Home

Opinie: Verzet volgt niet uit de vraag of het zinvol is, maar uit de overtuiging dat het anders moet

Verzet drijft op de wetenschap dat wie zich bij voorbaat neerlegt bij de macht van de bullebak, uiteindelijk zijn menselijkheid zal verliezen. Deze tekst werd door Sheila Sitalsing voorgelezen tijdens de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking.

Iemand vroeg of herdenken zin heeft. Of we er dan niets van hebben geleerd, al die jaren. Ik snap zijn vraag.

Vooropgesteld: een herdenking is geen educatief project. Deze herdenking is een ritueel, om de moed en de opoffering, 84 jaar geleden, van immens dappere mensen te gedenken. Het is een eerbetoon aan een uitzonderlijke daad van medemenselijkheid onder barre omstandigheden, een herinnering aan hoe politiek verweer tegen een fascistisch systeem kon uitgroeien tot uniek, breed burgerlijk verzet tegen de Jodenvervolging, dat mensen boven zichzelf deed uitstijgen.

Zo’n unieke gebeurtenis moet je niet nodeloos belasten met triviale zorgen uit het heden. Maar we kunnen niet doen alsof er niet van alles aan de hand is, dat van alles te maken heeft met de reden dat we hier staan.

Middelvinger

84 jaar geleden is helemaal niet zo lang geleden – soms voelt het als gisteren, soms als vandaag. Wanneer we zien hoe intimiderende bullebakken zich het wereldtoneel aan het toe-eigenen zijn. Hoe de internationale democratische rechtsorde wordt aangevallen en verkruimelt waar we bij staan. Hoe partijen die wortelen in het fascisme, of die hun inspiratie ontlenen aan onderdelen van fascistisch gedachtegoed, overal om ons heen aan aanhang winnen.

We zien dat we nog nooit zo welvarend en weldoorvoed zijn geweest als in de tijd waarin we leven, dat we nog nooit zo vrij zijn geweest in ons denken en ons doen als nu, en dat we nog nooit zo goed beschermd zijn geweest door een rechtsorde als nu – terwijl de mensen zich laten wijsmaken dat vroeger alles beter was.

We horen hoe woorden van uitsluiting en haat weer de taal binnenkruipen, woorden die een zondebok zoeken en bang en boos maken. We horen hoe de woorden een web weven waarin vijandbeelden zich kunnen nestelen, we zien hoe de woorden tussen de oren gaan zitten. En hoe de woorden die voeding geven aan vrouwenhaat en aan vreemdelingenhaat, griezelig veel lijken op de woorden die het web vormen van de Jodenhaat.

We zien hoe de leider van de vrije wereld z’n middelvinger opsteekt naar diezelfde vrije wereld, en hoe hij de weg plaveit voor bevriende autocraten en techmiljardairs. We zien hoe er al jarenlang een annexatieoorlog woedt aan de flanken van Europa en in het hart van de Europese ziel – over drie weken duurt ze op de kop af elf jaar, tweeënhalf keer zo lang als de Tweede Wereldoorlog inmiddels – terwijl de rest van het continent er handenwringend omheen staat, niet in staat of niet bereid om hem een halt toe te roepen.

De mens is hardleers en vergeet snel.

Daarom heeft herdenken zin.

Opdat we niet vergeten waar een mens toe in staat is wanneer hij of zij bereid is alles op het spel te zetten, het eigen lijf incluis, om op te komen voor de ander. Opdat we niet vergeten dat verzet een keuze is. Om een stap naar voren te doen en te zeggen: ‘nee’.

Iets goed te maken

Iemand vroeg of ik hier recht van spreken heb. (Vooruit, deze iemand was ik zelf.)

Aan de Februaristaking ging de dood van NSB-weerman Hendrik Koot vooraf. Hij ging op een avond naar het Waterlooplein om Joden in elkaar te slaan, maar kreeg zelf klappen en bezweek. De NSB greep deze dood aan om de verontwaardiging in eigen gelederen hoog op te kloppen.

Ik had een opa die in die gelederen verkeerde, hij liep in zwart uniform door Den Haag. Bij de voorbereiding voor vandaag werd ik erop gewezen dat de kans aanzienlijk is dat hij destijds naar Amsterdam afreisde voor de begrafenis van weerman Koot, die met groot vertoon gepaard ging. Die opa is al een jaar of vijftig dood.

Ik vraag me met enige regelmaat af of er iets goed te maken valt, of het kan en of het moet. Of het kan, weet ik niet zeker, ik probeer het, door te trachten om woorden te geven aan noodzakelijk verzet. Dat het moet, weet ik wel zeker. Ja, het moet.

Ook verzet begint met woorden

Iemand (iemand anders) vroeg of verzet zin heeft. Of het niet wordt weggewoven, genegeerd, neergeslagen, of het niet enkel nog meer woede

en repressie uitlokt. De razzia’s gingen immers ook na de Februaristaking door. Ik snap die vraag.

Maar verzet komt niet voort uit de vraag of het zinvol is, of nuttig. Verzet drijft op de overtuiging dat het anders moet, op de hoop dat het anders kan, op de wetenschap dat wie zich bij voorbaat neerlegt bij de macht van de bullebak,
uiteindelijk zijn menselijkheid zal verliezen.
Verzet brengt hoop. Aan de vervolgden, aan de mensheid.

Ook verzet begint met woorden. Met de schitterende, mobiliserende woorden bijvoorbeeld, op het pamflet dat in die februaridagen 84 jaar geleden werd rondgedeeld en waar het revolutionaire vuur vanaf spat.

De drie mokerslagen: STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!! De onweerstaanbare oproep: ‘Strijdt fier.’ En de cruciale woorden: BESEFT DE ENORME KRACHT VAN UW EENSGEZINDE DAAD ! ! ! ! !

Die laatste woorden zijn volgens mij cruciaal, omdat aan een grote daad, talloos veel kleinere bijdragen voorafgaan.

Vijf vingers zijn een vuist, een heleboel vuisten zijn een mokerslag.

Verenigt u.

Weest moedig.

De Februaristaking

Op 22 februari 1941 vonden in Amsterdam twee grote razzia’s plaats. 425 Joodse mannen werden samengedreven op het Jonas Daniël Meijerplein en met geweld op transport gesteld naar de concentratiekampen. Uit protest tegen dit optreden van de Duitse bezetters en hun Nederlandse handlangers legden tienduizenden mensen in Amsterdam en omstreken hun werk neer. De Februaristaking van 25 en 26 februari 1941 was een unieke daad van openlijk protest en verzet tegen de Duitse bezetting en de Jodenvervolging.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next