Het aantal brouwerijen in Nederland groeide sinds 2010 spectaculair, maar is vorig jaar voor het eerst gedaald. De grootste krimp zit in eenpersoonsbrouwerijen, die niet lijken te kunnen concurreren met grote spelers. ‘Iedere maand sluiten er wel een paar de deuren’, zegt Rob Meijer van Brouwhuys Elden in Arnhem.
In een gebouwtje in de tuin achter zijn huis in Arnhem brouwt Rob Meijer (77) sinds 2019 z’n eigen speciaalbieren. De brouwerij lijkt een klein fabriekje, uitgerust met een flessenvuller en enkele kleine, stalen brouwketels. Iets verder ligt een aantal zakken malt gestapeld, ernaast staan kartonnen dozen gevuld met biertjes: Ardenner Tripel, Lentebier of Eldens Duiveltje, een speciaalbier met een alcoholpercentage van 10,5 procent.
Meijer, die ooit een café uitbaatte in de uitgaansbuurt van Arnhem, is gepensioneerd én gepassioneerd. Brouwhuys Elden is zijn passieproject, waar hij nog steeds ongeveer 25 uur per week mee in de weer is. Per jaar produceert hij zo’n 4.000 liter. Hij prijst zich gelukkig dat hij er niet van moet leven, want rendabel is het niet: ‘Ik speel precies quitte.’ Hij vreest dat veel brouwerijen snel verdwijnen.
Het aantal brouwerijen in Nederland daalde vorig jaar voor het eerst in vijftien jaar, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De grootste krimp zit in eenpersoonsbrouwerijen als die van Meijer, waarvan het aantal vorig jaar daalde met 6 procent.
Desondanks wordt het grootste deel van de brouwerijen in Nederland nog steeds door één persoon gerund: 420 van de 735 in totaal. Het lijkt echter voor de kleinste brouwerijen steeds moeilijker te worden om te concurreren met biergiganten, die ruim 95 procent van de totale bierproductie op zich nemen.
Jan Ausems, voorzitter van de stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur, is niet verrast dat steeds meer kleine brouwerijen het moeilijk hebben. De belangrijkste reden is een verzadigde markt, zegt Ausems. ‘Van de hele wereld hebben wij in Nederland de meeste bierbrouwerijen per hoofd van de bevolking. Dat aantal moest natuurlijk een keer dalen.’ Het aantal brouwerijen in Nederland groeide sinds 2010 tot een hoogtepunt van 780, bijna tien keer zoveel als vijftien jaar geleden, volgens het CBS.
Andere factoren die volgens Ausems meespelen zijn de hogere grondstofprijzen, bijvoorbeeld duurdere hop en mout, en de hogere accijnzen op alcoholische dranken die de overheid vorig jaar invoerde. Sinds 1 januari 2024 betalen consumenten ruim 8 procent meer belasting op dranken met alcohol. Het tarief hangt bovendien af van het alcoholpercentage: op zwaardere bieren betaalt de consument meer belasting.
‘We zijn met z’n allen enthousiast bier begonnen te brouwen, want het is een fijn product’, zegt Meijer. ‘Een lekker bier brouwen is niet moeilijk met de moderne technologie die tegenwoordig beschikbaar is, maar bier verkopen, dat is wat anders. Als kleine brouwerij is het heel moeilijk concurreren met grote spelers, die een bier veel goedkoper op de markt kunnen brengen’, zegt Meijer. ‘Mensen kopen je biertje eens uit nieuwsgierigheid of sympathie, maar als het prijsverschil te groot is, laten ze het snel weer links liggen.’
Brouwhuys Elden verkoopt zijn biertjes voor 2,85 euro per flesje aan slijterijen, die ze vervolgens doorverkopen voor 4 euro of meer, in de hoop zelf ook winst te maken. Om een rendabele onderneming te worden, zou de brouwerij minstens tienmaal zo groot moeten zijn, volgens Meijer.
De Arnhemse bierliefhebber, die ooit Nederlands kampioen amateurbierbrouwen was, verkoopt zijn speciaalbieren aan slijterijen in de buurt of speciaalzaken die mandjes maken met streekproducten als kaas, bier en wijn.
Meijer bestiert de brouwerij volledig in z’n eentje. Hij brouwt het bier, print en plakt de etiketten en bezorgt de bestellingen in de buurt; de kratjes bier op de achterbank van zijn elektrische auto. Om uit de kosten te komen, verkoopt de brouwer niet enkel bier, maar organiseert hij ook andere activiteiten als workshops en proeverijen.
Achter de brouwerij bouwde Meijer een klein café, waar hij zijn proeverijen organiseert. Het lokaal is maar enkele vierkante meters groot, maar heeft alles van een echte bruine kroeg: een mooie houten toog, oude barkrukken en metalen borden aan de muur van verschillende biermerken als Liefmans, Hoegaarden en Hougaerdse Das.
‘Die workshops en proeverijen zijn altijd zeer fijn om te doen, maar ze worden ook steeds belangrijker om alles te financieren. Als kleine brouwerij is het een groot voordeel een plaats te hebben waar je rechtstreeks verkoopt aan de consument, zonder tussenpersoon. Op die manier kun je je bier verkopen met een redelijke marge, zonder dat de prijs de hoogte inschiet.’
Meijer ziet het om zich heen gebeuren: ‘Elke maand sluiten er wel een paar brouwerijen de deuren. Veel brouwers met wie ik contact heb, staat het water aan de lippen. Ik weet niet hoeveel er over vijf jaar nog over zullen zijn, maar ik vrees echt een sterke terugval.’ Ondanks het moeilijke klimaat blijft de brouwer positief, vastbesloten om zo lang mogelijk zijn biertjes te blijven brouwen. ‘Het blijft uiteindelijk toch een wonder, hoe je van zulke eenvoudige ingrediënten zo’n lekker product kan maken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant