Door al dat ‘moeten’, als kunstenaar en als moeder, belandde Naomi Velissariou in een burn-out. In die periode schreef de theatermaker de onewomanshow Hardkoor. ‘Ik besefte weer dat ik ook kunst maak als ik er niet om gevraagd word.’
schrijft voor de Volkskrant over film en theater.
In de voorstelling Hardkoor vertelt de Grieks-Belgische theatermaker en performer Naomi Velissariou (40) op een gegeven moment droogjes welke notitie haar therapeut over haar maakt: ‘Onderliggende aanleiding vermoeide gevoelens: uit elkaar gaan met vader van kind.’ Maar als we naar de rest van Velissarious muzikale, intieme en soms onverwacht grappige relaas luisteren, ontdekken we dat haar stukgelopen relatie slechts de druppel was die de emmer deed overlopen.
Velissarou was als workaholic ten prooi gevallen aan de continue druk om te presteren, van deadline naar deadline te sprinten en tegelijk ook nog aan maatschappelijke verwachtingen te voldoen. Bijvoorbeeld dat je als vrouw, en vooral als moeder, altijd zorgzaam moet zijn en er daarnaast ook ‘verzorgd’ (lees: slank en mooi) moet uitzien.
Ondanks het behalen van successen als acteur, regisseur, schrijver en performer, werd al dat ‘moeten’ Velissariou op een gegeven moment te veel. Voor een buitenstaander leek alles haar voor de wind te gaan: zo ontving ze lovende recensies voor haar theatrale concertperformance Permanent Destruction (2018-2020), wat ook de naam was van de tweekoppige band die ze met muzikant Joost Maaskant vormde. Voor het eerste deel van hun drieluik The SK Concert, naar het werk van Sarah Kane, ontving ze in 2019 tijdens het Gala van het Nederlands Theater de regieprijs.
Twee jaar later kreeg ze voor het persoonlijke slotdeel Pain Against Fear ook nog eens een Theo d’Or: de belangrijkste toneelprijs voor de indrukwekkendste vrouwelijke rol. In haar rol als popdiva werd Velissariou door de toneeljury vooral geroemd om haar ‘meerstemmige identiteit en kwetsbaarheid.’ Daarnaast acteerde ze in bioscoopfilms als Cobain (2018) van regisseur Nanouk Leopold en Het smelt (2023), naar de bestseller van schrijver Lize Spit.
In haar Nederlands- en Engelstalige onewomanshow Hardkoor, waarmee ze vanaf 25 februari toert door Nederland en België, zegt ze onder zacht gedrum van muzikant Jens Bouttery: ‘I have to get my life back. I need to claim my time back. I try not to be efficient, productive, creative, mindful, healthy, woke, smart, skinny, pretty, caring, loving, fighting, reaching, researching... but just alive.’
Of je nu een man of een vrouw bent, een artiest of een ambtenaar, een moeder of (bewust) kinderloos: iedereen die op dit moment meedraait in onze gejaagde maatschappij zal zich in Velissarious observaties herkennen. En dat terwijl ze deze voorstelling in eerste instantie niet eens schreef met een publiek voor ogen, vertelt ze vanuit haar woonkamer in Rotterdam.
Velissariou: ‘Ik heb dit stuk geschreven aan het begin van mijn burn-out, in de eerste helft van 2023. Ik moest bijkomen van alles en kon amper de deur uit. Ik voelde me als kunstenaar genekt door een systeem waarin ik jarenlang als cultureel ondernemer heb moeten ploeteren om verschillende geldstromen, publieken en kunstvormen samen te brengen. Ik zat alleen thuis, sliep veertien uur per dag en was boos op de wereld. Vervolgens ging ik schrijven over mijn toestand vanuit het idee dat niemand het ooit zou lezen. Dat bleek een vorm van therapie te zijn.
‘Kunst helpt me omgaan met de wereld en de dingen in mijn leven die ik niet snap. Dankzij de burn-out besefte ik weer dat ik ook kunst maak als ik er niet om gevraagd word. Mijn werk werd weer van mezelf en daardoor bood het ook heling. Pas toen de demo er lag, dacht ik: ah, misschien wordt dit toch wel een show.’
Terwijl haar batterij dus vrijwel leeg was, schreef ze flarden van haar gedachten op papier. In diezelfde periode kwam haar vaste muzikale partner Joost Maaskant wekelijks even langs. Hij nam een microfoon, twee boxen en een laptop mee.
‘Hij kwam dan aan mijn keukentafel zitten om te jammen. Ik kon me in die tijd maar een uurtje concentreren, maar las dan op de beat voor wat ik die week vermoeid op papier had gekrabbeld. Hij nam alles op. Zo hebben we heel traag een demo opgenomen, die uiteindelijk de voorstelling is geworden.’
Een voorstelling die je duizelt door die gevarieerde soundscape van Maaskant en producer Frank Wienk, die Velissarious emotionele achtbaanrit muzikaal completeert. Na een stream of consciousness-achtig begin gaat Velissariou, in een loszittend jarennegentigtrainingspak van Maison the Faux, languit liggen op een verhoogd podium.
Hierna verschijnen er ineens zangers van het Nederlands Kamerkoor. Hun verzachtende, kerkelijke vocalen worden afgewisseld met keiharde drums door Jens Bouttery en gitaarmuziek door Velissariou. Hun rauwe gitaarrock, met invloeden van jarennegentiggrunge, opent ze met de even omineuze als geestige zin: ‘I had no happier expectation of going into labor than I had of being murdered.’
De rauwheid houdt hierna nog een tijdje aan: de slapeloosheid die logischerwijs gepaard gaat met een piepjonge baby, haar veranderende lichaam, verveling die op de loer ligt en de rouw om haar ‘oude’ leven, worden allemaal virtuoos verwoord door een ogenschijnlijk getormenteerde moeder. Bij de verslaggever (die soms ook worstelt met de opvoeding van twee peuters) dreunt vooral de volgende zin nog lang na, een waarin ze schrijver Rachel Cusk citeert: ‘Liefde en verdriet scheuren me uit elkaar, terwijl de buitenwereld de vreemde glinstering draagt van een onbereikbaar verleden.’
De gevierde theatermaker wil wel onderstrepen dat haar burn-out (‘het broertje van depressie’) niet louter te maken had met moeder worden. ‘Ik heb niet het gevoel dat ik een ‘parentale burn-out’ heb gehad (lichamelijke en psychische uitputting door het ouderschap, red.). Wel dat een paar dingen die met moeder zijn te maken hebben, namelijk de verpletterende verantwoordelijkheid en de voortdurende zorg, hebben bijgedragen aan al die druppels die al in die emmer zaten.
‘En het was soms ook gewoon eenzaam, met een baby. Ik merk dat hoe ouder mijn zoontje wordt, hoe minder eenzaam ik me voel. Je kunt meer een gesprek met elkaar voeren en samen toffe dingen doen. Dus ik heb inmiddels meer energie én het ouderschap wordt steeds fijner.’
Met de vader van haar kind, aan wie ze een liefdevol nummer wijdt in de voorstelling, staat ze op zeer goede voet. En gek genoeg biedt alleenstaand moederschap haar ook wat lucht: nu haar zoon de helft van de week bij zijn vader is, kan ze in die tijd de nodige rust pakken, creatief zijn, vrienden opzoeken.
‘De wereld geeft je het gevoel dat je faalt als ouder als je je kind niet opvoedt in de vorm van een gezin. Maar ik ben dol op de vader van mijn zoon en ik voel me een veel betere moeder sinds we aan co-ouderschap doen. Ik kan het iedereen aanraden. Het is voor mij veel fijner om vijftig procent van de tijd honderd procent verantwoordelijk te zijn dan andersom. Ik voel me veel minder uitgeput, heb veel meer ruimte voor mijn eigen ontwikkeling en ik ben een leukere moeder.’
Ook in Hardkoor, dat op een gegeven moment overgaat in trippy techno, komt haar zachte aard als jonge moeder langzaam bovendrijven. Eerst spuwt ze nog wel haar gal uit over zelfvoldane Vinex-kerngezinnen, waar wanhopige volwassenen gretig flessen natuurwijn leegdrinken. Maar daarna pakt ze het publiek in met een teder moeder-zoonmoment. Wanneer het einde van het stuk nadert, de lampen op het podium feller gaan schijnen en de beats alsmaar harder gaan klinken, is er ook aan catharsis en wederopstanding geen gebrek.
Velissariou: ‘Er is zo’n bizar beeld van wat een moeder moet zijn, zeker een alleenstaande moeder. Tegen mij zei iedereen: je kunt nu niet meer internationaal gaan toeren. Maar ik dacht: waarom niet? Ik zie in mijn omgeving vooral vrouwen bij wie enorm veel creatieve energie vrijkomt nadat ze een kind hebben gekregen. Kijk naar historicus Lotte Houwink ten Cate, ook een alleenstaande moeder, die veel schrijft over ‘de mythe van het gezin’. En Bregje Hofstede, die het baanbrekende boek Oersoep schreef vlak na haar bevalling.
‘Je bent als vrouw die net gebaard heeft ook zó dicht bij de bron van het leven geweest. Het lijkt me heel relevant om te weten wat iemand die daar heeft gezeten te vertellen heeft. Ik had zelf in elk geval het gevoel van: ik ben hier bij de kern van iets, dit is groots en onbeschrijflijk. En vanuit het onbeschrijflijke gaan schrijven levert een heel ander soort kunst op.’
Sinds de première van Hardkoor tijdens het Holland Festival vorig jaar zomer, een voorstelling waarmee ze recensenten opnieuw wist te bekoren, heeft Velissariou wel gewerkt, maar niet meer opgetreden. Die periode heeft haar mentaal en fysiek enorm goed gedaan, zegt ze met een brede glimlach. Ze heeft het gevoel alsof ze weer wakker wordt, voelt zich helderder en heeft minder last van hersenmist. En ze kijkt uit naar de tournee, omdat ze Hardkoor dolgraag aan meer mensen wil laten zien.
‘Maar nu is de ‘kunst’ natuurlijk om stressvrij door de tour en alle andere dingen daaromheen te gaan. Of, nou ja, wel met stress, maar zonder over mijn grens heen te gaan.’
Hardkoor van Theater Utrecht in coproductie met het Nederlands Kamerkoor is te zien t/m 4/4.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant