De Koerdische leider Abdullah Öcalan roept de Koerdische militante beweging PKK op zichzelf te ontbinden en de wapens neer te leggen. De oproep kan een nieuw vredesproces in Turkije in gang zetten en betekent mogelijk een einde aan veertig jaar gewapende strijd.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
De oproep werd donderdag voorgelezen op een persconferentie van de Koerdischgezinde Democratische Partij van de Volkeren (DEM). ‘Roep uw congres bijeen en neem een beslissing; alle groepen moeten hun wapens neerleggen en de PKK moet zichzelf ontbinden’, aldus de brief van Öcalan, gericht aan de leiding van de door hem in 1978 opgerichte beweging. Als daaraan gevolg wordt gegeven, zou er een eind kunnen komen aan veertig jaar gewapende strijd in Turkije.
Een delegatie van DEM had eerder op de dag een bezoek gebracht aan de PKK-leider, die op het Turkse eilandje Imrali sinds 1999 een levenslange gevangenisstraf uitzit. Na afloop gaf de uit zeven personen bestaande delegatie in Istanbul een persconferentie onder het motto ‘Oproep voor vrede en een democratische samenleving’.
Kennelijk gebeurde dit alles met goedvinden van de autoriteiten, die immers toestemming moesten geven voor het bezoek aan Imrali. Twee keer eerder had een DEM-delegatie sinds december met Öcalan gesproken. Dit nadat de Koerdische leider vele jaren in afzondering had doorgebracht.
In eerdere vredesgezinde verklaringen van Öcalan, voor het laatst in 2013, waren altijd voorwaarden en vaagheden ingebouwd. Daarvan lijkt nu geen sprake te zijn. Dat vergroot de kans dat de oproep daadwerkelijk resultaat zal hebben.
Door zijn gevangenschap en isolement fungeert Öcalan feitelijk niet als het hoofd van de PKK-organisatie. De andere leiders hebben zich verschanst in kampen in het Qandil-gebergte in Noord-Irak. Doordat zij decennialang de guerrilla hebben voortgezet, is de gewapende strijd voor hen bijna de reden van bestaan geworden. Voor hen zal het wellicht moeilijk zijn de historische stap naar vrede met de Turkse staat te zetten.
In de brede Koerdische beweging wordt Öcalan echter vereerd als een halve heilige. Het is voor PKK-aanhangers zo goed als onmogelijk zijn woorden in twijfel te trekken. De leiders van de beweging in Qandil zullen dit dan ook niet openlijk doen. In de fase die nu waarschijnlijk volgt, van directe of indirecte onderhandelingen met de Turkse regering, kunnen zij echter alsnog de voorwaarden inbouwen die in de brief van Öcalan ontbreken.
Een eerste, voorzichtige, reactie donderdag van de kant van de Turkse regering was positief van toon. Vicevoorzitter Efkan Ala van de regerende AK-partij zei dat Turkije zal worden ‘bevrijd van zijn ketenen’ als de PKK inderdaad de wapens neerlegt en zichzelf ontbindt. Volgens Ala gaat de regering ervan uit dat de PKK gehoor zal geven aan de oproep van Öcalan.
De oorlog tussen de PKK en de Turkse staat begon in 1984. Aanvankelijk eisten de Koerden een eigen staat, maar van dat doel nam Öcalan kort na zijn arrestatie in 1999 afstand. Sindsdien bepleitte hij een vage vorm van anarchisme, door hem ‘democratisch confederalisme’ genoemd.
De strijd heeft de afgelopen vier decennia aan meer dan veertigduizend mensen het leven gekost. In de jaren negentig werden twee- tot vierduizend Koerdische dorpen in het zuidoosten van Turkije door het Turkse leger ontvolkt en verbrand, in een poging een eind te maken aan de biotoop van de guerrillastrijders. Marteling in gevangenissen was destijds schering en inslag.
In Turkije is het geweld tussen het leger en de Koerdische guerrillastrijders grotendeels verleden tijd. De gewapende strijd geniet niet langer de steun van de Koerdische bevolking. De PKK is in Turkije militair gezien vrijwel vernietigd, met behulp van drones en andere technologie. Ook in het Qandil-gebergte zijn de guerrillastrijders niet veilig voor de Turkse luchtmacht.
Sinds ruim tien jaar is de strijd voor de Koerdische identiteit voornamelijk verplaatst naar het noordoosten van Syrië. De aan de PKK gelieerde militie PYD bestuurt daar de autonome regio Rojava, tot groot ongenoegen van Ankara.
Wat een mogelijk vredesproces in Turkije zou betekenen voor de Koerden in Syrië, is de vraag. De Turkse regering is erop gebeten ook de PYD en de door haar gecontroleerde militie SDF te ontwapenen en zich te laten ontbinden. Mogelijk brengt rust aan het Turkse thuisfront de regering van president Recep Tayyip Erdogan ertoe genoegen te nemen met een compromis tussen de PYD en de nieuwe machthebbers in Syrië.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant