geleden plantten we bomen met familie, vlak naast elkaar. Mijn boom werd lang en dun, die van mijn grappige nichtje ging alle kanten op; alsof ze ons spiegelden. Het zijn nog steeds dwergjes in vergelijking met zo’n enorme oude eik. Dan denk je wel twee keer na over hoe we met de aarde omgaan.

Op mijn veertiende werd ik gescout als model. Ik kreeg een privébericht op Hyves van de vrouw die nu nog mijn agent is. Eind middelbare school had ik mijn eerste klussen, shoots voor de Nederlandse Vogue en Glamour; toen ik geslaagd was ben ik naar Parijs verhuisd om mijn portfolio op te bouwen. Ik was nog extreem bleu, ik heb ooit in de lift naar de Tom Ford-casting gevraagd waar de Tommy Hilfiger-casting was… aan Tom Ford. Ik dacht: ik geef dit werk één jaar een kans, als het stom is, kan ik altijd nog gaan studeren. Uiteindelijk bleek ik het heel leuk te vinden; spannend en cool, die rush van een catwalk of shoot. Als je met je uiterlijk je geld kunt verdienen, geeft dat toch een egoboost.

Toen ik tien was, schreef ik het liedje ‘De aarde gaat kapot en iedereen weet het’. Namen onthoud ik slecht, maar cijfers vergeet ik niet. Ik heb een bètabrein, waardoor ik analytisch denk. Je kunt makkelijker in actie komen als je de feiten kent; toen ik als kind hoorde dat ik door duimen een beugel zou kunnen krijgen ben ik er meteen mee gestopt. Op de basisschool ben ik als enige van ons gezin vegetariër geworden en kreeg ik moeite met in bad gaan, dat vond ik waterverspilling. Mijn moeder stelde me dan gerust dat badderen af en toe echt wel kon.

Voordat ik model werd, was ik nul bezig met mode, ik heb nooit om kleedgeld gevraagd. Ik kocht weinig nieuwe kleding. Gat in m’n broek? Dan werd daar een lapje overheen geplakt. Als model kom je daar niet mee weg. Als je geboekt wil worden, is het belangrijk dat je er goed uitziet. Als model word je een commodity, je moet een droom verkopen.

In 2020 begon ik met de studie klimaatwetenschappen, aanvankelijk omdat ik zo iets met mijn favoriete vakken kon doen: die hard scheikunde, biologie en wiskunde. De mode-industrie zag ik als mijn werk, dit was mijn interesse. Toch kon ik die twee dingen na verloop van tijd niet meer los van elkaar zien. De modewereld houdt geen rekening met de beperkte hoeveelheid grondstoffen die we hebben. Als ik voor Zara of Mango werkte, werd ik op een dag gefotografeerd in wel vijftig outfits, allemaal van slechte kwaliteit, vaak van polyester. Achter de schermen werd er gezegd: dit is facking lelijk, maar als je deze houding aanneemt en we de juiste lamp gebruiken, krijgen we het wel verkocht. Op den duur trok ik dat gewoon niet meer, het maakte me misselijk.

Ik heb een tijdje overwogen om helemaal te stoppen met modellenwerk. Toen dacht ik: als je de deur achter je dichttrekt verandert er niks, gaat je expertise en netwerk verloren. In 2021 heb ik een ontwikkelprogramma gevolgd bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en werd ik benoemd tot Klimaatambassadeur van de Toekomst. Ik heb daar geleerd dat diplomatiek activisme werkt. Dat sommige klanten niet meer met me willen werken vind ik prima, dat gevoel is wederzijds. Ik wil niet meer voor niet-duurzame klanten werken. Daardoor ben ik wel zo’n 90 procent van mijn inkomen verloren.

Kopenhagen Fashion Week is de enige modeweek die ik nog bezoek. De merken die meedoen, zoals Skall Studio en Ganni, proberen nieuwe duurzame standaarden te zetten. Ik had in een artikel voor Vogue geschreven dat zo’n week me hoopvol maakt maar ook buikpijn geeft; Kopenhagen is ook een broedplaats voor snelle trends. Onder dat artikel kon je doorklikken naar een stuk over bruin als ‘de nieuwe kleur’. Van binnenuit kun je meer lawaai maken, maar die tegenstrijdigheid, die ook in mijzelf zit, is lastig.

Ik verdien geld door af en toe modellen- of modereerklussen te doen en workshops, lezingen en advies te geven over duurzame mode. Fulltime werken kan niet, ik ben mijn master land- en watermanagement in Wageningen nog aan het afronden. Met mijn onderzoek naar vezelhennep sla ik een brug tussen de landbouw- en textielsector. Als je op latere leeftijd gaat studeren, waardeer je de kennisoverdracht veel meer. Ik mis geen hoorcolleges omdat ik brak ben, hoef mezelf niet meer uit te vinden.

NRC Magazine #36 Mode

Met Rick Owens, Kiki Boreel, Elmer, Parker van Noord, Emmeline de Mooij en Viviane Sassen. Lees hier

Toen ik klimaatposts op Instagram begon te plaatsen, ben ik duizenden volgers kwijtgeraakt; mensen die liever een bikinifoto zien dan een ingestort gebouw in Bangladesh. Ik snap dat je moe wordt van nieuws als het je niet direct raakt, maar onder de streep gaat ons dit allemaal aan. Van mij hoeft niet iedereen een perfecte klimaatactivist te worden, dat ben ik ook niet; ik boek nog twee retourvluchten en koop nog vijf kledingstukken per jaar. Je hoeft niet van onbesproken gedrag te zijn om klimaatactivist te zijn. Klimaatactivisme gaat ook over praten over systeemverandering, we hebben daarin allemaal een verantwoordelijkheid: bedrijven, overheid en consument.

Vintage kleding is fantastisch; het bestaat al, er komt geen nieuw materiaal aan te pas. Maar het is een illusie dat tweedehandskleding alleen maar positief is, het gaat vaak om kleding van slechte kwaliteit, die je amper een tweede leven kan geven. Als je via Vinted voor 2 euro een fastfashion-shirtje uit Italië laat verschepen, ben je niet bewuster bezig. Als ik iets via Vinted koop filter ik op Amsterdam, dan kan ik het gewoon bij iemand ophalen. Laatst heb ik zo een meisje ontmoet met precies dezelfde smaak als ik, ideaal als we in de toekomst kleding willen uitwisselen.

Als iets je goed past, zie je er direct mooier uit. Ik heb een redelijk basic garderobe met stukken die me perfect passen, zoals een feestjurk van mijn oma die ik heb laten vermaken. Eén van mijn favoriete items is een jasje van Off White, dat ik na een shoot heb gekregen van Virgil Abloh, toen die nog leefde. Dat was een fantastische man. Als je kleding je aan iets of iemand herinnert, ben je er blijer mee.”

cvKiki Boreel

Source: NRC

Previous

Next