Home

‘Daders van delicten wor­den niet steeds jonger, maar een kleine, geweld­dadige groep valt op’

Afgelopen weken vonden twee schiet- en steekincidenten met tieners plaats. Worden daders van ernstige delicten steeds jonger? Nee, zegt criminoloog Jeroen van den Broek. ‘Het beeld is vertekend.’

is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.

Jeroen van den Broek groeide op in Schiedam, op een steenworp afstand van de plek waar vorige week een 13-jarige jongen werd doodgestoken door – vermoedelijk – een leeftijdsgenoot. Van den Broeks ouders wonen er nog steeds. ‘De hele wijk is in rep en roer’, zegt de criminoloog, die aan de Erasmus Universiteit promoveert op veldonderzoek waarin hij met criminele tieners optrekt.

Eerder deze maand vond in Rotterdam al een schietincident met minderjarigen plaats: een jongen van 11 ligt in kritieke toestand in het ziekenhuis. Zes tieners werden daarvoor opgepakt. Het zijn vreselijke gebeurtenissen – daar wil Van den Broek niets aan afdoen. ‘Maar het beeld dat hierdoor ontstaat over jeugdcriminaliteit, klopt niet.’

Hij kan gemakkelijk ‘levelen’ met criminele jongeren, zegt Van den Broek. Niet dat hij zelf een achtergrond heeft op de straat, maar hij heeft zijn leeftijd (36) mee, waardoor ze hem ‘nog een beetje zien als iemand waar ze wel tof mee kunnen hangen’. En wellicht ook zijn Schiedamse accent, zijn straatachtige ‘ja toch’, als hij ergens mee instemt.

Worden daders steeds jonger?

‘Nee. Sterker nog: de gemiddelde leeftijd van daders is juist licht toegenomen. Zowel de leeftijd waarop mensen hun eerste delict plegen, als de leeftijd waarop ze hun meest heftige misdaad begaan, is de afgelopen jaren gestegen. Bovendien is de gehele jeugdcriminaliteit in het afgelopen decennium ruim gehalveerd.’

Dat zijn gemiddelden. Vinden er steeds vaker uitschieters plaats, van levensdelicten gepleegd door tieners?

‘Sinds 2019 zag het OM een stijging van het aantal strafzaken tegen jongeren die worden verdacht van een ernstig gewelds- of levensdelict. Die trend daalde weer, sinds 2023, maar het aantal bleef relatief hoog.

‘Of de incidenten van afgelopen weken in zo’n trend passen, weten we nog niet. De meest recente cijfers komen uit 2023. En al zouden we nu zien dat er in de eerste maanden van dit jaar meer incidenten plaatsvinden dan in heel vorig jaar, dan kunnen we nog niet uitsluiten dat dat toeval is.

‘Nederland is zo klein, dat als er in Rotterdam een groot conflict tussen twee groepen speelt waarbij ze elkaar een paar keer te lijf gaan, er direct een piek zichtbaar kan zijn in het aantal incidenten. Terwijl die stijging dan is terug te voeren op één specifieke vete, niet op een hele generatie.

‘Er gaan jaren overheen voor we er iets nuttigs over kunnen zeggen. Dat is geen populaire boodschap: veel burgers, maar ook professionals, trekken zelf al de conclusie dat dit soort incidenten toeneemt.’

Waar komt dat gevoel bij mensen vandaan?

‘De kleine groep jongeren die ernstige delicten pleegt, maakt relatief een steeds groter deel uit van de kleiner wordende groep jeugddelinquenten. Daardoor ontstaat het beeld bij professionals en in de media dat de jeugdcriminaliteit verjongt en verhardt. Terwijl dat in feite maar bij een heel kleine, specifieke groep gebeurt.’

Wat voor groep is dat?

‘Dat zijn de jongeren die in een onveilige omgeving opgroeien, bijvoorbeeld met een afwezige vader en een moeder die verslaafd is. Die meer risicofactoren kennen, zoals opgroeien in een bepaalde wijk, dan beschermende factoren als een fijn gezin, of intelligentie.

‘Ze zijn boos op de ‘civiele’ wereld en hebben het gevoel dat ze daarin niet meetellen, bijvoorbeeld omdat ze worden gediscrimineerd vanwege hun migratieachtergrond. Dus zoeken ze mensen op in die andere wereld, op straat, die vergelijkbare gevoelens hebben, aan wie ze dat niet hoeven uit te leggen.

‘Jongerenwerkers proberen hen langzaam terug te halen. Door uit te leggen: die straatwereld is niet zo tof als die nu misschien lijkt. Maar zeker nu steeds vaker een meneer met wit haar op televisie dingen roept waar aan alle kanten uit blijkt dat deze jongeren niet welkom zijn, wordt de straat alleen maar aantrekkelijker. Het is moeilijk om hen met droge ogen te vertellen dat ze hier heus wel gewild zijn.’

Wat hebben zij nodig?

‘Laagdrempelige gezondheidszorg in de wijk. Deze jongeren hebben soms trauma’s en problemen met hechting, maar toch komen ze zelden bij een psycholoog terecht.

‘Maar feit blijft: de dingen die zij veelal missen, zoals een vaderfiguur, zijn lastig te vervangen. Uiteindelijk wil zo iemand gewoon horen: zoon, ik ben trots op je.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next