Ruim 43 jaar na de massamoord in Hama kunnen Syriërs voor het eerst stilstaan bij het bloedbad dat het regime in 1982 in de stad aanrichtte. Een herdenking van de tienduizenden doden, onder dictator Bashar al-Assad nog verboden, is plots mogelijk. ‘We moeten het verleden nooit vergeten.’
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
In de hemel boven Hama hebben de duiven vrij spel. Ze scheren over de daken en trekken zich niets aan van het leven beneden. Dat de grond bezaaid is met brokstukken, overwoekerd met onkruid, ontgaat hun. De brokstukken liggen er al meer dan veertig jaar, onaangeroerd. Ze ogen als een mysterie. De eigenaar van de duiven, de 67-jarige Mohammed Sheikh Khalil, is oud genoeg om te weten wat voor verschrikkingen zich hier, pal voor zijn huis, hebben afgespeeld. Hij was er zelf bij.
Jarenlang was het strikt verboden om over die verschrikkingen te praten. ‘Als ik dat een half jaar geleden nog had gedaan,’ zegt de oude man, leunend op een wandelstok, ‘dan was mijn kop er afgegaan.’ Maar dit is het nieuwe Syrië. De Assad-dynastie is weg, op de waarheid staat geen doodstraf meer. Dat geldt ook voor het beruchte bloedbad van 1982, waar de inwoners van de Syrische stad Hama deze maand bij stilstaan.
Kort de feiten: in de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw was Hama een broeinest van verzet. De moslimbroederschap begon een opstand en pleegde een mislukte aanslag op toenmalig president Hafiz al-Assad, de vader van de latere dictator Bashar. In februari ’82 stuurde Hafiz zijn broer Rifaat, hoofd van een elite-eenheid, met diens manschappen naar Hama om het verzet de kop in te drukken.
Telefoonlijnen werden doorgeknipt, de stad raakte van de buitenwereld afgesloten. Mannen, vrouwen en kinderen werden uit hun huizen gesleurd en geëxecuteerd. Het eeuwenoude stadscentrum werd voor een fors deel platgewalst, waaronder de wijk van Mohammed Sheikh Khalil. Vandaar het achtergebleven puin. ‘Ik wil geen huis zien dat niet in de fik staat’, zou Rifaat al-Assad tegen zijn troepen hebben gezegd.
Volgens schattingen kwamen er in vier weken tijd ongeveer veertigduizend Syriërs om het leven. Duizenden anderen werden opgepakt, van wie sommigen nooit zijn teruggevonden. De methode-Hama werd een blauwdruk, een voorbeeld, een boodschap aan de bevolking: dit is wat er met je gebeurt als je je stem verheft. Een kleine dertig jaar later zou Bashar al-Assad hetzelfde draaiboek toepassen.
Nu Assad weg is, kunnen de inwoners voor het eerst openlijk rouwen. Eind januari, niet lang na het bezoek van de Volkskrant, organiseerden de nieuwe machthebbers in Hama een grote herdenking. Nabestaanden droegen vergeelde foto’s van hun omgekomen geliefden. ‘Mijn ogen, mijn ogen’, klonk het in een bekend lied uit honderden kelen. ‘Mijn ogen huilen [voor de stad].’
Meer dan de helft van zijn leven heeft Mohammed Sheikh Khalil, gekleed in een grijze dishdasha, over de moordpartijen moeten zwijgen. Nu vertelt hij zijn verhaal voor het eerst aan een journalist, zijn ogen verscholen achter een zonnebril. Toen de soldaten de wijk binnenkwamen, vluchtte hij met tientallen anderen een kelder in. Na drie weken werd hij ontdekt en tegen de muur gezet om geëxecuteerd te worden.
Khalil overleefde, naar eigen zeggen omdat zijn neef een luitenant kende en een goed woordje deed. Hij zag de lijken in de straat liggen, ‘ik denk wel honderden’. Hij is blij dat hij er nu over kan praten, zegt hij, ofschoon de angst nog zichtbaar is in zijn gezicht. Bij de naam Hafiz trilt zijn onderlip.
Welke vijftigplusser je ook spreekt in de binnenstad, de doorwerking van ‘82 is er altijd. Zoals bij de 54-jarige Qussayd Assar. Hij komt uit een zeer politieke familie: een broer zat jarenlang in de cel, een andere werd door het regime omgebracht. Als tiener werd hij door de geheime dienst voor drie dagen vastgezet, in de hoop dat hij een neef zou verklikken.
Toen hij nadien solliciteerde bij een reeks ministeries, werd hij, ofschoon zelf niet politiek actief, vanwege dat ‘anti-Assadprofiel’ geweigerd. Met veel moeite wist hij een baan te bemachtigen op het provinciehuis. En nu? Er volgt een spottende lach. ‘Nu hoor ik als ambtenaar bij het ‘oude bewind’, en willen ze me weg hebben. Kun je het geloven? Eerst was ik zogenaamd een moslimbroeder, nu ben ik pro-Assad. En ik ben geen van beide!’
Hoe moet de stad omgaan met de erfenis van ’82? Moet er een monument komen, een jaarlijkse herdenking? De eerste stap, stelt het Syrische Netwerk voor Mensenrechten (SNHR), is een grootschalig onderzoek, gevolgd door het opsporen en berechten van de daders, en dan met name van de nu 87-jarige Rifaat al-Assad, bijgenaamd ‘de slager van Hama’, voor wie de autoriteiten in Zwitserland (zijn oude woonplaats) een arrestatiebevel uitvaardigden wegens oorlogsmisdaden.
Eind vorig jaar, toen het regime viel, zou hij naar Libanon zijn gevlucht en van daaruit naar Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten. ‘Ik hoop dat de nieuwe Syrische autoriteiten om zijn uitlevering vragen’, aldus SNHR-directeur Fadel Abdul Ghany aan de telefoon.
Op het centrale plein van Hama vindt deze namiddag een manifestatie plaats om de val van het regime te vieren. Er wordt gezongen en geklapt, de mannen en vrouwen netjes in gescheiden vakken, getrouw de orthodox-islamitische principes van de nieuwe machthebbers. Sommige twintigers en dertigers zeggen dat er belangrijker werk aan de winkel is dan een massamoord van veertig jaar geleden herdenken. ‘De prioriteit moet liggen bij de massagraven uit de periode sinds 2011’, vindt de 29-jarige Omar Agha.
Anderen zijn het daar niet mee eens. ‘We moeten het verleden nooit vergeten’, zegt de 20-jarige Ibtissam Ghazzy, een tweedejaarsstudent architectuur met een vlaggetje van het nieuwe Syrië op haar wang. Ze zegt dat ze een plan heeft: de huizen die in ’82 werden platgewalst, wil ze in ere herstellen. Met een ernstig gezicht: ‘Ik wil de stad volledig veranderen.’ En weg is ze, verdwenen in het feestgedruis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant