‘Zie jij dat ook, daar?’, vraagt mevrouw Courbois (93). ‘Die groene waas?’ Ze rijdt naast me in haar elektrische rolstoel en wijst naar de bomen achter in de tuin. Over hun kale takken ligt een groene gloed: de knoppen die elke dag groter en dikker worden. De lente komt eraan.
We volgen het tuinpad langs het veld en de oude beuk. Mevrouw Courbois vertelt intussen over de laatste ontwikkelingen onder de bewoners, oftewel: wie er nu weer onenigheid hebben aan de eettafel.
Het is leuk om hier te werken, denk ik bij mezelf. Alleen ben ik nu niet aan het werk. Ik heb vrij genomen om aan mijn roman te werken – daarom moet u het de komende twee maanden ook zonder mijn column doen – en ben bij mevrouw Courbois op bezoek.
Het is half tien. Als ik nu aan het werk was, had ik helemaal geen tijd om met mevrouw Courbois in de tuin te wandelen. De race tegen de klok om alle bewoners uit bed te helpen, te wassen, te douchen, aan te kleden en naar het ontbijt te begeleiden is nog in volle gang.
Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Twee weken geleden stond in NRC een reportage over een Frans verzorgingstehuis. In Frankrijk hebben verzorgingstehuizen een slechte reputatie vanwege misstanden en personeelstekorten, maar verzorgingstehuis Kersalic in Bretagne heeft een model ontwikkeld waarin medewerkers en bewoners zich wél prettig voelen.
De directeur van het verzorgingstehuis, Corinne Antoine-Guillaume, schetst een beeld van de situatie voordat het nieuwe model werd ingevoerd: ‘Alle bewoners aten gepureerd eten, iedereen moest begeleid naar de wc, om half zeven ’s ochtends moesten de ouderen aan tafel voor het ontbijt en daarna werden ze voor een tv geplaatst of kregen ze een kleurplaat.’
Deze situatie is extremer dan wat ik ken uit Nederlandse zorginstellingen, maar er worden ook voorbeelden genoemd die ik herken. Een verzorgende vertelt dat de zorgverleners zonder na te denken van de ene naar de andere kamer gingen en alleen maar bezig waren of ze hun schema op tijd afkregen. ‘Het was machinewerk.’
Net als in veel andere zorginstellingen is het ziekteverzuim onder personeel bij ons enorm hoog. Het komt vaak voor dat ik om zeven uur ’s ochtends, aan het begin van mijn dienst, terwijl ik mijn portofoon aanzet en meteen vijf oproepen ontvang van bewoners die uit bed geholpen willen worden, te horen krijg dat mijn collega niet komt. Dan ga je als een gek van de ene naar de andere kamer.
In de NRC-reportage vertelt de in ouderenzorg gespecialiseerde socioloog Valentine Trépied hoe een gemiddeld Frans verzorgingstehuis eruitziet. Het medische aspect van de zorg staat centraal, elke dag is hetzelfde en het dagritme draait om de planning van de medewerkers.
Dat is in veel Nederlandse zorginstellingen ook zo. Antoine-Guillaume noemt dat een ingesleten systeem. Het heeft haar veel tijd en werk gekost om Kersalic te hervormen. De belangrijkste taak van de verzorgers is nu niet meer alleen medische zorg; ze zorgen er ook voor dat de bewoners zinvolle en leuke dingen kunnen doen.
In Kersalic heeft het personeel minder stress nu de wensen en het dagritme van de bewoners voortaan leidend zijn. Als zij tot twaalf uur willen uitslapen: prima.
Mijn eerste gedachte was: waar vind je een bewoner die tot twaalf uur wil uitslapen? Bij ons is het probleem juist dat iedereen vroeg uit bed wil – en het liefst allemaal tegelijk. Maar dat is niet helemaal waar. Er zijn ook altijd bewoners bij die ik uit bed help terwijl ze daar nog niet om hebben gevraagd.
Waarom doe ik dat? Voor de collega’s met wie ik aan het werk ben, omdat ik weet dat zij zich verplicht voelen om mij te helpen als ik achterloop, terwijl ze daar eigenlijk van balen. En voor de familie, die straks misschien op bezoek komt. Waarom ligt mijn moeder nog in bed? Waarom loopt mijn vader nog in zijn pyjama?
Mevrouw Courbois wil in elk geval niet tot twaalf uur uitslapen. Tegen het einde van mijn nachtdienst ga ik soms even bij haar langs om te kletsen, omdat ze al ruim voor het begin van de ochtenddienst wakker is.
‘Ik ben altijd de eerste aan het ontbijt’, zegt ze streng. Oftewel: ik kan er maar beter voor zorgen dat dat zo blijft.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns