Home

Beleggers blijven huurhuizen dumpen; huurders zien aanbod slinken, maar markt voor starters is iets verruimd

De stijging van de verkoop van huurhuizen door beleggers zet door. Dat concludeert het Kadaster op basis van de verkopen in het laatste kwartaal van 2024. In ieder kwartaal van het afgelopen jaar werden meer huurwoningen verkocht dan in dezelfde periode een jaar eerder.

De verkopen zijn een gevolg van de aanpassing van huurregels en fiscale maatregelen, aldus het Kadaster. De dienst voor eigendomsregistratie wijst op de verhoogde overdrachtsbelasting voor beleggers en de gestegen rente voor leningen. Ook de invoering van de opkoopbescherming speelt een rol, die goedkopere koopwoningen uit handen van beleggers houdt. Als laatste wijst het Kadaster op de Wet Betaalbare Huur, die voor naar schatting 300 duizend woningen de huurinkomsten heeft verlaagd.

Sinds 2021 verkochten investeerders elk kwartaal meer woningen dan zij kochten. In het vierde kwartaal van het afgelopen jaar waren dat ruim twintigduizend woningen. Over het hele jaar waren dat er ruim 53 duizend.

Het totale aantal private huurwoningen is daarmee vorig jaar licht afgenomen, zegt onderzoeker Lianne Hans in een toelichting op haar Kadaster-cijfers. ‘De transactiecijfers lijken heel dramatisch, maar het gaat om een verlies van een beperkt aantal huurwoningen. Overigens verdwijnen verkochte woningen natuurlijk niet uit de woningvoorraad. Die worden gewoon weer bewoond, alleen nu door de kopers, onder wie veel starters.’

Belangrijk meetpunt

De cijfers zijn een belangrijk meetpunt voor minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting. De verkoop van duizenden huurwoningen is mogelijk aanleiding de regelgeving rond verhuur nog aan te passen. De daling van investeringen in de nieuwbouw van huurwoningen kan eenzelfde rol spelen. Het is de vraag of het effect zo groot is dat de minister aanleiding ziet tot ingrijpen. Hans: ‘De weging daarvan is een zaak voor de beleidsmakers.’

Bij de verkoop van een enkele woning, gingen er ‘veel meer’ woningen van huur naar koop dan andersom. Sinds 2023 neemt dat verschil steeds verder toe. Particuliere (kleinere) investeerders verkochten in het vierde kwartaal van vorig jaar 5,3 duizend woningen aan eigenaar bewoners. Eind 2020 was dat ongeveer andersom. Toen waren beleggers nog enthousiast over de verdiensten op huurwoningen. Zij kochten in dat kwartaal 6.350 woningen van eigenaar-bewoners, huizen die zij vervolgens te huur aanboden.

Het Kadaster keek voor het eerst ook naar particulieren met een tweede huis in eigendom. Normaal blijft die groep buiten beschouwing, omdat niet altijd duidelijk is hoe deze woning wordt gebruikt. Soms is dat voor bewoning door een studerend kind, soms wordt het huis nog aangehouden in afwachting van de verbouwing van een volgend koophuis.

Het Kadaster concludeert, samen met het CBS, dat zo’n 70 procent van deze woningen wordt verhuurd. Van 2021 tot midden 2024 werden er steeds minder tweede woningen gekocht en meer verkocht. Daarmee volgen de kleinste huisbazen dus de particuliere verhuurders van twee of meer woningen.

De mensen die de huurwoningen kochten voor eigen bewoning waren de winnaars. In zulke transacties werd in het laatste kwartaal gemiddeld 383 duizend euro betaald. Het ging dus om lager geprijsde woningen. Van deze huizen ging 65 procent naar een koopstarter, een debutant op de koopwoningmarkt.

Investeerders

Investeerders bleven ook huizen aankopen. Alle investeerders, groot en klein, kochten in het vierde kwartaal meer woningen dan een jaar eerder. Vooral de grote bedrijfsmatige investeerders sloegen toe, met de verwerving van bijna 5 duizend woningen. Dat is bijna 60 procent meer dan een jaar eerder. De verkoper was zeven van de tien keer een andere investeerder.

Op 1 januari vorig jaar was 9,6 procent van de Nederlandse woningvoorraad in bezit van grote en kleine investeerders. Op de eerste dag van dit jaar was dat 9,2 procent. Die afname kwam vooral door de verkopen van particuliere investeerders (met 3 tot 9 woningen). Die hadden zo’n achttienduizend woningen minder in bezit dan een jaar eerder. Hun aandeel in de woningvoorraad daalde in een jaar van 3,9 procent naar 3,6 procent. Bedrijfsmatige investeerders kregen er vorig jaar juist bijna vijtienduizend woningen bij. Vooral de grotere onder hen zagen hun bezit groeien, vooral door nieuwbouw.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next