Met haar glorieuze rol in ‘The Substance’ maakt Demi Moore voor het eerst kans op een Oscar. Wat betekent het succes van die film voor de 62-jarige actrice, die zich jarenlang met moeite staande hield in het misogyne en door uiterlijk geobsedeerde Hollywood?
Vaak is het ongeloofwaardig als een Hollywoodster bij het in ontvangst nemen van een belangrijke prijs kraait: ‘O wauw, ik had dit echt niet verwacht!’ Maar toen Demi Moore haar speech zo begon, nadat ze bij The Golden Globes in januari de prijs voor beste actrice had gewonnen voor haar rol in The Substance, leek die zin volkomen gepast. Op het podium hield ze het goudkleurige beeld nerveus in haar handen en vervolgde ze: ‘In de 45 jaar dat ik dit doe, is dit de eerste keer dat ik iets win als acteur.’ Er klonk gejoel in de zaal, van oprecht meevoelen.
Als de peilingen kloppen, zal ze aankomende zondag wederom op het podium worden geroepen, dit keer voor een Oscar. Het krijgen van die prijs zou een grootse en terechte overwinning zijn. Want haar rol in The Substance als een oudere actrice die vergaande maatregelen neemt om haar jeugd te behouden, is niet alleen razendknap acteerwerk; de film staat voor veel meer in het oeuvre en leven van Demi Moore. En misschien wel voor alle actrices die hun hoogtijdagen hadden in het voor vrouwen weinig vriendelijke (lees: ronduit misogyne) Hollywood van de jaren negentig.
Demi Moore speelt een van haar beste rollen ooit in ‘The Substance’, schrijft filmrecensent Kevin Toma in zijn viersterrenrecensie.
Regisseur Coralie Fargeat vertelt hoe vanzelfsprekend het voor haar was om Moore voor de hoofdrol te vragen: ‘Ze koos de ene na de andere rol die het vrouwelijke stereotype kantelde.’
In haar Golden Globe-speech memoreerde ze de producent die haar dertig jaar geleden een ‘popcorn-actrice’ had genoemd. Dat moet rond 1995 zijn geweest, toen Moore al in films had gespeeld die in ieder geval tot de commercieel succesvolste van die tijd behoorden. Zoals haar doorbraakrol in Ghost (1990). die met meer dan een half miljard dollar aan wereldwijde box office-opbrengsten de best verdienende film van het jaar was.
Ook de films die daarop volgden, waaronder de militaire rechtbankthriller A Few Good Men (1992), het intrigerende overspeldrama Indecent Proposal (1993) en de thriller Disclosure (1994), waren lucratief voor de filmmaatschappijen, en op een gegeven moment ook Moore zelf.
Maar dat Moore zich niet moest verbeelden dat ze werd gecast vanwege haar talent, maar des te meer vanwege haar uiterlijk, werd haar elke keer weer duidelijk gemaakt door de regisseurs en producenten met wie ze werkte.
Als ze anders in elkaar had gezeten of wat zelfverzekerder was geweest, had ze misschien andere keuzen gemaakt. Als jonge actrice behoorde ze tot de spannende en getalenteerde Brat Pack, waarvan ook Rob Lowe, Emilio Estevez en Molly Ringwald deel uitmaakten.
Ze speelde in de destijds als artistiek interessant bestempelde film St. Elmo’s Fire (1985), een verademing in het door witte mannen met biceps (Sylvester Stallone, Bruce Willis, Arnold Schwarzenegger) gedomineerde Hollywood van de jaren tachtig.
Maar de kant die bijvoorbeeld de meer ingetogen Ringwald opging, die voor kleinere, kunstzinnigere films koos, was niet de weg die Moore ambieerde. Mogelijk had dat te maken met haar afkomst. Haar turbulente, onveilige jeugd, met een bipolaire moeder en een vader die, leerde ze pas veel later, niet haar biologische vader was, had haar een breekbaar zelfbeeld opgeleverd. Een gegeven dat vaak aanleiding blijkt voor een levenslange zoektocht naar erkenning.
Dat blijkt ook wel uit haar in 2019 verschenen memoires Inside Out. In het boek verhaalt ze over haar jeugd, haar carrière, haar kinderen en haar huwelijken. Maar vooral gaat het over de relatie met haar lichaam. Ze beschrijft hoe dat in onze ogen misschien wel perfecte lichaam voor haarzelf een bron van lijden was. Omdat het nooit goed was, nooit dun genoeg. Uit het boek blijkt hoezeer actrices in de jaren negentig werden gezien als handelswaar. Dus het gíng ook steeds over haar uiterlijk.
Een van de eersten die over haar lichaam begon, was Ed Zwick. Hij regisseerde haar in About Last Night (1986) en had de toen 24-jaar oude Moore ‘te dik’ genoemd. Vanaf dat moment begon ze streng te letten op haar voeding en haar fitnessregime. Toen ze een paar jaar later door Adrian Lyne werd gecast voor Indecent Proposal, een film waarin ze veel naakt te zien zou zijn, ging ze zelfs zo strikt vasten en trainen dat hij zich kapot schrok toen hij haar weer zag, omdat ze ‘te mager’ zou zijn. Ook dat werd weer benoemd.
Als iemands lichaam door de tijd heen veel besproken is, dan is het wel dat van Moore. Haar naakte lichaam, haar zwangere lichaam (vastgelegd op de beroemde cover van Vanity Fair in 1991), haar getrainde lichaam (voor haar rol in G.I. Jane, 1997, en opnieuw in Charlie’s Angels: Full Throttle, 2003), haar gebotoxte lichaam.
En laat dat lichaam nu weer de hoofdrol spelen in de film waarmee ze zoveel succes heeft en prijzen wint. In The Substance is ze meer dan de helft van de tijd naakt. Weer zoomt de camera minutieus in op elk stukje huid, op haar benen, haar (veelbesproken) billen, haar rug, haar borsten, haar hals, haar gezicht. De film gaat over zelfhaat en op de momenten dat Moore naar zichzelf in de spiegel kijkt, zie je de afschuw in haar ogen. Het is gespeeld én het is echt.
In haar Golden Globe-speech vertelde Moore dat de ‘popcorn-opmerking’ van de producent haar had aangetast – ze gebruikte het woord ‘gecorrodeerd’ – en dat ze er zelf steeds meer in was gaan geloven. De vrees dat ze, nu ze ouder werd, nóg minder waard was, een gegeven waarmee veel actrices worstelen, zat zo diep dat ze dacht dat haar carrière misschien wel over was.
En toen, op dat dieptepunt in haar leven, was dat ‘magische, gedurfde, buitengewone script’ op haar bureau beland, waarmee ‘het universum haar vertelde dat ze nog niet klaar was’.
Een script dat bovendien precies gaat over waarmee ze zelf zo worstelde: de obsessie voor uiterlijkheden van de entertainmentindustrie. Intuïtief wist Moore dat het aangaan van dit project wel eens haar redding zou kunnen zijn. Het is eigenlijk precies zoals 13de eeuwse soefie-dichter Rumi schreef: ‘De remedie tegen de pijn zit ín de pijn.’
En daarmee is de 62-jarige Moore klaar voor een veelbelovende toekomst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant