In het Midden-Oosten en de warmere delen van Europa werd al volop gekoerst, maar met Omloop het Nieuwsblad begint deze zaterdag het wielerseizoen pas echt. Hoe zullen de favorieten bij de mannen en de vrouwen dit voorjaar de prijzen verdelen? En wat zijn de trends in het peloton?
schrijven voor de Volkskrant over wielrennen.
Tadej Pogacar liet de concurrentie in het voorjaar van 2024 nog dromen van een overwinning. De Sloveen kende een rustig programma en besloot slechts in drie klassiekers van start te gaan. Hij won de Strade Bianche en Luik-Bastenaken-Luik en pakte de rest van het seizoen zo’n beetje overal waar hij startte de overwinning, van de Tour en de Giro tot het WK en Il Lombardia.
Daar waar Pogacar in het voorjaar niet reed, ging Mathieu van der Poel er geregeld met de winst vandoor. Zo won de Nederlander onder meer de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Zodra Van der Poel op de korte klimmen – het liefst met kasseien – aanzette, kon vrijwel niemand nog volgen.
Slecht nieuws voor de rest van het peloton dus, nu niet alleen ‘MvdP’ maar ook Pogacar zijn zinnen heeft gezet op het voorjaar. Het schema van de Sloveen is in aanloop naar de Tour bomvol gepland. Parijs-Roubaix lijkt een van de weinige gaten, hoewel hij met een filmpje fietsend over de kasseien in het bos van Wallers alsnog hintte op een mogelijke deelname.
De twee kwamen elkaar vorig voorjaar tweemaal tegen. Maar omdat Van der Poel in Luik-Bastenaken-Luik achter een grote valpartij in het peloton zat, en daardoor niet meer kon terugkeren bij Pogacar, bleef een echt duel uit. In Milaan-San Remo offerde Van der Poel zich in de finale op voor ploeggenoot Jasper Philipsen, die de overwinning pakte. Pogacar werd er derde.
Van der Poel kan de eerste renner worden die in zijn carrière vier keer de Ronde van Vlaanderen wint. Maar waar vorig jaar concurrentie van Pogacar ontbrak, zal zijn grote rivaal nu wel aan de start van de Hoogmis verschijnen. Ook komen de twee elkaar tegen bij de E3 Saxo Classic en Milaan-San Remo. Om zijn kansen te vergroten, paste Van der Poel zijn voorbereiding aan. Zo besloot hij in de winter een aantal veldritten over te slaan om in die periode een extra trainingsblok af te ronden. Hij verscheen dit seizoen nog niet op de weg, maar won wel met overmacht zijn zevende wereldtitel bij het WK veldrijden.
Wil hij ‘Pogi’ verslaan, dan kan Van der Poel als explosieve renner wellicht gokken op een sprint à deux. Pogacar is de betere klimmer. Hoe langer de klim, hoe gunstiger. Als de wereldkampioen al voor de voet van de klim het tempo omhoog gooit en daarmee de duur van de inspanning verlengt, is de kans groot dat Van der Poel, net als de rest van het peloton, moet lossen.
Naast deze alleskunner moet Van der Poel ook zijn andere rivaal Wout van Aert zien te verslaan. De Belg wil na het mislukte voorjaar van 2024 – door zijn val in Dwars door Vlaanderen – dit jaar opnieuw proberen de ‘Ronde’ of Parijs-Roubaix, het liefst allebei, te winnen. Die grote koersen ontbreken nog op zijn erelijst.
Zijn landgenoot Remco Evenepoel is nog herstellende van zijn trainingsongeval in december. De olympisch kampioen op de weg en tijdrit sluit waarschijnlijk vanaf de Brabantse Pijl aan. Dan moet er ook rekening worden gehouden met Tom Pidcock, die met zijn winst in de AlUla Tour begin februari al liet zien in vorm te zijn.
In het vrouwenpeloton is er veel veranderd ten opzichte van vorig seizoen. Waar het team van SD Worx vorig jaar met 64 overwinningen oppermachtig was, zijn inmiddels verschillende rensters vertrokken en uitgewaaierd, wat de onderlinge strijd tussen ploegen behoorlijk aan zal wakkeren.
Zo vertrok de Zwitserse tijdritspecialist Marlen Reusser, onlangs verrassend hersteld van long covid, naar Movistar en komt Demi Vollering vanaf dit seizoen uit voor FDJ Suez. Hoewel Vollering in 2024 vier keer het podium van de voorjaarsklassiekers haalde, lukte het haar niet om er een te winnen. Dat kwam mede door de onderlinge concurrentie binnen de SD Worx, maar bij haar nieuwe ploeg zal Vollering de absolute kopvrouw zijn.
Omdat Vollering vorig jaar niet een geweldig seizoen kende, koos ze voor een nieuwe aanpak. Ze wil minder wedstrijden gaan rijden, maar zal voor de koersen die ze wel rijdt in topvorm aan de start verschijnen. Haar zege in de Ronde van Valencia midden februari bevestigde in ieder geval haar goede vorm. Haar hoofddoel is de Tour de France, die ze vorig jaar op 4 seconden verloor van Kasia Niewiadoma.
Als snelle en complete renster is wereldkampioen Lotte Kopecky (SD Worx) de grote favoriet voor de Vlaamse klassiekers. Ze kan hard sprinten en is ook sterk op de korte klimmen. Mede door de transfer van Vollering is Kopecky namens SD Worx dit jaar de nieuwe kopvrouw voor de Tour de France. En dat vereist een andere route: Kopecky zal minder voorjaarsklassiekers rijden.
Wellicht dat haar ploeggenoot Lorena Wiebes, onverslaanbaar in de sprint, die gaten dan weer kan opvullen. In februari werd duidelijk hoe sterk ze is, met winst in drie van de vier etappes van de UAE Tour. Concurrentie kan Wiebes verwachten van onder anderen Marianne Vos (Visma-Lease a Bike). De 37-jarige renster is al jaren een vaste waarde, en liet vorig jaar opnieuw haar klasse zien met een overwinning in de Amstel Gold Race, waar ze een te vroeg juichende Wiebes op de streep versloeg.
Een andere favoriet is Anna van der Breggen, die dit seizoen haar comeback maakt bij SD Worx. Van der Breggen (34) stopte in 2021 en werd vervolgens ploegleider en trainer van dezelfde ploeg. Vorig jaar besloot ze terug te keren. Haar comeback volgde twee weken geleden in de Ronde van Valencia, waar ze bergop als enige een tijdlang Vollering kon volgen. Ze werd derde in het eindklassement.
In haar eerste periode als renster schreef Van der Breggen al verschillende voorjaarsklassiekers op haar naam, waaronder zeven keer de Waalse Pijl. Als voormalig ploegleider heeft ze een groot voordeel: ze weet van haar rechtstreekse concurrenten – Vollering en Reusser – heel goed wat hun sterke en zwakke punten zijn.
Tot een jaar of vijf geleden waren coaches en hun renners in de ban van een koolhydraatarm dieet. Renners werden er met een nuchtere maag op uitgestuurd voor urenlange duurtrainingen. Misschien kregen ze een gebakken eitje bij het ontbijt, een kop koffie, maar verder moesten ze het zien te doen met water in hun bidons. Het idee achter die nuchtere trainingen was dat het lichaam in zo’n geval, bij uitgeputte glycogeenvoorraden, vet gaat verbranden. Vet is een duurzame bron van energie. Maar het vergde, ook mentaal, het uiterste van veel renners. Ze kwamen uitgeput en leeg terug.
Die methodes zijn inmiddels achterhaald, zegt sportarts Guido Vroemen, onder meer coach van mountainbiker Anne Terpstra en triatleet Menno Koolhaas. Sterker nog, er is iets gaande wat je een koolhydraatrevolutie zou kunnen noemen. Het menselijk lichaam, en dan vooral de darmen, blijken veel meer energie te kunnen transporteren dan gedacht. Het zou een van de verklaringen zijn voor het feit dat renners als Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard steeds harder een col op rijden, sneller dan in de met doping doordrenkte decennia die achter ons liggen. ‘Je kunt harder trainen en koersen, omdat je niet zo snel meer leeg raakt’, bevestigde ook Wilco Kelderman onlangs. ‘Daarom gaat het zo hard in de koersen tegenwoordig.’
Zijn ploegmaat Simon Yates, de nieuwste aanwinst van Visma-Lease a bike, gaf het ook al aan in gesprek met de Engelstalige wielersite Velo. Hij eet veel meer koolhydraten dan voorheen. Een berg rijst voor een lange training is geen uitzondering. Nergens in het peloton ziet hij nog renners met een hongerklop. Gebeurt niet meer. Iedereen kan veel langer door, zonder na de etappe sterretjes te zien. ‘Voorheen moest ik na een zware etappe of training uitgeput op bed gaan liggen. Dat is voorbij.’
‘De gedachte was altijd dat je maar 60 gram koolhydraten per uur kon opnemen’, zegt Vroemen. ‘Recentelijk hebben ze onder andere bij de Universiteit van Maastricht uitgevonden dat dat getal hoger ligt. We dachten dat alleen glucose een transporteur was van energie door de darmen. Maar nu weten we dat ook fructose dat doet, naast of beter boven op die glucose. In de optimale verhouding (1:0,8, red.) kunnen atleten tegenwoordig het dubbele opnemen, omdat er meer bruikbare energie wordt omgezet. Ik train zelfs jongens die tot 160 gram koolhydraten per uur aankunnen.’
Renners moeten die enorme energieopname wel oefenen. Wie dat ineens doet, kan met buikkrampen te maken krijgen. ‘Vijf jaar geleden had ik met de hoeveelheden koolhydraten die ik nu inneem, de hele tijd moeten poepen’, zei Pogacar onlangs in de podcast van auteur Peter Attia. ‘Maar nu heb ik zelfs met 120 gram koolhydraten geen last meer.’
Het is een regelrechte hype in het peloton voorafgaand aan het nieuwe wielerseizoen: kortere cranks, oftewel dat langgerekte onderdeel van de fiets dat het pedaal met de trapas verbindt. Sinds Tadej Pogacar er vorig seizoen mee begon te fietsen, zijn andere ploegen er ook mee gaan experimenteren.
En die vraag naar kortere cranks blijkt massaal. Daan van den Berg, mecanicien bij de nieuwe ploeg Q36.5, vertelt dat de vraag naar korte cranks zo groot was dat ze in de wintermaanden een tijdlang niet meer te krijgen waren. ‘Fabrikanten hadden hier geen rekening mee gehouden.’
Hoe langer de crank, hoe groter de hefboom en hoe groter de kracht is die een wielrenner zou moeten kunnen leveren als hij eens flink op zijn pedalen duwt of gaat staan. Dat werd lange tijd als een logisch gegeven beschouwd. Hardrijders, mannen van de macht en de grote plaat: Miguel Indurain reed met een crank van 180 millimeter lang, Jan Ullrich met 177,5 millimeter, Eddy Merckx met 175.
Dat laatste getal was volgens Van den Berg, die bij diverse ploegen mecanicien was voor hij dit jaar naar het team van Thomas Pidcock verkaste, ook zo’n beetje het gemiddelde in het peloton. Tot Pogacar twee jaar terug ineens met een crank van 165 millimeter werd gespot. Je kon het aan zijn bewegingsritme zien: korte pedaalslag, soepele tred.
Vanaf dat moment zijn andere ploegen zich achter de oren gaan krabben. En nu rijdt bijna iedereen ermee. Een van de redenen waarom Pogacar is overgestapt is waarschijnlijk comfort. Met een kortere crank is zijn positie op de fiets beter. Hij is er ook aerodynamischer mee.
De voltallige ploeg van Visma-Lease a bike is om. ‘Met goed jatten is niks mis’, zei ploegbaas Richard Plugge tegen de Belgische krant Het laatste nieuws. Op twee renners na heeft iedereen voor kortere cranks gekozen, in de hoop het gat met ’s werelds beste wielrenner te dichten.
Voormalig Tour-winnaar Jonas Vingegaard reed vorig weekend in de Portugese etappekoers Volta Algarve zelfs met een crank van 150 millimeter. Hij won de tijdrit glansrijk.
‘Bij bikefittings hebben ze ontdekt dat het minder belastend voor je lichaam is als de hoeken die je heupen en knieën maken niet zo groot worden’, legt Van den Berg uit.
‘Met kortere cranks kun je ook dieper zitten. Dat is meer aero. Maar wat het grootste voordeel zou zijn, is de hogere cadans die je kunt aanhouden. Daarmee kun je je kracht verdelen over meer omwentelingen en verzuur je minder snel. Maar dit is niet wetenschappelijk bewezen. Het is typisch voor het wielrennen: je kijkt bij elkaar af en als het werkt, boots je elkaar na. Ik vroeg laatst aan Sjoerd Bax (voormalig ploegmaat van Pogacar, red.) waarom hij op kortere cranks was gaan rijden. Hij zei: nou, omdat Pogi ze ook heeft. Goed voorbeeld doet goed volgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant