Sinds 2020 is de dienstplicht uitgebreid naar vrouwen. Er zijn echter geen aanpassingen aangebracht om vrouwen in de regeling te integreren, stelt Sylke Prins. En nog belangrijker: er is hierover geen maatschappelijk debat gevoerd.
Opeens ben ik dienstplichtig – zonder dat iemand het mij vroeg. Sinds 2020 vallen ook vrouwen onder de militaire dienstplicht, maar omdat er geen opkomstplicht is, hoor je er niemand over. Dit kan echter snel veranderen: als de opkomstplicht wordt heringevoerd, ben ik – samen met duizenden andere jonge vrouwen – verplicht mij te melden.
Maar waar was het debat waarin wij ons hierover konden uitspreken? Is er wel écht sprake van gelijkheid als vrouwen zonder maatschappelijk debat ineens onder een mannenregeling vallen?
De Kaderwet Dienstplicht is sinds 2020 uitgebreid naar vrouwen, maar zonder enige aanpassing aan de mannelijke standaard van deze wet. Er is niets aangepast om vrouwen in de regeling te integreren en de politiek heeft nauwelijks besproken wat de impact van de huidige regeling is op vrouwen. Werkelijke gelijkheid, die bij deze beslissing voorop zou moeten staan, betekent niet simpelweg kopiëren; het betekent erkennen dat er verschillen zijn en daar eerlijk mee omgaan.
Over de auteur
Sylke Prins is student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een veelgehoord argument vóór een dienstplicht voor vrouwen is dat vrouwen fysiek net zo sterk kunnen worden als mannen. In theorie klopt dat: er is geen significant verschil in de opbouw van relatieve spierkracht en spiermassa tussen mannen en vrouwen. De weg daar ernaartoe is echter anders. Vrouwen hebben gemiddeld minder spiermassa, een lagere botdichtheid en een hoger vetpercentage, waardoor een hoog fysiek niveau bereiken langer en intensiever trainen vereist.
Militaire training is voor iedereen zwaar, maar voor vrouwen is de fysieke belasting gemiddeld groter. Daarnaast vergroot het risico’s zoals RED-S (verminderde fysiologische functie door een relatief energietekort) en andere gezondheidsproblemen. Dit betekent niet dat vrouwen ongeschikt zijn, maar wel dat de lichamelijke belasting van verplichte militaire training voor vrouwen groter is.
Ook de claim dat vrouwen ‘een gelijkwaardige plaats in de samenleving’ hebben bereikt, valt met een flinke korrel zout te nemen. Nederland staat in de Global Gender Gap Index (GGGI) al drie jaar op rij op de 28ste plek. Zorg en onderwijs zijn inmiddels goed op orde, maar op het gebied van politieke invloed, economische participatie en inkomensgelijkheid loopt Nederland flink achter. Sterker nog: volgens het laatste GGGI-rapport (2024) duurt het met het huidige tempo nog ruim een eeuw voordat deze kloven zijn gedicht.
Nederland loopt daarmee achter op Scandinavië, Ierland en Spanje, die wél in de GGGI-toptien staan. Daar krijgen vrouwen actief gelijke kansen op de arbeidsmarkt en in de politiek. Onze overheid erkent weliswaar dat vrouwen vaker zorgtaken op zich nemen, bijvoorbeeld in het stimuleren van deeltijdwerk, maar verplicht ze nu ook tot militaire dienst zonder de impact hiervan te evalueren.
Bovendien is ook de leeftijdsgrens van de dienstplicht achterhaald. In Nederland geldt de formele plicht van 17 tot 45 jaar, terwijl veel andere landen aanzienlijk lagere leeftijdsgrenzen hanteren, die beter aansluiten bij de moderne realiteit. Rusland en Zwitserland stoppen bij 30 jaar, Armenië bij 27 jaar en de Verenigde Staten zelfs bij 25 jaar. In Nederland is niet eens overwogen wat een dienstplicht tot 45 jaar betekent voor vrouwen, terwijl zij in de praktijk nog altijd vaker zorgtaken op zich nemen.
Een bredere burgerdienst, waarin mensen zelf kunnen kiezen hoe ze bijdragen – of dat nu in de civiele of militaire sector is – zou veel logischer zijn. Dit biedt niet alleen meer keuzevrijheid, maar kan ook de maatschappelijke betrokkenheid vergroten.
Als de overheid écht gelooft in gelijkheid, waarom negeert ze dan de stemmen van vrouwen die deze plicht op hun bord geschoven krijgen? Werkelijke gelijkheid betekent dat vrouwen niet alleen plichten hebben, maar ook de zeggenschap over hoe ze willen bijdragen aan de samenleving. Dus, overheid: geef vrouwen de keuze en pas de regeling aan die past bij de 21ste eeuw.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant