Home

De Oekraïneschool in Breda hield als enige rekening met een terugkeer van de kinderen. Nu moet zij sluiten

Drie jaar duurt de oorlog in Oekraïne en al die tijd stellen naar Nederland gevluchte Oekraïense kinderen de vraag: ligt mijn toekomst hier of daar? Alleen de Oekraïense school in Breda houdt in het onderwijs met beide opties rekening, maar dit schooljaar valt het doek.

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

In de tiende klas van de Oekraïneschool zijn ze in de lessen Nederlands toe aan de zelfstandige naamwoorden. ‘Roman’, wendt leraar Greetje Butterman zich tot een timide leerling achterin, ‘welke lidwoorden hebben we ook alweer in het Nederlands?’ Dat vindt Roman geen moeilijke vraag: ‘De, het en één’, antwoordt hij. ‘Je zegt ‘un’’, verbetert de leraar. Daarmee kan de klas aan de opdracht beginnen: zet het juiste lidwoord bij de veertig woorden die op het scherm verschijnen. ‘Maar’, waarschuwt Butterman, ‘daar zitten ook werkwoorden bij.’

Naar schatting twintigduizend uit Oekraïne gevluchte kinderen zitten in Nederland op school. Alleen de ruim tachtig Oekraïense kinderen hier in Breda krijgen een lesprogramma waarmee ze twee kanten op kunnen: vervolgonderwijs in Nederland of in Oekraïne.

‘Mijn moeder stuurt foto’s van mijn rapporten naar Oekraïne’, vertelt de 15-jarige Roman, die twee jaar geleden in Nederland aankwam. Zo weet zijn oude school dat hij over is gegaan van de negende naar de tiende – de elfde klas is de laatste van de Oekraïense middelbare school. Zijn vader is nog daar. ‘Niet als soldaat, hoor.’

Toch houdt Roman de deur naar zijn vaderland, waar drie jaar geleden de oorlog begon, slechts op een kier. Wat hem betreft gaat hij volgend schooljaar naar het mbo in Breda. ‘Ik weet alleen nog niet welke richting.’

Onderwijs voor Oekraïense kinderen

Veel gevluchte Oekraïense kinderen volgen dubbel onderwijs: in Nederland én online in hun geboorteland. Dat is zwaar, maar het heeft een goede reden.

Ondertussen ligt in de zwaarbeschoten Oekraïense stad Charkiv het klassikaal onderwijs stil. Daarom opende de gemeente in 2023 de eerste klaslokalen in de metro, waar een ondergronds schoolnetwerk nu een veilige lesomgeving biedt aan 2.200 kinderen.

Terugkeer naar Oekraïne

Voor de kinderen beide opties openhouden, in Nederland blijven of terug naar Oekraïne, dat was het uitgangspunt bij de oprichting van de Bredase Oekraïneschool in 2023. Het kreeg uiteindelijk in het tweede jaar de vorm van een Internationale Schakelklas, een ISK waarvan er in Nederland talloze zijn voor kinderen uit het buitenland.

Curio, de beroepsopleider van West-Brabant waar de Oekraïneschool deel van uitmaakt, spreekt van een ISK+, omdat alle ISK’s alleen voorbereiden op Nederlands vervolgonderwijs. Het plusje verbeeldt de twee mogelijke toekomstperspectieven: Nederland of Oekraïne.

Maar na twee schooljaren gaat de plus er alweer af en moet de unieke school eind juli sluiten. Dit tot verdriet en enig onbegrip van Rob Neutelings, voorzitter van de raad van bestuur van Curio, en onderwijsdirecteur Joost de Jongh. ‘Het ministerie van Onderwijs houdt vast aan zijn doelstelling: buitenlandse kinderen alleen klaarstomen voor Nederlands onderwijs’, legt Neutelings uit.

Dat uitgangspunt is de bestuursvoorzitter van Curio niet vreemd. ‘Al ons onderwijs is gericht op de integratie van de kinderen in Nederland’, zegt Neutelings. Kort nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen, vult De Jongh aan, zaten er al 150 Oekraïense kinderen in de reguliere ISK’s van Curio. ‘Maar de gemeente Breda zei toen, in 2022: we hebben in opvanglocatie de Koepel (de voormalige Bredase gevangenis, red.) nog honderd leerlingen rondlopen die niet naar school willen.’

‘Geen school was onverantwoord’

Dat snapten beide onderwijsmannen wel. ‘Hun ouders waren vastbesloten terug te gaan. Áls mijn kind onderwijs krijgt, zeiden ze, dan wil ik Oekraïens onderwijs.’ Neutelings en De Jongh zaten in een tweestrijd. Lesgeven aan kinderen die niet doorstromen naar Nederlands onderwijs was niet in overeenstemming met de raison d’être van hun organisatie. Maar kinderen jonger dan 18 jaar thuis laten zitten, stuitte hun ook tegen de borst. ‘Vooral omdat ze in de jaren daarvoor door corona ook al alleen maar laptoponderwijs hadden gehad’, memoreert Neutelings.

Het welzijn van de Oekraïense kinderen gaf voor hem de doorslag. ‘Als je tussen de 12 en 18 jaar oud bent, ontwikkel je je in sociaal opzicht. Als je kinderen van die leeftijd geen school aanbiedt om naartoe te gaan, dan hebben ze daar levenslang last van. Dat vonden we onverantwoord.’

Dus ging het eerste jaar van start met 94 leerlingen en was het lesprogramma voor twee derde in het Oe­kraïens en een derde in het Nederlands. Na dat eerste jaar wilde het ministerie van Onderwijs ermee stoppen, maar dat stuitte op verzet van de gemeente. De Bredase gemeenteraad stemde unaniem – zelden vertoond – voor het openhouden van de Oekraïneschool.

Met veel moeite wist Curio het ministerie te overtuigen, op voorwaarde dat het bij nog één jaar zou blijven, er geen leerlingen meer bij mochten en het onderwijs zich minder op Oekraïne zou richten door er een ISK van te maken. ‘Nu, dit tweede en laatste jaar’, zegt De Jongh, ‘hebben we 81 leerlingen en is de verhouding fiftyfifty tussen onderwijs in het Nederlands en Oekraïens.’

‘Hun situatie is zó onduidelijk’

Klas tien is in de Nederlandse les op het woord ‘kruipen’ gestuit. Dat dat geen zelfstandig naamwoord is, kan lerares Butterman het beste dan maar uitbeelden. Ze gaat door de knieën en kruipt op handen en voeten over de lokaalvloer. De leerlingen komen enigszins uit hun stoel om het te zien. ‘Sommigen doen goed mee’, zegt Butterman, ‘anderen wat minder. Ik vind dat helemaal niet gek. Hun situatie is zó onduidelijk, dan snap ik dat dat invloed heeft op je motivatie.’

Het spreken van een nieuwe, niet eenvoudige taal gaat bij leerlingen zoals Roman wat moeizaam. Maar de opdracht met de zelfstandige naamwoorden maakt de klas bijna foutloos. ‘Vergeet niet’, benadrukt Butterman, ‘deze kinderen leerden in Oekraïne met het Cyrillische alfabet en dat is heel anders dan dat van ons. Dat hebben ze zich in twee, drie jaar eigen moeten maken.’

Alle ISK+-leerlingen moeten voor de zomer zijn klaargestoomd voor vervolgonderwijs in het Nederlands. Dat er een einde komt aan de Bredase Oekraïneschool en dat de twee perspectieven voor de leerlingen één werden, vinden Neutelings en De Jongh op zijn zachtst gezegd niet logisch.

‘De verblijfsstatus van Oekraïners is tijdelijk’, begint Neutelings zijn redenering. ‘Daarmee gaat de overheid uit van terugkeer. Het onderwijs beweegt niet mee, want dat gaat uit van ‘blijven’. Onze Oekraïneschool voorziet in die twee opties.’ De afgelopen jaren werd de tijdelijke verblijfsstatus voor Oekraïners door de Europese Unie steeds verlengd, nu tot 4 maart 2026. ‘Zolang Oekraïners beide perspectieven houden, zou de school open moeten blijven. Maar goed, we hebben ons bij sluiting neergelegd.’

Dat alle Oekraïense middelbareschoolleerlingen, niet alleen die in Breda, Nederlands vervolgonderwijs moeten volgen – tenzij ze besluiten te gaan werken – leidt tot nog een ongerijmdheid. Daar is de 16-jarige Eva een voorbeeld van. Ze kwam op haar 13de naar Nederland met haar moeder. ‘Mijn vader is nog daar, dat vind ik soms wel moeilijk’, zegt ze. ‘Hij is boer en past op de dieren, koeien, paarden.’ In de zomer zal ze ergens in een door de Oekraïense ambassade afgehuurde gymzaal in Rotterdam examen doen op het hoogste Oekraïense niveau.

Doorstromen naar het hbo

‘Als ze slaagt voor dat staatsexamen’, legt De Jongh uit, ‘laten we het diploma valideren en dat zit dan op havo plus.’ Niet vwo, want dat vergt een tweede vreemde taal en daarin voorziet het Oekraïense onderwijssysteem niet. De route naar een Nederlandse universiteit is daarmee in eerste instantie afgesloten. ‘Maar ze kan wel doorstromen naar het hbo.’

Net als haar medeleerling Roman ziet Eva haar toekomst in Nederland, maar tussen haar en een hbo-studie ligt een enorme barrière. ‘Ik wil international business gaan doen bij Avans Hogeschool, hier in Breda. Alleen: dat is voor mij veel te duur.’

Dat komt, legt Neutelings uit, doordat Oekraïense leerlingen in het Nederlandse onderwijs worden gezien als buitenlandse studenten. Oekraïne ligt nu eenmaal buiten de Europese Economische Ruimte (EER) en hun verblijfsstatus is geen permanente. ‘Ze vallen in een hogere categorie van het collegegeld.’ 10 duizend euro, dat kan de moeder van Eva niet betalen. ‘Ik hoop dat Avans me wil helpen.’

‘Soms strijken instellingen met de hand over het hart en maken ze inderdaad een uitzondering’, zegt Neutelings. Dat dat nodig is, maakt de onderwijsman in hart en nieren enigszins verdrietig. ‘Wij zijn in het onderwijs gaan werken om talenten te ontwikkelen zodat jonge mensen de volgende stap kunnen zetten. Het steekt dat het systeem dat niet toelaat.’

In de twee jaar van haar bestaan hebben Neutelings en De Jongh veel geleerd van de Oekraïneschool. ‘Veel positiefs’, stelt De Jongh, ‘maar we zijn ook geconfronteerd met het onvermogen en de onvolkomenheden van ons onderwijssysteem.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next