Op zijn 5de leerde Boris Spasski schaken in de trein die de bewoners van Leningrad evacueerde tijdens de belegering door de nazi’s. Hij bleek een genie. In het schaakduel dat midden in de Koude Oorlog gold als strijd tussen Oost en West nam hij het op tegen Bobby Fischer.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
Nadat Bobby Fischer in de zesde partij op sublieme wijze de leiding had genomen in de beroemde tweekamp tegen Boris Spasski, 53 jaar geleden, gebeurde er iets bijzonders: niet alleen de toeschouwers in een sporthal van Reykjavik gaven de Amerikaan applaus, maar ook zijn Russische tegenstander. Het was een moment van dooi in de Koude Oorlog.
Dit gebaar, dat voorkomt in de schaakfilm Pawn Sacrifice (2014), zei iets over het karakter van de grootmeester die donderdag op 88-jarige leeftijd in zijn vaderland is overleden.
Het is een kleine tragedie dat oud-wereldkampioen Spasski vooral zal worden herinnerd aan zijn rol in die tweekamp, waarin hij en hemelbestormer Fischer pionnen waren geworden van een machtsspel. Terwijl de Amerikaan door zijn financiële eisen en paranoia over het rode gevaar de tweekamp bijna torpedeerde – de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger en de Nederlandse schaakgrootheid Max Euwe waren de reddende engelen – bleef Spasski de waardigheid zelve. Hij toonde zich bereid om aan alle eisen van Fischer tegemoet te komen, zoals het spelen van de derde partij in een bijkamer.
‘Wanneer je tegen Bobby speelt, is het geen kwestie van winnen of verliezen. Het is de vraag of je overleeft’, zei Spasski achteraf. De regerend wereldkampioen was als favoriet de strijd ingegaan – ook omdat hij nog nooit van Fischer had verloren – maar verloor met 12.5-8.5, ondanks een 2-0 voorsprong.
Spasski was nooit het type schaker dat zijn opponent wilde vernietigen, sportief of psychologisch. Hij bewonderde Fischer en zou twintig jaar later weer tegen hem spelen, in een ‘illegale’ tweekamp. Fischer won weer.
Boris Vasilievich Spasski werd op 30 januari 1937 in Leningrad (tegenwoordig Sint-Petersburg) geboren, als zoon van een militair en een onderwijzeres. Op zijn 5de leerde hij schaken in de trein die de bewoners van Leningrad evacueerde tijdens de belegering door de nazi’s. Hij bleek een wonderkind te zijn.
Als 10-jarige jongen wist hij Mikhail Botwinnik te verslaan tijdens een simultaanwedstrijd. In 1956 speelde hij zijn eerste kandidatentoernooi. In Amsterdam eindigde hij als vierde, maar Spasski was de enige die de winnaar Vasily Smyslov wist te verslaan.
Hij had in zijn jonge jaren een aanvallende stijl, maar onder leiding van zijn nieuwe coach Igor Bondarevsky kalmeerde zijn spel. Deze verandering hielp bij het bereiken van de wereldtop.
In 1969 werd Spasski wereldkampioen door Tigran Petrosjan te verslaan in een spannende revanchetweekamp. Zijn speelstijl kreeg het predicaat ‘universeel’. Kenmerkend voor Spasski’s spel was immers dat hij in alle onderdelen ongeveer goed was, maar misschien het beste in tactische wendingen tijdens het middenspel.
Tegen Fischer won hij de eerste partij, mede door een opmerkelijke fout van de Amerikaan in het eindspel. Bij de tweede partij kwam Fischer niet opdagen. De latere wereldkampioen Anatoly Karpov beschouwde dit als een overwinning voor de Amerikaan, omdat hij de Rus van zijn stuk bracht.
Fischer won de derde partij. Het was aan Spasski om de eer van de Sovjet-Unie ten tijde van de Koude Oorlog hoog te houden, maar daar was deze diepgelovige romanticus, die het liefst zag dat Rusland terugkeerde naar het tsarentijdperk, niet in geïnteresseerd.
Aan zijn droom om de wereldtitel te heroveren, kwam in 1974 een einde toen hij een kwalificatietweekamp verloor van de jonge Karpov, de lieveling van het Kremlin. Die zou de titel van Fischer overnemen en tien jaar lang wereldkampioen blijven.
In 1976 verruilde Spasski de Sovjet-Unie voor Frankrijk, waar hij twee jaar later Frans staatsburger zou worden. Hij woonde daar met zijn derde vrouw, Marina Shcherbachova. Een eerder huwelijk was door Spasski omschreven als ‘een huwelijk tussen lopers van ongelijke kleur’.
Spassky bleef op het hoogste niveau schaken. Kritiek kreeg hij door in 1992 tegen Fischer ‘de revanchestrijd van de 20ste eeuw’ te gaan spelen. Deze herhaling van de geschiedenis, die plaatsvond in Montenegro en Belgrado, was in strijd met een VN-boycot. Het leverde Spasski een aangevuld pensioen van 1,65 miljoen dollar op.
Zijn laatste tweekamp was een jaar later met de destijds 16-jarige Judith Polgar. Hij verloor de showstrijd nipt van de Hongaarse, de beste vrouwelijke schaker ooit.
Spasski raakte twintig jaar geleden in opspraak toen hij een antisemitische petitie ondertekende waarin werd opgeroepen om Joodse organisaties op Russisch grondgebied te sluiten. Hij erkende al snel een fout te hebben gemaakt.
Een jaar later verklaarde de oud-wereldkampioen in een interview dat hij een Russische nationalist is en altijd een monarchist is geweest. In een reactie op Spasski’s dood beweerde Gary Kasparov dat zijn beroemde voorganger nooit echt heeft gepast in de ‘schaakmachine’ van de Sovjets.
In 2012 keerde Boris Spasski terug naar Rusland. Daar leidde hij, kampend met een zwakke gezondheid, een teruggetrokken bestaan. Hij laat twee kinderen na, alsmede veel mooie herinneringen voor schaakliefhebbers. ‘Een grote persoonlijkheid heeft ons verlaten’, zo meldde de Russische schaakbond. ‘Generaties schakers hebben zijn partijen bestudeerd en doen dat nog steeds.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant