De Oekraïense regering had de oorlog ‘nooit moeten beginnen’ omdat ze ‘een deal hadden kunnen sluiten’. Het is Trumps verbijsterende visie op de Russische inval. Maar een die in het Westen helaas niet zonder weerklank is.
Oorlog is het afschuwelijkste wat er bestaat. Oorlogen moeten worden voorkomen en als ze toch uitbreken moet alles op alles worden gezet ze te beëindigen. Tot zover datgene wat geen zinnig mens betwist.
Wegen scheiden zich zodra de vraag rijst hoe een oorlog moet worden beëindigd. De ene oorlog is de andere niet. De geschiedenis grossiert in voorbeelden van oorlogen die, door de manier waarop ze werden beëindigd, de opmaat vormden van meer van het afschuwelijkste wat er bestaat. Een gevolg daarvan is spanning tussen mensen die zeggen dat een oorlog moet stoppen en mensen die eraan toevoegen dat het uitmaakt hoe een oorlog stopt.
Een van de beste omschrijvingen van de oorlog die Poetin begon tegen Oekraïne komt van de Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov: ‘een oorlog tegen het geluk van gewone landen’. Tot 1991 maakten Rusland en Oekraïne deel uit van ‘een ongewoon land’, een groot totalitair imperium, de Sovjet-Unie. Amper tien jaar na het uiteenvallen daarvan was al duidelijk dat ze zich verschillend ontwikkelden.
Na de machtsgreep van Poetin keerden in Rusland Sovjet-praktijken terug. Daarna ging het van kwaad tot erger. Tegenwoordig is Rusland een politiestaat waarin andersdenkenden worden vermoord of voor jaren in kampen verdwijnen, bestudering van het verleden is verboden, seksuele minderheden niet mogen bestaan en verklikken door de overheid wordt aangemoedigd.
In Oekraïne keerden Sovjet-praktijken niet terug. Er vonden ondanks Russische sabotagepogingen democratische machtswisselingen plaats. De persvrijheid was er na 2004 onbedreigd en er kon vrij over het verleden worden gesproken. Dat had zo door kunnen gaan als Poetin deze voormalige Sovjetrepubliek niet had beschouwd als deel van zijn invloedssfeer.
Over de auteur
Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant. Van 1999 tot 2008 was hij correspondent voor deze krant in Oost-Europa.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Tweemaal kwam de Oekraïense bevolking in opstand tegen Russische inmenging en voor het recht op ‘het geluk van gewone landen’, in de herfst van 2004 en in de winter van 2013-2014. Poetin strafte Oekraïne daarna met de annexatie van de Krim en een oorlog in de Donbas. Acht jaar later, in februari 2022, gaf hij opdracht tot een grootschalige invasie, in de overtuiging dat het Zelensky-bewind meteen zou instorten en het land snel onder de voet kon worden gelopen. Oekraïners verbaasden daarna vriend en vijand door tegen een enorme overmacht stand te houden.
Westerse militaire steun kwam langzaam op gang. Wat Oekraïne kreeg, was steevast minder dan wat Oekraïne nodig had. Maar na drie jaar, honderdduizenden doden en miljoenen van huis en haard verdreven inwoners, houdt Oekraïne nog altijd stand tegen een overmacht.
Het aantreden van een Amerikaanse president die affiniteit heeft met Poetin was het slechtste wat Oekraïne in deze strijd kon overkomen. Tijdens zijn campagne in 2024 pochte Trump dat hij de partijen zou dwingen ‘een deal’ te sluiten. Dat hij in Saoedi-Arabië rechtstreekse besprekingen met Rusland zou beginnen zónder Oekraïne, was een nog slechter scenario dan waar rekening mee werd gehouden. Op een verbijsterende persconferentie zei Trump vorige week tegen de Oekraïense regering: ‘Je had hem (de oorlog) nooit moeten beginnen. Je had een deal kunnen sluiten.’
Het zou makkelijk zijn als we deze kijk op de oorlog konden afdoen als een aberratie van een vastgoedmagnaat, bekend van The Art Of The Deal. Helaas, het idee dat waar twee vechten twee schuld hebben, is sinds de Russische invasie in westerse landen door mensen met diverse achtergronden uitgedragen.
Al eind 2022 kwamen Nederlandse prominenten – van oud-politici als Hedy d’Ancona tot oud-bankpresident Nout Wellink – met een oproep aan de Nederlandse regering zich in te spannen Rusland en Oekraïne naar de onderhandelingstafel te dwingen. Illustratief daarin was de zin: ‘De strijdende partijen lijken niet bij machte een diplomatieke uitweg te vinden en zoeken hun heil in doorvechten.’ Strijdende partijen die niet bij machte zijn om de tafel te gaan zitten: dat is bepaald iets anders dan een democratisch land met internationaal erkende grenzen dat zich verdedigde toen het werd binnengevallen door een aangrenzende militaire grootmacht geleid door een dictator met rancune over het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
Naarmate deze oorlog langer blijft duren, wordt de achtergrond helaas steeds minder belicht, of domweg verduisterd, zoals in het boek De gelaagde oorlog in Oekraïne en de botsing van de grootmachten van vredesactivist Guido van Leemput, waaruit we leren dat het Westen Poetin provoceerde. In december schreef Van Leemput in deze krant: ‘Het is hoog tijd afstand te nemen van vijandbeelden, van alarmisme, van wapenwedloop en oorlogsretoriek.’
In een interview met de Volkskrant in dezelfde maand zei de Oekraïense mensenrechtenadvocaat Oleksandra Matviichuk (in 2022 bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede) over westerse mensen als Van Leemput: ‘Deze mensen moeten eens naar Oekraïne komen om met hun eigen ogen te zien wat daar gebeurt. (...) Poetin wil de wereld ervan overtuigen dat democratie, rechtsstaat en mensenrechten valse waarden zijn die je niet kunnen beschermen tegen oorlog.’
Probleem voor haar en andere Oekraïense mensenrechtenactivisten is dat in West-Europa inmiddels een derde van de kiezers stemt op rechts-populistische partijen die rechtsstatelijkheid en mensenrechten ‘valse waarden’ vinden. Bijna al die partijen onderhielden tot vlak voor de oorlog banden met Poetins Rusland. Geert Wilders sprak in 2018 – toen Poetin al vier jaar oorlog voerde in het oosten van Oekraïne en er al 198 Nederlanders waren omgekomen bij het neerhalen van vlucht MH17 – nog het Russische parlement toe met een Russisch-Nederlandse vriendschapsspeld op.
Maar bij het rechts-populistische verzet tegen steun aan Oekraïne komt dat van mensen op links, die van oudsher gruwen van alles wat met de VS en de NAVO te maken heeft. Weinig politici die dat sterker ondervonden dan de lucide, niet-dogmatische Duitse Buitenlandminister Annalena Baerbock, afkomstig uit de Groenen. Met haar steun voor Oekraïne wekte zij de wrevel van mensen uit haar achterban, die haar verweten in te gaan zee met ‘het Amerikaans militair-industrieel complex’ – wat vaak verwordt tot hun synoniem voor het kwaad in de wereld. Een Oekraïense Nederlander zei daarover: ‘Voor de sympathie van veel linkse mensen in Europa moet je in een conflict niet de partij zijn die Amerikaanse militaire hulp krijgt.’ De misdaden van Israël in Gaza noopten tienduizenden westerse studenten tot universiteitsbezettingen, de misdaden van Rusland in Oekraïne niet.
In verzet tegen steun aan Oekraïne tekende zich vaak een ‘hoefijzermodel’ af, waarin radicaalrechts en radicaallinks elkaar bijna raakten. Een PVV-motie van eind 2022 om wapenleveranties aan Oekraïne te stoppen kreeg zowel steun van Forum als Bij1. In Duitsland ontstond een heimelijk bondgenootschap tussen de extreemlinkse Bündnis Sahra Wagenknecht en de extreemrechtse AfD. Vóór de val van de Muur was Wagenknecht actief in de staatspartij van de DDR, een Sovjet-satellietstaat. Zij huldigt het standpunt dat de NAVO de oorlog met haar oostwaartse uitbreiding (zij het niet met Oekraïne) heeft veroorzaakt.
Talloze Oekraïense sprekers, schrijvers, politici en mensenrechtenadvocaten, hebben de afgelopen jaren in West-Europa uitgelegd dat er in Oekraïne geen énkel animo voor een NAVO-lidmaatschap had bestaan als Poetin het land vrij had gelaten. Helaas, de NAVO-schuld aan deze oorlog bleef een hardnekkig dogma.
In 2023 mailde oud-SP-politicus Willem de Vroomen journalisten die Poetins Rusland een ‘schurkenstaat’ hadden genoemd, een manifest waarin hij hen van hypocrisie betichtte: op grond van hun koloniale misdaden kun je West-Europese landen ook schurkenstaten noemen, en de VS helemaal. Het is een curieuze denkwijze. Immers: dat westerse landen verantwoordelijk waren, en zijn, voor misstanden in de wereld ontkracht op geen enkele manier dat Poetins Rusland een schurkenstaat is die een buurland binnenviel, om geen andere reden dan dat de inwoners weigerden zijn dictaten te slikken.
Eén zin uit het betoog van De Vroomen verdient het te worden geciteerd omdat die menig betoog tegen steun aan Oekraïne samenvat: ‘De continue verdeling van de wereld in ‘wij’ en ‘zij’, wij de goede, zij de slechte, wij de vrije en democratische, zij de onvrije en dictatoriale, is een karikatuur zonder enige realiteit.’ Zo’n zin kun je alleen maar opschrijven als je in bevoorrechte omstandigheden in een vrij land woont. Voor politieke gevangenen in politiestaten is het verschil met vrije samenlevingen nooit een karikatuur.
Een simpele manier om ook enig oog te krijgen voor de merites van ‘ons’ type samenleving, is te kijken naar de gevangenenruil tussen het Westen en Rusland in 2024. Een maatschappijtype leer je vaak het beste kennen aan de hand van de mensen die er gevangenzitten. De meeste mensen die in Rusland gevangen zaten en bij die ruil vrijkwamen, hadden niets anders gedaan dan Poetins oorlogspropaganda te bekritiseren. Geen van hen had een crimineel verleden, laat staan geweldsmisdrijven begaan, laat staan iemand vermoord. Kunstenares Sasja Skotsjilenko kreeg zeven jaar strafkamp omdat zij in een supermarkt prijskaartjes had vervangen door korte teksten over Russische oorlogsmisdaden in Oekraïne.
De mensen die in het Westen gevangen zaten en bij de ruil vrijkwamen, hadden zonder uitzondering een crimineel verleden. De vrijlating van Vadim Krasikov, een huurmoordenaar van de Russische staatsveiligheidsdienst die vastzat in Duitsland, had voor Poetin nota bene prioriteit. Zelensky overdreef niet toen hij stelde dat Oekraïners strijden voor een maatschappijtype waarin criminelen gevangen zitten in plaats van de dienst uitmaken.
Oorlog is het afschuwelijkste wat er bestaat, maar in totalitaire staten kan vredestijd ook grimmig zijn. Deze oorlog was ondenkbaar geweest zonder de weigering van het Poetinregime ook maar enige aandacht te besteden aan Oekraïense ervaringen in de 20ste eeuw. In de jaren 1932-1933 stierven meer dan drie miljoen Oekraïners in een door het Kremlin georganiseerde hongersnood (de Holodomor). In de jaren 1937-1938 belandden 300 duizend Oekraïners voor Stalins vuurpelotons (de Grote Terreur). In de jaren 1941-1944 kwamen minstens vijf miljoen Oekraïense burgers en anderhalf miljoen soldaten om in de strijd tegen nazi-Duitsland. Toch gaf Stalin in 1944 opdracht tot executies onder Oekraïners wegens ‘collaboratie’, in 99 procent van de gevallen vermeend. Pas onder Gorbatsjov en diens Glasnost (Openheid) werd dit verleden bespreekbaar.
Oekraïners, stelde Oleksandra Matviichuk, hebben in de 20ste eeuw de ervaring opgedaan dat een totalitaire staat oorlog kan voeren tegen zijn eigen inwoners. ‘Oekraïners smachten naar vrede, meer dan wie ook’, zei zij tegen deze krant. ‘Maar die komt er niet als ze stoppen met vechten. Dat is geen vrede, dat is bezetting. En bezetting is afschuwelijk.’
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant