Met de sluiting van het Franse bedrijf Technicolor verliest de internationale filmwereld een van zijn grootste, meest legendarische namen. Technicolor luidde negentig jaar geleden de komst van de kleurenfilm in.
Dat Technicolor op omvallen stond, werd dit weekeinde duidelijk, toen de werknemers en klanten van de Amerikaanse vestigingen de melding kregen dat als er niet snel een oplossing werd gevonden, het Franse bedrijf gedwongen zou worden om de stekker eruit te trekken. Dat gebeurde maandag inderdaad.
Technicolor was van oorsprong een Amerikaans bedrijf, dat in 1915 werd opgericht door de wetenschappers en ingenieurs Herbert Kalmus en Daniel Frost Comstock. Een jaar later verkregen ze het octrooi op een vinding die ze naar hun bedrijf noemden: het tweetal had een procedé ontwikkeld om kleur toe te voegen aan films, die tot dan toe en in de decennia die zouden volgen nog in zwart-wit werden opgenomen.
Met Technicolor wordt een film opgenomen met een camera waarin het beeld door een prisma in drie basiskleuren (rood, geel, blauw) wordt gesplitst en waarbij elke kleur op een afzonderlijke filmrol wordt vastgelegd. Daarna worden de filmrollen ‘ingekleurd’ en over elkaar op het witte doek geprojecteerd. Zo ontstaat een rijk scala aan felle kleurtinten die lange tijd met Technicolor werd geassocieerd.
Hun eerste kleurenfilm maakten Kalmus en Comstock al in 1917. Het zou tot eind jaren dertig duren voordat het grote publiek kennismaakte met hun vinding, met de kaskrakers The Adventures of Robin Hood met Erol Flynn uit 1938 en The Wizard of Oz met Judy Garland een jaar later. Vanaf die tijd stond ‘geproduceerd in Technicolor’ in koeieletters op de aftiteling van elke grote bioscoopfilm.
Gebruik van Technicolor bracht een aantal nadelen met zich mee. De filmcamera’s waarin drie filmnegatieven tegelijk moeten worden belicht waren groot en zwaar. De camera’s maakten ook een boel lawaai waardoor ze in afgesloten cabines moesten worden gezet. Verder was veel licht nodig om opnamen te kunnen maken, waardoor de temperatuur op de set behoorlijk kon oplopen.
Aan al deze ongemakken refereert een fragment uit de film Babylon, die regisseur Damien Chazelle in 2022 maakte over Hollywood in de jaren van de overgang van de ‘stomme’ film naar de producties met pratende acteurs. In de film bezwijkt een cameraman van de hitte, omdat een scène met Margot Robbie steeds opnieuw moet worden opgenomen.
Midden jaren vijftig raakte Technicolor steeds meer in onbruik, nadat fabrikant Eastman Kodak een manier had gevonden om kleuren tot leven te brengen met een enkele strook filmnegatief. Uiteindelijk zouden er met het procedé dat Kalmus en Comstock bedachten zo’n duizend grote producties worden ‘ingekleurd’. De laatste grote commerciële film die met Technicolor werd bewerkt was The Godfather Part 2, die in 1974 verscheen.
De laatste jaren werd de achterhaalde inkleuringstechniek vooral gebruikt bij films die zich afspelen in de hoogtijdagen van Technicolor, zoals The Aviator uit 2004, waarin Martin Scorsese het leven belicht van miljardair Howard Hughes, en Pearl Harbor, de film van Michael Bay uit 2001 over de Japanse aanval op de Amerikaanse vloot bij Hawaii op 7 december 1941.
Het bedrijf Technicolor wisselde in de jaren zeventig voortdurend van eigenaar. In 2001 kwam het bedrijf in handen van Thomson Multimedia, een Frans mediaconcern, voor 2,1 miljard dollar (bijna 2 miljard euro).
Besloten werd om het bedrijf om te dopen in Technicolor Group, hoewel het inkleuren van films al jaren een bijzaak was geworden en de onderneming vooral geld verdiende met speciale effecten. Nu die met kunstmatige intelligentie (AI) door Jan en alleman op eenvoudige computers kunnen worden gemaakt, krimpt ook de markt voor deze specialisatie.
Volgens de laatst bekende jaarcijfers, uit 2021, had Technicolor bij vestigingen in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten meer dan 10 duizend werknemers en een jaaromzet van 601 miljoen euro. De afgelopen jaren draaide de onderneming voortdurend met verlies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant