Na zestien jaar in de schaduw te hebben geleefd, heeft de Surinaamse Joan Makosi een verblijfsvergunning gekregen. Nu kan ze reizen en officieel werken. ‘Ik hoef nooit meer over mijn schouder te kijken.’
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
Toen Kymorah en Hanaya klein waren, zei Joan Makosi altijd dat ze haar paspoort kwijt was. ‘Eerlijk zijn tegen mijn kleinkinderen was te riskant’, aldus Makosi. ‘Het was ook te ingewikkeld voor ze om te begrijpen.’
De goedlachse Surinaamse zit met haar kleindochters op een zonovergoten schoolplein in de Amsterdamse Bijlmer, waar ze de 11-jarige tweeling zojuist van school heeft gehaald. Inmiddels weten de meisjes dat hun oma haar paspoort niet kwijt was, maar illegaal in het land verbleef. Dat ze zich zestien jaar lang onder de radar bewoog en altijd op haar hoede was voor de politie.
‘Maar nu kan ze eindelijk mee op vakantie!’, jubelt Kymorah. ‘We willen haar meenemen naar Mallorca’, vult haar zusje aan. ‘Daar zijn we een keer met papa en mama geweest, het is daar heel mooi.’ Makosi kijkt de meisjes stralend aan. ‘En u moet ook mee naar Suriname’, gaat Kymorah alweer verder. ‘Dan kunt u eindelijk uw andere kleinkinderen zien.’
Makosi is een zogeheten Surinaamse oud-Nederlander. Dat zijn Surinamers die zijn geboren toen hun land nog door Nederland was gekoloniseerd. Vlak na de onafhankelijkheid in 1975 konden zij ervoor kiezen de Nederlandse nationaliteit te behouden. Wie dat niet had gedaan, of er niet van wist, en later alsnog opnieuw Nederlander wilde worden, liep tegen dichte deuren aan.
Tot afgelopen zomer. Daags voordat het nieuwe kabinet aantrad, kwam toenmalig staatssecretaris Eric van der Burg (VVD, Asiel) met een verblijfsregeling voor deze groep. Surinaamse oud-Nederlanders die al minstens tien jaar in Nederland wonen, naar schatting achthonderd personen, kunnen nu een verblijfsvergunning krijgen.
Begin dit jaar is in Amsterdam een loket geopend, waar ze zich tot 1 juli kunnen melden. ASKV, een hulporganisatie voor ongedocumenteerden, helpt bij de aanvraag. ‘Ze moeten kunnen bewijzen dat ze hier tien jaar wonen’, legt Iris van Eijck van ASKV uit. ‘Juist omdat ze in de schaduw leven, is dat lastig. We kijken bijvoorbeeld of ze artsen of buurthuizen hebben bezocht.’
Veel van deze Surinaamse oud-Nederlanders wonen hier al sinds de jaren tachtig of negentig. Doordat ze geen verblijfsstatus hebben, is toegang tot zorg of huisvesting lastig. Ze wisten zich vaak jarenlang zelf te redden, met zwart werk en illegale onderhuur. Maar bij het ouder worden, klopten er steeds meer aan bij de daklozenopvang.
‘Ik heb geluk gehad’, zegt Makosi. ‘Ik heb altijd op mijn familie kunnen terugvallen.’ Ze kwam in 2008 naar Nederland. Wat er precies speelde in Suriname wil ze liever niet in de krant hebben, maar om veiligheidsredenen kon ze niet terug. ‘Het was het moeilijkste besluit uit mijn leven’, aldus Makosi. ‘Ik moest mijn vier kinderen bij mijn moeder achterlaten.’
Ze wist aanvankelijk niet dat ze een verblijfsvergunning nodig had. ‘Dat is ook niet raar toch? Ik ben als Nederlander geboren.’ Nadat ze daar achter was gekomen, kreeg ze van een advocaat het advies om zich in te schrijven op een datingsite. ‘Een Nederlandse man trouwen, dat was volgens hem de enige oplossing.’ Makosi rolt met haar ogen. ‘Ik was niet van plan mezelf afhankelijk te maken van een man.’
Ze woonde bij haar zus. ‘Het was niet makkelijk’, zegt ze. ‘Ik durfde niet te werken en had geen sociaal leven. Ik was altijd bang dat ik tegen de lamp zou lopen en schaamde me voor mijn situatie.’ Makosi kookte, deed het huishouden en als het niet regende, maakte ze lange fietstochten.
En ze bracht veel tijd door met haar kleinkinderen. ‘Mijn oudste zoon is getrouwd met een Nederlands-Surinaamse vrouw’, vertelt ze. ‘Ze zijn hier in Amsterdam komen wonen en hebben vier kinderen.’ Op haar telefoon toont ze foto’s van Givairo Read, de broer van de tweeling. ‘Hij speelt voor Feyenoord in de eredivisie, ik ben zo trots!’
Makosi was een van de eersten die zich meldden bij het loket, op 23 januari werd ze al gebeld met het nieuws dat haar aanvraag was goedgekeurd. ‘Ik zat bij mijn haakcursus toen ze belden.’ Ze nam direct de metro naar het huis van haar zoon. ‘We hebben heel hard gejuicht’, vertelt Kymorah. ‘En ook heel veel geknuffeld’, vult Hanaya aan.
Inmiddels hebben 110 Surinaamse oud-Nederlanders te horen gekregen dat ze een verblijfsvergunning krijgen. ‘Kijk’, zegt Makosi terwijl ze haar gloednieuwe verblijfspas uit haar zak haalt. ‘Nu hoef ik nooit meer over mijn schouder te kijken.’ Over een jaar komt ze in aanmerking voor een Nederlands paspoort. De besluitbrief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft ze ingelijst en opgehangen. ‘Samen met het haakwerkje dat ik die dag had gemaakt.’
Makosi wil snel op zoek naar werk. ‘In Suriname werkte ik in de kinderopvang, dat zou ik hier ook graag doen.’ Kymorah en Hanaya kijken verrast op: ‘Dat had u ons helemaal niet verteld!’ De meisjes gaan ieder jaar op familiebezoek naar Suriname, en gaan ervan uit dat hun oma voortaan ook mee gaat. ‘We gaan deze zomer, toch?’, dringt Kymorah aan. Makosi haalt de schouders op. ‘Dat zou geweldig zijn, maar de tickets zijn duur, dus we moeten even kijken.’
Ze kijkt er enorm naar uit om na zestien jaar haar drie achtergebleven zoons weer te zien, en hun kinderen te ontmoeten. ‘Maar eerst wil ik naar het graf van mijn ouders’, aldus Makosi. ‘Zij hebben mijn kinderen grootgebracht, maar ik heb geen afscheid van ze kunnen nemen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant