Home

Nina Gantz en Victoria Warmerdam in het Oscarcircus: ‘Luxe? Je moet alles gewoon zelf regelen’

Met de korte films Wander to Wonder (Nina Gantz) en I’m Not a Robot (Victoria Warmerdam) maakt Nederland dit jaar kans op twee Oscars. Hoe beleven de makers de krankzinnig drukke aanloop naar de uitreiking?

is filmredacteur van de Volkskrant.

Een week voor de Oscaruitreiking. Kandidaat één, Nina Gantz, ligt in bed, thuis in de Engelse kustplaats Brighton. Daar bestrijdt de Nederlandse stop-motionfilmmaker (37) alvast haar aanstaande jetlag, met de gordijnen dicht en twee zonnebrillen op tegen het licht. Morgenvroeg wacht de vlucht terug naar Los Angeles. Ze was even in het land (Engeland), want in Londen werden de Bafta’s uitgereikt, de Britse filmprijzen. En ja, ze won. Alweer!

Daarover straks meer. Eerst over naar Amsterdam Oud-West, waar kandidaat twee, Victoria Warmerdam, al wel uit bed is, maar getroffen is door de griep. Die had ze opgepikt in Los Angeles, en die heeft zich tijdens de trans-Atlantische vlucht, mogelijk aangespoord door de airco, ontwikkeld tot zo’n gemene variant. En dat nét nu de Nederlandse scenarist en regisseur (33) een paar dagen op adem wilde komen van alle promotieperikelen in Hollywood. Ook zij zal alweer vlot terug vliegen naar Los Angeles; de agenda van een Oscarkanshebber is onverbiddelijk.

Warmerdam: ‘Misschien ook wel een geluk dat ik nu ziek ben, qua timing. Beter dan volgende week. Ik zat in het women’s panel van het filmfestival van Santa Barbara, met vijf andere vrouwen die genomineerd zijn voor een Oscar. Anderhalf uur op een podium, toen voelde ik het ineens zwaar opkomen. Ik móét rechtop blijven zitten, dacht ik. En doen alsof ik heel goed aan het luisteren ben. Dat lukte.’

Gantz: ‘Voor we genomineerd werden, kenden Victoria en ik elkaar niet, maar nu bellen we af en toe. Het is zo fijn om iemand te hebben die ook door dat Oscarcircus gaat. Ze geeft me goeie adviezen én jetlagtips. Tot twaalf uur ’s middags geen licht, zodat je alvast went. Mijn man Terry (componist Terence Dunn, red.) loopt hier nu voorbij met een skibril op.’

We treffen beide filmmakers in de schemerzone van het ‘Oscarcircus’: de kortstondige periode tussen het sluiten van de stembus en de gang over de rode loper in Hollywood. Campagne voeren heeft nu geen zin meer, al zijn er in de aanloop naar de prijsuitreiking van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences in het Dolby Theatre nog wel allerlei verplichtingen.

Uniek in de geschiedenis

Het kwam niet eerder voor in de Nederlandse geschiedenis: een nominatie in de categorie korte animatiefilm en tegelijkertijd ook een in de categorie korte film (live action short). Maar verbazen doet het niet of nauwelijks, voor wie het werk van Gantz en Warmerdam al heeft gezien (op YouTube, via de NPO en The New Yorker).

De 12 minuten lange, beeldje voor beeldje geschoten animatiefilm Wander to Wonder van Nina Gantz speelt zich af op de vervallen set van een kinderprogramma, waar de drie sterren – miniatuurmensjes Mary, Billybud en Fumbleton – de ooit goedbekeken show trachten voort te zetten, terwijl de vliegen cirkelen boven het ontzielde lichaam van hun geestelijk vader, de presentator.

De betovering van de poppenwereld zit ’m ook in de fijne details: net als bij Gantz’ met een Bafta bekroonde afstudeerfilm Edmond (2015), over een kannibalistisch mannetje, ontdek je bij elke keer kijken weer wat nieuws.

Captcha-test

De korte film I’m Not a Robot (22 minuten) van Victoria Warmerdam vangt aan met een captcha-test, waar Lara (Ellen Parren) maar niet doorheen komt. Ze belt met de helpdesk, waar de medewerker met een mogelijke verklaring komt: weet ze wel zeker dat ze géén robot is?

Net als in haar eerdere korte films Korte kuitspier en Snorrie (met haar vaste acteur Henry van Loon) trekt Warmerdam een relatief alledaagse situatie of ervaring door naar het absurde. Het fraai retro-futuristisch gestileerde I’m Not a Robot (Nederlandse titel: Ik ben geen robot) bezit de compacte vertelkracht van een minispeelfilm, waarbij de herkenbare captcha-ergernis (ik heb toch alle juiste vakjes aangevinkt?) plots een heel andere, vervreemdende en verontrustende lading krijgt.

Wat de films verbindt: de donkere, soms een tikje morbide humor. Ook bezitten beide filmmakers een nadrukkelijk eigen signatuur: als je een of twee films van Gantz of Warmerdam hebt gezien, zul je de volgende vermoedelijk ook herkennen.

De Volkskrant spreekt beide regisseurs per (video)telefoon. Warmerdam wordt geflankeerd door haar producent Trent (binnen zijn vak enkel getooid met die ene naam), die af en toe thee aanvoert voor zijn hoestende regisseur, tevens zijn geliefde.

Een vergissing

Gantz: ‘Die eerste Bafta die ik won, dat overkomt je. Daarna had ik dan toch het idee: het kán ook een vergissing zijn geweest. Dat je film per ongeluk een keer goed gelukt was. Maar als je hem dan wéér wint: dat geeft echt moed. Maar ik had nooit gedacht dat Wander to Wonder zou worden opgepikt voor de Oscars. Echt bizar.’

Warmerdam: ‘Het is natuurlijk totaal absurd, een Oscarnominatie. Toch kwam het minder uit de lucht vallen dan je misschien zou denken, maar dat is omdat we echt al een half jaar lang agressief campagne aan het voeren zijn.

‘Vroeger dacht ik altijd: je hebt een bepaalde hoeveelheid films en daaruit kiezen die mensen van de Academy dan de nominaties. Zo werkt het dus niet, je moet écht aan de slag. Dat betekent allereerst dat je de juiste mensen en partijen om je film heen verzamelt. Mensen die weten hoe je ervoor zorgt dat de stemmers van de Academy jouw film gaan kijken. Want anders beland je gewoon op een enorme hoop.’

Overal heen gevlogen

Gantz: ‘Ik was even in Nederland toen ik van de nominatie voor de Oscar hoorde. En vanaf dat moment ben ik eigenlijk meteen overal heen gevlogen om campagne te voeren, zoals dat dan heet. Het is een openbaring voor mij hoor, hoe dat werkt.

‘Bij de Bafta’s doet je film gewoon het werk en kom je zelf in feite pas opdagen bij de ceremonie. Bij de Oscars is dat heel anders. Ik denk dan: dit hoort er toch niet bij? Maar het hoort er dus wél bij, alleen wist ik dat nog niet. Gelukkig krijg ik hulp. Er is iemand die mijn agenda en schema bijhoudt.’

Warmerdam: ‘Dat tijdschrift The New Yorker mijn film I’m Not a Robot oppikte, hielp enorm. Dat is voor de Amerikanen wel echt een stempel. Toen dachten we ook: o ja, die nominatie kan gewoon lukken. De shortlist halen is eigenlijk moeilijker, omdat je dan van honderdtachtig gekwalificeerde titels naar vijftien gaat.’

Trent: ‘Je gaat ook in zee met een publicist, die dan samen met jou de campagne bepaalt. Dan krijg je een soort spreadsheet, waarin bijvoorbeeld staat dat je voor 10 duizend dollar een advertentie in de Variety kunt zetten, of dat een screening bij het Soho House 15 duizend dollar kost – want na afloop moeten de gasten ook nog eten en er is valetparking.’

Warmerdam: ‘Gelukkig wonnen we ook al wat prijzengeld.’

Trent: ‘En we hadden een buffer, zodat we zelf geld konden investeren. Je krijgt wel wat hulp van See.nl (de instantie die Nederlandse films in het buitenland promoot, red.), maar dat is lang niet genoeg. Je kiest er zelf voor natuurlijk, het hoeft niet. Maar wij hadden zoiets van: nu gaan we er ook volledig voor. De categorie ‘korte film’ is een enorm competitieve sectie. En tegenwoordig doen de grote studio’s ook mee; vorig jaar won Wes Anderson die Oscar (voor The Wonderful Story of Henry Sugar, red.).’

Heel witte tanden

Gantz: ‘Je gaat ook naar veel ‘lunches’, zoals dat dan heet. In feite zijn dat netwerksessies met allerlei mensen met hoge posities in de filmwereld. Allemaal mensen met echt heel witte tanden. Mijn broertje Dook van Dijck reist met mij mee naar Los Angeles en doet de sociale media, wat echt heel fijn is. Zelf kan ik dat niet, ik word daar heel ongelukkig van.

‘Hij maakt nu hele fotosessies met de poppen in Los Angeles, voor Instagram. Zo zetten we Wander to Wonder een beetje voort: alsof Mary, Billybud en Fumbleton in Hollywood zijn beland. We hebben ook al minismokings voor ze gemaakt, voor straks op de rode loper.’

Een paar dagen voor de uitreiking treffen Gantz en Warmerdam elkaar ook bij ‘Diane von Fürstenberg’s Oscars Luncheon’. Gantz: ‘Alle genomineerde vrouwen zijn uitgenodigd.’

Warmerdam: ‘Ik weet niet of dat nou al helemaal zeker is: aan het eind van de mail stond een soort disclaimer over de capacity. Ik denk dan meteen: wij staan toch wat lager in de hiërarchie dan gasten als Zoe Saldaña en Mikey Madison. Maar ik hoop het – toch wel op en top Hollywood, zo’n lunch.’

Praten met grote studio’s

Gantz: ‘Tien jaar geleden, met Edmond, heb ik ook wel gesprekken gevoerd in Hollywood, maar toen zag ik eigenlijk niet voor me hoe ik dan mijn soort films kon maken voor zo’n grote studio. Misschien is het anders als je een Oscar wint, maar van wat ik hoor zijn die studio’s altijd heel hiërarchisch. Het blijft moeilijk om je makerschap te beschermen. Maar ik ga wel met iedereen daar praten, ook nu weer. In ieder geval met de mensen van Disney en Laika Studios.’

Warmerdam: ‘Vanochtend las ik een Hollywoodscript, dat me net is toegezonden om mogelijk te gaan regisseren. Iets met zombies en dieren. Maar dan denk ik toch: dit is niet míjn film. Het is wel leuk hoor, dat ze nu ineens aan mij denken. Maar het liefst schrijf en regisseer ik mijn eigen films. Dat kost wel veel tijd, dus ergens is het wel aantrekkelijk als ik nu gewoon een heel leuk script krijg, dat ik eventueel nog een beetje mag herschrijven. Daar sta ik zeker voor open. Of een aflevering van een serie, iets kortlopends.’

Gantz: ‘Het is wel een rare wereld hoor, die Oscars. Luxe? Dat lijkt misschien, maar je moet alles gewoon regelen, dus het is precies zo luxe als je het zelf maakt. Wij zitten daar in een flatje via Airbnb, met z’n viertjes. Mijn man, mijn broer, mijn producent Stienette Bosklopper en ik. En dat is helemaal goed. We gaan gewoon met een Uber naar de rode loper.’

Trent: ‘Een Uber? Nee, dat gaat niet, Ubers kunnen niet bij de rode loper komen. Je moet echt speciaal vervoer regelen. Ik zal Nina nog even een berichtje sturen. Hadden we het eerder al over: dat we de auto’s, de make-up en de haarstilist wel kunnen delen.’

Nog geen speech

Gantz: ‘Ik heb nog geen speech. Ik zal wel iets op een papiertje zetten: de namen die ik niet mag vergeten. Maar, zul je altijd zien, dan vergeet ik gewoon dat briefje, zo ging het ook bij de Bafta’s. Sowieso wil ik de hele crew bedanken, maar dat zijn er bij een stop-motionfilm echt heel veel, dus dat gaat dan weer niet. Ik denk ook echt dat ik niet ga winnen.’

Warmerdam: ‘Ik heb nog niks geschreven. Maar voor de zekerheid wil ik het straks wel gewoon bij me hebben. Ook omdat het in het Engels is, niet mijn eerste taal. Je hebt maximaal 45 seconden, maar de klok tikt al als je naar het podium loopt. Je ziet dat ding aftellen en als het klaar is, is het ook écht klaar. Dan staat de muziek keihard en moet je af.’

Gantz: ‘Bij de Bafta’s was ik heel zenuwachtig. Dat ging bijna zover dat ik eigenlijk liever niet wilde winnen, omdat zo’n speech geven zo eng is. En natuurlijk vergat ik weer een paar mensen bij het bedanken. Maar het is ook nogal stressverhogend als je daar zo staat, en je kijkt recht naar Isabella Rossellini, Ralph Fiennes en Adrien Brody.

‘Rossellini blies me een handkus toe – zeg je dat zo? Ik heb haar nog gezegd dat ik haar geweldig vind. Dat was fijn. En de makers van Wallace & Gromit waren er ook. Als die dan zeggen dat ze je film mooi vinden, is alles eigenlijk al helemaal goed.’

Nina Gantz (1987, Rotterdam) studeerde in 2010 cum laude af aan de St. Joost School of Art & Design in Breda met haar animatiefilm Zaliger. Daarna volgde ze een studie aan de National Film and Television School in het Engelse Beaconsfield. Haar afstudeerfilm Edmond (2015) werd bekroond met een Bafta.

Victoria Warmerdam (1991, Leiden) studeerde in 2015 af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht met de film Gelukkig ben ik gelukkig.

Eerdere Nederlandse genomineerden bij Oscars (winnaars vetgedrukt)

Beste korte animatiefilm: The Sand Castle (Co Hoedeman, 1977), Oh My Darling (Nico Crama, 1978), Anna & Bella (Cilia van Dijk, 1985), A Greek Tragedy (Willem Thijssen, 1986), The Monk and the Fish (Michaël Dudok de Wit, 1994), 3 Misses (Paul Driessen, 1999), Father and Daughter (Michaël Dudok de Wit, 2000), A Single Life, (Marieke Blaauw, Joris Oprins, Job Roggeveen, 2014)

Beste korte film: Big City Blues (Charles & Martina Huguenot van der Linden, 1962), Pan (Herman van der Horst, 1962), Sky over Holland (John Fernhout, 1967)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next