Home

Deze theatermakers dienen Puccini van repliek in hún versie van de opera ‘Madama Butterfly’

Hoe prachtig Puccini’s opera Madama Butterfly ook is, deze Nederlands-Aziatische makers hebben er ook moeite mee. ‘Dat beeld van de onderdanige, gewillige Aziatische vrouw wordt steeds weer herhaald.’ Hun Madame Butterfly stelt die koloniale blik aan de kaak.

schrijft voor de Volkskrant over comedy en theater.

Zodra in de nieuwe bewerking van de opera Madama Butterfly (1904) de Japanse geisha Cio-Cio-San opkomt, lijkt er een zucht van opluchting door de zaal te gaan. In deze adaptatie van regisseur Char Li Chung keken we hiervoor namelijk, geheel onverwacht, naar een doodnormale dag uit het leven van twee Chinese tieners in het jaar 1904. Na deze uitbundige en wat ontregelende eerste akte verschijnt de elegante actrice Cystine Carreon vioolspelend op het toneel. Uiteraard gekleed in een kimono en tegen een oogverblindend decor van Japanse wandpanelen.

Wie houdt niet van een tragisch liefdesverhaal dat wordt ondersteund door prachtige aria’s van de Italiaanse meestercomponist Giacomo Puccini? Maar deze opera, die al sinds 1904 wereldwijd wordt opgevoerd, heeft volgens de makers van Theater Oostpool ook een vernietigend effect gehad op de beeldvorming over Aziatische vrouwen.

Met een radicale adaptatie van het verhaal heeft regisseur Char Li Chung (die Italiaans-Chinese roots heeft en eerder De bananengeneratie regisseerde) samen met schrijvers Sun Li en Vera Morina Madama Butterfly naar zijn hand gezet. Wat vinden ze precies zo schadelijk aan het ‘oerverhaal’ van een van de grootste opera’s aller tijden? En wat zijn de gevolgen hiervan geweest?

‘Problematisch’

In een gesprek met acteurs Cystine Carreon (51) en Nhung Dam (40) en schrijver Sun Li (44) vallen over Puccini’s werk regelmatig termen als ‘problematisch’ en ‘bewustwording’. De drie zitten in een halve kring in een smalle kleedkamer en het is duidelijk dat ze het hier niet voor het eerst over hebben. Sterker, toen regisseur Char Li Chung had besloten dat hij zijn pijlen wilde richten op de opera, hebben Sun Li en collega-schrijver Vera Morina goed geluisterd naar de ervaringen van de cast en andere Aziatische Nederlanders.

Twee jaar geleden werkte Li ook met regisseur Chung aan de geprezen voorstelling Happy in Holland, over een moeder en dochter die een Chinees-Indisch restaurant runnen. Hierna gooide Chung het idee op om Madama Butterfly aan te pakken.

Steeds hetzelfde verhaal

Li: ‘Het is namelijk hét verhaal dat steeds weer in een ander jasje terugkeert in de westerse media. Madame Butterfly is ook Kim in de musical Miss Saigon. Of Sayuri in de Hollywoodfilm Memoirs of a Geisha (Rob Marshall, 2005). En omdat er zo weinig andere verhalen zijn, wordt dat beeld van de onderdanige, gewillige, exotische en hyperseksuele Aziatische vrouw steeds maar weer herhaald. En dat is heel bezwaarlijk. Je ziet die stereotypering terug in veel westerse media, films en series, maar ook in het theater, waarin Aziatische vrouwen steevast een rol hadden als au pair, restauranthouder of prostituee.’

Hoe het seksualiseren van vrouwen van Aziatische komaf eruitziet, wordt ook duidelijk in de documentaireserie Sexotisch, waarin de ontwapenende programmamaker Kelly-Qian van Binsbergen dit uitgebreid onderzoekt. Historici en psychologen vertellen daarin onder meer welke rol kolonisatie hierin heeft gespeeld. De witte kolonisator kaapte niet alleen grondstoffen, in de tijd van de VOC werden ook vrouwen en meisjes als ‘bezit’ gezien.

Van Binsbergen, van Chinese komaf, vertelt dat ze zelf ook nog regelmatig meemaakt dat een man in de kroeg op haar afstapt met een vernederende vraag als: ‘Jullie vrouwen hebben toch een heel strakke ‘vagijn’?’ Deze fetisjering komt ook volop terug in de porno-industrie, waarin Aziatische vrouwen steevast als ondergeschikt en onderdanig lustobject worden neergezet.

Wanneer de verslaggever de drie vrouwen naar hun persoonlijke ervaringen hiermee vraagt, valt het opeens stil. Na een tijdje zegt Li: ‘De ontmenselijking van de afgelopen 120 jaar, gecultiveerd door zo’n opera als Madama Butterfly, wis je helaas niet zomaar uit.’ De andere twee knikken instemmend.

Het oorspronkelijke verhaal

Terug naar dat ‘oerverhaal’, dat Carreon in de tweede akte solo uitvoert. Ze brengt in haar eentje onder meer het liefdesduet Vogliatemi bene (‘Hou van me, alsjeblieft’) van Puccini ten gehore. Het publiek klapt uitbundig na het zingen van deze aria. Daarnaast neemt ze ons mee in het wereldberoemde verhaal, dat is geschreven door Luigi Illica en Giuseppe Giacosa. Puccini schreef dus de muziek, de andere twee het verhaal, dat weer was geïnspireerd op een kort verhaal uit 1898 van de Amerikaan John Luther Long en een toneelstuk uit 1900 van de Amerikaan David Belasco.

Carreon geeft aanvankelijk invulling aan de rol op een manier die zij zouden hebben goedgekeurd. Cio-Cio-San krijgt als 15-jarige geisha de ‘eer’ om te trouwen met de Amerikaanse marineofficier Pinkerton en ze voelt zich ‘niets anders dan gevleid’ dat hij haar heeft uitgekozen. Volgens Pinkerton komt zij van een volk ‘waar liefde schaars is’ en hij toont haar voor het eerst wat liefhebben is. Maar dan wel kortstondig, want hij verdwijnt al snel uit haar leven. Zij blijft jarenlang geduldig wachten op zijn terugkeer– samen met de zoon die hij bij haar heeft verwekt.

Kenners van de opera weten dat Pinkerton hun huwelijk als een avontuurtje zag, want hij keerde natuurlijk terug naar zijn thuisland om daar met een ‘gewone’ Amerikaanse vrouw te trouwen.

Er knapt iets

Halverwege deze tweede akte knapt er op toneel iets bij Carreon. Plots stapt ze uit haar rol en zegt ze met luide stem, nog half knielend zoals Cio-Cio-San maar al te vaak doet: ‘Fucking volgeboekte zalen voor Madame moederneukende Butterfly. Steeds opnieuw dat kutverhaal met die tyfuszinnen. Ik krijg ’t m’n strot niet uit. ‘En ik kniel… en ik kniel…’ Fucking hel!’

Wat volgt, is zeer vermakelijk metatheater waarin de makers van deze subversieve voorstelling korte metten maken met het eenzijdige beeld van een Japans tienermeisje en het onverholen seksisme, racisme en oriëntalisme dat de Italiaanse librettisten in hun verhaal hebben verwerkt.

Dat was ook de reden van Li om de voorstelling te openen met een ogenschijnlijk willekeurig verhaal over twee andere tienermeisjes (gespeeld door Lulu Streefkerk en Charlotte Ha). Zij brengen in 1904 in een Chinees dorp een dag door met hun ouders en een grootmoeder. Tegen een decor met enorme houten gevels en daken, die niet onderdoen voor een filmset, hoor je de gedachtegang van de meiden, die zich afvragen wat ‘rebellie’ en ‘vrijheid’ nou eigenlijk betekenen. Te zien is hoe hun ouders met veel moeite hooi sjouwen en groente verkopen om de belasting aan de keizerin te betalen.

Volwaardige mensen

Volgens Li mist Puccini’s Madama Butterfly precies datgene wat ze tonen in de eerste akte: vrouwelijke personages die wél een achtergrondverhaal hebben en als volwaardige mensen worden neergezet. Ook is het een verhaal waarin de gevolgen van westers imperialisme voelbaarder zijn dan in de opera; zo laten de personages in de eerste akte van dit toneelstuk zich ook uit over de Amerikanen, Engelsen en Fransen, die sinds enkele jaren Beijing hebben belegerd en ‘lopen door de straten alsof ze altijd al van hen zijn geweest’.

Li: ‘We hebben specifiek gekozen voor de setting in China, omdat ik daar zelf vandaan kom. Er zijn nog zo weinig verhalen van Japans-Nederlandse schrijvers zelf, die ruimte wil ik niet innemen. En het jaar is 1904, omdat Puccini’s opera dat jaar werd uitgebracht. Maar wat we hier ook in wilden verwerken, was de impact van het kolonialisme en westers imperialisme uit die tijd. De schrijvers van de opera Madama Butterfly gaan daar niet op in, maar wij wilden de gevolgen daarvan ook verwerken in het leven van een doodgewoon Aziatisch meisje.’

Rol in Miss Saigon

Li noemde eerder Miss Saigon als voorbeeld waarin de stereotypering van Aziatische vrouwen in stand wordt gehouden. Toevallig begon Carreon haar carrière bij deze populaire musical, die in 1996 voor het eerst in Nederland te zien was. Een productie waar ze naar eigen zeggen met veel liefde aan heeft meegewerkt.

Carreon: ‘Dat is de eerste productie waaraan ik na het conservatorium drie jaar lang heb meegedaan. Ik heb alle rollen een keer gespeeld, waaronder de hoofdrol. Ik kom uit de Filipijnen en Miss Saigon is daar ook echt een ding. We zagen het als iets positiefs, omdat er ineens een hoofdrol was voor iemand uit Zuidoost-Azië in een stuk dat wereldwijd werd bezocht. Als ik daarop terugkijk, was er inderdaad het gevoel van: yes, nu mogen wij een keer, we moeten dankbaar zijn. Maar als je het vergelijkt met de mogelijkheden die een gemiddelde witte actrice heeft, besef je ook dat je blij was met maar een heel kleine bijdrage aan de podiumkunsten.’

Tippi Wan in Gooische Vrouwen

Carreon werd landelijk bekend met haar rol als de gewelddadige Thaise au pair Tippi Wan in de serie Gooische Vrouwen. En ook toen ze die rol kreeg, die ze uiteindelijk vijf seizoenen (2006 – 2009) heeft gespeeld, was Carreon enthousiast. Maar ondanks haar geweldige ervaring bij de productie, kreeg ze na verloop van tijd door dat deze rol meewerkte aan een stereotypering, waar ze het eigenlijk niet mee eens was. Ze heeft zich intussen al meermaals publiekelijk uitgesproken tegen de stereotypering van Tippi Wan.

Carreon: ‘Ik speelde dertig jaar geleden in Miss Saigon, twintig jaar geleden in Gooische Vrouwen en de tijden zijn echt veranderd. Ik maak me sindsdien óók hard voor meer bewuste representatie en heb in het theater al veel mooie rollen gespeeld. Maar ik merk wel dat in de film- en televisiewereld meer bewustzijn nodig is, dat we daar nog constant moeten wijzen op stereotypering en de effecten daarvan.’

De Vietnamees-Nederlandse acteur Nhung Dam, tevens schrijver en columnist bij onder andere Het Noordhollands Dagblad: Ik ben blij dat ik meer ruimte durf in te nemen om activistischer en rebelser te zijn dan aan het begin van mijn carrière. Ik zou willen dat we op een dag ook niet meer dankbaar hoeven te zijn voor een plekje op het podium, dat onze rollen niet alleen maar met Aziatische representatie te maken hebben. Maar dat we gewoon dankbaar mogen zijn omdat we een toffe rol mogen spelen, ongeacht onze afkomst.’

Stem laten gelden

Li benadrukt dat dit mede komt doordat in Nederland nog altijd te weinig verhalen door mensen van Aziatische afkomst worden verbeeld. Een recent voorbeeld is de Nederlandse film Bon Bini Bangkok Nights (2024) met Jandino Asporaat. Omdat er nog steeds zulke films verschijnen, waarin typecasting en stereotypering haast worden omarmd, is hun bewerking van Madama Butterfly volgens Li noodzakelijk. ‘Onze voorstelling opent de weg naar veelvuldigheid. En we kunnen dat alleen op gang brengen als we onze stem laten gelden’, aldus Li.

In bijvoorbeeld de Verenigde Staten worden die verhalen volgens hen wel al verteld. Zo verscheen in 2018 de eerste wereldwijde kaskraker met een volledig Aziatische cast, Crazy Rich Asians. Deze succesvolle romantische comedy wordt door de filmpers als een mijlpaal beschouwd. Ook een aantal Amerikaans-Aziatische vrouwen, zoals de succesvolle stand-upcomedian Ali Wong en rapper, comedian en acteur Awkwafina, creëerden voor zichzelf film- en televisierollen waarin ze gelaagde, stoere, zinnelijke en soms heerlijk grofgebekte personages spelen. Rollen waarmee ze tegelijkertijd vooroordelen ondermijnen. En neem Michelle Yeoh, die in 2023 als eerste Aziatische vrouw een Oscar ontving voor haar hoofdrol in Everything Everywhere All at Once.

Nhung Dam: ‘Als kind wil je dat het plafond voor jou even hoog is als voor je klasgenoten, ongeacht je achtergrond. Je wilt ook kunnen dromen dat je op een dag álles kunt doen. Het is nu al stukken beter dan toen ik net begon aan mijn carrière, zo’n vijftien jaar geleden. Maar ik heb wel het idee dat de stemmen vanuit de Nederlands-Aziatische gemeenschap een beetje achterblijven. We zijn in de afgelopen drie à vier jaar langzaam wel wat zichtbaarder geworden. Op televisie, maar ook in het theater met voorstellingen als Happy in Holland en De bananengeneratie. Maar in Amerika en Engeland zijn ze al veel verder.

Alles kunnen spelen

‘Ik wil alles kunnen spelen, maar dan wel op mijn voorwaarden en niet alleen wanneer het geschreven is door iemand die ver van onze cultuur afstaat. Het maken van dit stuk, met zo’n Nederlands-Aziatische cast, regisseur en schrijver, voelt daarom ook veel veiliger: wij doen dit samen.’

Carreon: ‘Voor mij is dat ook het positieve hieraan. We kunnen de opera niet verbieden en niet voorkomen dat we weer eens worden getypecast. Maar we kunnen wel telkens die stereotypering aankaarten. Daarom ga ik ook altijd in gesprek met regisseurs die me een rol aanbieden: hoe kijk jij eigenlijk naar de vrouw die ik speel?’

In de derde akte van deze Madame Butterfly komt ook duidelijk een weerwoord naar voren. Alle Nederlands-Aziatische acteurs komen weer de vloer op. Een vloer die ze zich nu toe-eigenen. Terwijl ze in alledaagse kleding naast elkaar staan, bedenken ze hardop hoe ze dit gaan doen.

Dam schreeuwt vanaf het podium: ‘Alle problematische verhalen: dood!’ Maar ze voelen ook, pioniers die ze zijn, een bepaalde druk en verwarring over hoe ze zich hun narratief eigen moeten maken. Hoe het ook zij, Dam is er van overtuigd dat ze nu kunst moeten maken waarin jonge Aziatische meiden in de verre toekomst zich wél kunnen herkennen en waar ze trots op kunnen zijn.

Dam: ‘Terwijl ik die scène speel, voelt het voor mij alsof ik een soort gesprek met de bedenkers van Madama Butterfly voer.’

Carreon: ‘We zeggen dan ook: wij zijn zo veel meer dan de luttele representatie die we tot nu toe hebben gekregen. We zijn óók intelligent, interessant, boos, gepassioneerd.’

Dam: ‘Maar dat we dit moeten onderstrepen vind ik eigenlijk gênant. Het liefst ben ik al een fase verder, waarin we dit niet meer hoeven te zeggen.’

Madame Butterfly door Theater Oostpool gaat op 1/3 in première en is t/m 17/5 te zien.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next