Home

Op de geroemde zangkwaliteiten van Angelina Jolie, in haar rol van Maria Callas, heb ik maar een reactie: maak dat de kat wijs

Er is weleens gezegd dat imiteren niets anders is dan een hachelijke vorm van vleierij. De nar die de koning zodanig imiteert dat de koning kwaad wordt en zijn imitator laat ophangen, heeft iets verkeerds – en tevens iets goeds – gedaan. Sommige mensen kunnen van nature imiteren en iedereen heeft wel een klasgenoot gehad die een leraar kon nadoen. Maar een goede imitatie vergt ook kennis, oefening en acteertalent, en dan nog weet niemand waarom het bij de een wel en bij de ander niet lukt. Het schijnt dat Charlie Chaplin eens heeft meegedaan aan een Charlie Chaplin-imitatiewedstrijd en als derde eindigde.

In artistiek opzicht staat imiteren niet in aanzien, maar het publiek kijkt er graag naar en weet soms een imitatie meer te waarderen dan het origineel. Vorige week zag ik achter elkaar drie films, waarin een beroemde zangeres en twee beroemde zangers werden geïmiteerd: Maria over de laatste dagen van Maria Callas, A Complete Unknown over het begin van Bob Dylans carrière en Monsieur Aznavour over het leven van Charles Aznavour.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De gelijkenis van acteurs met degenen die zij uitbeelden is een heikel punt. Enige tijd geleden veroorzaakte de film Maestro ophef, omdat Bradley Cooper, die dirigent Leonard Bernstein speelde – Cooper was tevens de scenarioschrijver en regisseur – zich per prothese een grotere neus had laten aanmeten. Daarmee imiteerde hij de machtige jodenneus van Bernstein. De ophef stierf pas weg, toen Bernsteins kinderen lieten weten dat zij de ingreep hadden goedgekeurd, omdat zij er zeker van waren dat ‘onze vader hetzelfde zou hebben gevonden’.

Overigens speelde Nicole Kidman de niet-Joodse Virginia Woolf eveneens met een nepneus en daartegen werd minder bezwaar gemaakt. Ik vraag me trouwens af in hoeverre een zo exact mogelijke gelijkenis noodzakelijk is. Een paar jaar geleden zag ik een film over Churchill met een acteur die nauwelijks moeite had genomen uiterlijk op Churchill te lijken. Zijn naam ben ik vergeten, maar hij was een van de beste Churchills die ik vertolkt heb gezien.

Dat brengt mij bij Angelina Jolie in haar rol van Maria Callas. Naar het schijnt heeft Jolie zich zeven maanden uit de naad geoefend met een zangcoach en zou ze zodoende een heel eind in de buurt van een echte operazangeres zijn gekomen. Tenminste, nogal wat recensies en andersoortige artikelen willen mij dat laten geloven. Nu is Angelina Jolie 49 jaar en naar eigen zeggen ook nog eens ‘toondoof’, dus op haar geroemde zangkwaliteiten heb ik maar een reactie: maak dat de kat wijs! Nog eerder geloof ik dat Gerard Joling na zeven maanden keihard studeren net zo kan kwelen als een Luciano Pavarotti in zijn beste dagen, dan dat ik wil aannemen dat Angelina Jolie net zo’n stem kan opzetten als Maria Callas.

Film is niets anders dan een handel in sprookjes en wat mij betreft gaan nepneuzen en nepnieuws hier zusterlijk samen, overigens met dank aan de geluidstechnici. De hele film Maria is een aanfluiting en Angelina Jolie is met haar gladgetrokken gezicht en haar opgespoten lippen een totale miscast. De laatste dagen van Callas vormen, in het licht van haar zangcarrière, de minst interessante periode van haar leven. De rest van de film bestaat uit clichés. Gaat Maria’s trouwe butler boodschappen doen, dan komt hij terug met een papieren zak waaruit een stokbrood steekt. En in het doorkijkje van het café zie je op de achtergrond altijd een bloemenstalletje, alsof elke Parijse straat eruitziet als een schilderij van Utrillo. Wie echt iets over Maria Callas wil weten, wie wil zien hoe expressief haar gezicht in werkelijkheid was en hoe zij juist het leven als diva verafschuwde, raad ik aan de documentaire film Maria by Callas te streamen.

A Complete Unknown en Monsieur Aznavour zijn aanzienlijk beter te pruimen. Ook Timothée Chalamet als Bob Dylan heeft veel geoefend om te klinken als His Bobness. Hij zingt zelf en speelt zelf gitaar en mondharmonica. Niet echt nodig voor het verhaal, maar erg knap, al heb ik de illusie dat het poëtische gemurmel van Bob Dylan voor een gewoon mens een stuk makkelijker is na te bootsen dan het halen van de hoge c in een opera van Bellini.

De beste van de drie films vond ik die over Charles Aznavour, fijn in het Frans met een beetje Engels. De tragiek zit vooral in het begin van de film als de familie Aznavour nog arm is in Armenië. Aan het eind zijn alle tegenslagen overwonnen en heeft Aznavour een enorm huis, een mooie jonge blonde vrouw en rijdt hij trots rond in een witte Rolls Royce. Jammer alleen dat ik ergens las dat de echte Aznavour ook iets aan zijn neus heeft laten doen. Die moest in zijn geval namelijk kleiner.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next