Home

Wanneer ga je als dierenarts te ver, en wanneer niet ver genoeg, vraagt dierenarts Joyce Hofman zich af

Joyce Hofman is opgeleid als dierenarts, niet als ondernemer, en toch is geld allesbepalend in haar werk. Want, beschrijft Hofman in Komt een mens bij de dierenarts: de vraag blíjft hoeveel het baasje de zorg voor zijn huisdier waard vindt. ‘Over geld praten vind ik helemaal niet leuk.’

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Een dierenarts raakt vanzelf gespecialiseerd in mensen, weet Joyce Hofman (43). Haar naam staat op de gevel van drie dierenklinieken in Amsterdam, haar gezicht – half verscholen achter een zwarte kat – op het omslag van een boek dat deze week verschijnt, met vermakelijke verhalen en serieuze overwegingen uit haar praktijk.

In Komt een mens bij de dierenarts gaat het over de band tussen mens en dier, maar vooral ook over de relatie tussen mens en dierenarts, of eigenlijk de driehoeksverhouding tussen mens, dier en dierenarts, die Hofman ‘grappig en complex’ noemt.

In 2017 nam ze de zelfstandige praktijk over waar ze acht jaar eerder als dierenarts was komen werken, intussen met veertig man in dienst. ‘Ik denk dat 80 procent van mijn werk uit communicatie bestaat, en misschien maar 20 procent uit feitelijke diergeneeskunde’, schrijft ze. ‘Gelukkig hou ik van praten.’

Het gaat niet meer

Dus vertelt ze nu in de vestiging in de Watergraafsmeer geanimeerd over de laatste keer dat ze met al haar parate mensenkennis tóch een verkeerde inschatting maakte, terwijl ze met een mevrouw de aftakeling van haar 17 jaar oude kater doornam. ‘We waren alle honderd problemen aan het bespreken, en hoe al die problemen elkaar in de weg zaten, want het medicijn voor probleem a zorgde weer voor probleem b. Ik zei iets als: ‘Het is natuurlijk ook een optie om op een gegeven moment te zeggen: het gaat niet meer, we gaan het dier laten inslapen.’

Dat viel niet in goede aarde. ‘Hoe bedoel je?’, snibde de vrouw. ‘Stel je nou voor dat we mijn kat gaan vermoorden? Dat doe je met je kind toch ook niet?’ Hofman, droogjes: ‘Oeps, dacht ik, kan ik een paar minuten terug in de tijd? En ook: nou, áls we dit dier al met een mens gaan vergelijken, dan hebben we niet over je kind, maar over je hoogbejaarde vader.’ Lacht: ‘Dat durfde ik toen natuurlijk niet meer te zeggen.’

Over dit soort kwesties heeft ze het graag. ‘Wanneer ga je als dierenarts te ver, en wanneer niet ver genoeg? Doen we het echt allemaal voor het welzijn van het dier? Of eerder voor de gemoedsrust van de eigenaar?’

Aan de ene kant van het spectrum heb je een jachthond die op verzoek van zijn eigenaren siliconenballen van vijfhonderd euro krijgt, omdat ze ervan balen dat hun reu na castratie zonder ballen verder moet (‘Een vaker gehoord bezwaar bij de masculiene huisgenoten van mijn mannelijke patiënten’), aan de andere kant treft ze types die ieder onderzoek naar wat hun beest mankeert te gortig vinden.

Veel ethische dilemma’s hangen samen met geld, een woord dat op 256 pagina’s 62 keer valt. ‘Terwijl: qua persoonlijkheidstype staat iemand die voor de opleiding diergeneeskunde kiest misschien wel het verst af van het type dat van spullen verkopen houdt. Over geld praten vind ik helemaal niet leuk.’

Toch gaat het er voortdurend over. ‘De overheid vindt dat de dierenarts een product levert zoals een jas, waar je 21 procent btw over afdraagt. Maar het is wel een product waar grote emoties bij komen kijken, en waarvoor mensen meestal onvoorziene kosten maken. Het is ook niet per se zo dat mensen die veel geld hebben dat geld ook aan hun dier willen uitgeven. Er zijn mensen met weinig geld die juist alles voor hun dier overhebben. De ongemakkelijke vraag is altijd: hoeveel vind jij de zorg voor je dier waard? Heb je het, dat is één ding, maar ook: hoeveel is het je waard?’

Je legt uit dat het steeds lastiger wordt om een balans te vinden tussen wat mogelijk is en wat wenselijk is, ‘tussen wat we kunnen doen en wat we zouden moeten doen’.

‘Een vriendin van mij is kinderarts. Iedereen die bij haar komt wil, net als zij, het beste voor z’n kind. Ik moet iedereen vertellen dat er een scala aan mogelijkheden is, van basic tot wat we gekscherend de diamond standard noemen.

‘Mensen zijn vaak stellig over behandelingen: ‘Ik ga geen operatie doen’, of ‘Chemo, daar beginnen we niet aan’. Maar het begint met uitvragen en onderzoeken: van bloed- en urineonderzoek, röntgenfoto’s en echo’s tot MRI-scans en scopieën.

‘Veel dieren laten het slecht zien als ze ziek zijn. Katten kunnen met een gebroken poot naar huis komen lopen en als je erin knijpt geen kik geven. Ik heb een puzzel voor me en wil zo veel mogelijk informatie verzamelen om tot een behandeladvies te komen. Maar elk stukje informatie kost geld.’

Dat levert dilemma’s op. Je schrijft: ‘Als na uitgebreid onderzoek blijkt dat er toch geen hoop is, hoor je weleens: ‘Vroeger liet mijn moeder haar kat meteen inslapen, nu doen jullie allemaal onnodige onderzoeken.’

‘Aan de ene kant is het mooi, want er zijn veel katten met nierfalen die we vroeger lieten inslapen, en die nu met een goede behandeling nog jaren meekunnen. In het verleden zei de dierenarts: je hebt hartstikke goed voor je dier gezorgd, maar hier houdt het op, en dan nam je afscheid. Dat was rot, maar je had het goed gedaan.

‘Nu ga je met een schuldgevoel naar huis. Want er zijn mogelijkheden om uit te zoeken of de kat nog te redden is, maar heb je het geld, en heb je het ervoor over?

‘En ja, er zijn dieren die we zo’n hele behandeling door trekken en die het toch niet halen. Dan denk ik achteraf ook weleens: heeft dat arme beest hier drie dagen voor niks aan het infuus gelegen.’

Beginnen mensen over het algemeen zelf over de kosten?

‘Vaak wel. Uit de manier waarop mensen over hun dier praten kan ik ook al veel opmaken.

‘Iemand die het consequent over ‘my baby’ heeft, zal waarschijnlijk een andere band met zijn dier hebben dan degene die de kat op de behandeltafel gooit en zegt: ‘Hij doet het niet meer’. Er zijn mensen die een afspraak maken omdat ze een klein zwart stipje op de buik van hun hond hebben gezien, en er zijn mensen die pas komen als de poes al twee weken niet gegeten heeft.

‘Ik heb door de jaren heen geleerd dat ik mijn vooroordelen terzijde moet schuiven en altijd mijn beste voorstel op tafel moet gooien. Anders ben je mensen niet eerlijk aan het behandelen.’

Is het beste voorstel het beste voorstel voor het dier?

‘Het beste voorstel is het voorstel dat ons het beste in staat stelt om erachter te komen wat er met een dier aan de hand is.’

Je hebt het over je eigen hond Bink, die je voor 3.500 euro bij een orthopeed liet opereren aan een gescheurde kruisband. ‘Sommige mensen zullen zich afvragen: ze is 12, is dat het allemaal wel waard? Maar een hond op die leeftijd laten inslapen voor een gescheurde kruisband? Geen denken aan.’

‘Bink leek helemaal gezond aan de buitenkant, ze kon alleen één achterpoot niet gebruiken. Dat was een probleem, want wij woonden driehoog en hij woog bijna 30 kilo. We konden haar niet omhoog tillen, dus ze zat tijdelijk bij mijn ouders. Het was geen houdbare situatie. De keus was een operatie, of een spuitje.

‘Voor mij persoonlijk speelde mee dat ik het geen goed voorbeeld vond voor mijn kinderen als we de hond zouden laten inslapen omdat hij niet goed kon lopen. Bink ging een half jaar later alsnog dood, waarschijnlijk aan een vorm van zeldzame longkanker die we niet konden vaststellen, maar ik dacht op dat moment nog dat ze 15, 16 kon worden.’

Hoe had je dit aangepakt bij een klant?

‘Als de hond naar een specialist sturen te duur is, kan ik een aantal dierenartsen bellen die zo’n operatie zelf doen, maar met minder ervaring dan een orthopeed. Over de risico’s moet ik dan duidelijk communiceren, want wat als er een complicatie optreedt? Je hebt je nek uitgestoken voor iemand, en dit zijn de operaties waar je bijna niets aan overhoudt. Als je in zo’n geval ook nog boze mensen op je dak krijgt, omdat ze ervan balen dat het resultaat minder perfect is dan gehoopt... ja, dan wordt het voor alle partijen teleurstellend.

‘Ik heb er begrip voor als mensen hun hond wél laten inslapen. Maar nu hebben we het over een hond van 12, wat als je een hond van 3 hebt? Als een eigenaar meteen kiest voor een spuitje, vooral bij een jonger dier, vind ik dat lastig.’

Vorig jaar sprak ik een dierenarts uit Etten-Leur over het bepalen van het juiste moment voor een spuitje. Een lezer vroeg zich na het lezen van dat interview af: hoe erg is het als een dier thuis sterft als het moment daar is, en niet eerder? Zij had het gevoel dat huisdieren geen eigen sterfmoment mogen hebben, door onze eigen onmacht en angst voor de dood.

‘Dat laatste kan ook juist een rol spelen bij de beslissing om het spuitje uit te stellen. Ik ben nu bijvoorbeeld met een hondje van 17 bezig. Zijn eigenaar wil ’m echt niet laten inslapen. Met haar heb ik de afspraak gemaakt dat ze twee keer per week langskomt, zodat ik in de gaten kan houden hoe het gaat en of het dier niet onnodig lijdt.

‘Als een dier dat in de natuur leeft, stopt met eten en drinken, is het binnen een paar dagen dood. Maar wij gaan hem nog met een spuitje water geven, en dat proces dus verlengen.

‘Het is inderdaad lastig, want ik denk soms: is de dood zo erg? Hebben dieren doodsangst, zoals mensen doodsangst kennen? Hoeveel mensen die ziek zijn en lijden kiezen uiteindelijk wel niet met volle overtuiging voor euthanasie?’

Vergelijken we huisdieren te veel met mensen?

‘We zijn de hele dag dingen aan het bepalen voor onze dieren. Ik ben er voorstander van om dieren zo min mogelijk dierlijk eiwit te voeden. Dat vinden een hoop klanten raar, want dat mag ik niet besluiten voor mijn hond. Diezelfde mensen trekken een klein gefokte chihuahua, waarvan de hersenen niet in de schedel passen, een regenjas aan in een kinderwagen.

‘Er komen hier mensen die hun hond op de kattenbak houden. Er zijn veel katten die nooit naar buiten mogen, en die vrijheidsbeperking zien eigenaren dan zelf als een vorm van dierenliefde: je laat een kat toch niet naar buiten, straks loopt-ie voor een auto? Maar ingrijpen op wat ze eten, dát kun je niet maken.’

Heb je een antwoord op de vraag die je opwerpt: wat mag je als dierenarts van een eigenaar verwachten?

‘Dat je enige kennis opdoet voordat je aan een huisdier begint, en dat je het besef hebt dat een dier ziek kan worden. Er komen hier mensen die verbijsterd zijn als ik vertel dat hun kat keelpijn heeft, want hoe kan een kat nou pijn aan z’n keel hebben, of een longontsteking?

‘Ik hoop dat mensen die het boek lezen bij zichzelf te rade gaan: hou ik echt van dieren? En als ik echt van dieren hou, zou ik dan niet soms anders met mijn huisdier of met andere dieren om moeten gaan? Wat vind ik er eigenlijk van dat we onze dieren mismaken omdat we een bepaald formaat leuk vinden, dat we ze soms medische behandelingen onthouden die ze nodig hebben?’

In Komt een mens bij de dierenarts maakt Hofman aan de hand van voorbeelden inzichtelijk hoe zij tot haar afwegingen komt, en wat de gang naar de dierenarts prijzig maakt.

Ze komt ook in het verweer tegen het beeld van dierenartsen als geldwolven. Op haar telefoon zoekt ze een nieuwsbericht op van begin februari. De Autoriteit Consument & Markt kondigde extra controles aan, onder meer omdat er zorgen bestaan over dierenartspraktijken die in handen zijn gekomen van investeringsfondsen. Dat zou tot forse prijsstijgingen hebben geleid.

Hofman leest de kop voor op Nu.nl voor: concurrentiewaakhond richt pijlen op dierenartsen die baasjes poot uitdraaien. ‘Hier ergerde ik me kapot aan. Als het inderdaad zo is dat bedrijven die zelfstandige klinieken opkopen torenhoge prijzen hanteren, dan is dat de schuld van die bedrijven, niet van de dierenartsen die daar keihard staan te werken. Ik hoop dat ik iets meer vertrouwen kan creëren, door hier in de praktijk en in het boek zo precies mogelijk uit te leggen hoe de zorg in elkaar steekt.’

Waarom kiezen zelfstandige kliniekeigenaren ervoor hun praktijk te verkopen aan investeerders?

‘Omdat het verdomde moeilijk is om je hoofd boven water te houden, met de investeringen die je moet doen om mee te kunnen met de mogelijkheden van nu.

‘Ik ben opgeleid als dierenarts, niet als ondernemer. Er is een gigantisch personeelstekort in de sector, vooral aan dierenartsassistenten, van wie je er per dierenarts twee nodig hebt. De marges zijn klein, terwijl iedereen denkt dat je in een villa woont. Het echoapparaat dat hier staat, kostte iets van 50 duizend euro, mijn collega heeft voor 20 duizend euro aan cursussen moeten volgen om dat ding goed te kunnen bedienen.

‘Ik kan me voorstellen dat je er op een gegeven moment moe van bent, en denkt: weet je wat, ik verkoop de tent. Laat het leiden van dit bedrijf maar over aan mensen die ervoor geleerd hebben. Dat is best vaak een verstandige keuze, laat ik dat wel stellen. Een groot ziekenhuis wordt ook niet door drie chirurgen geleid.

‘Het is uiteindelijk een maatschappelijk vraagstuk: vinden wij dat bedrijven die een winstoogmerk hebben in de zorg thuishoren?’

Bij menselijke zorg is de apotheek over het algemeen gescheiden van de artsen, maar in de dierenkliniek is de arts degene die voorschrijft én verdient aan de verkoop. In theorie zou dat overmedicatie kunnen opleveren.

‘Ik snap het wantrouwen, maar die paar procent winst die we proberen te behalen, komt niet van de apotheek af.

‘Zelf heb ik ook weleens gedacht: kunnen we het arts- en apotheekgedeelte niet beter uit elkaar trekken? Maar dat zou ingewikkeld worden. Moeten apotheken het dierengedeelte er dan bij doen? Zouden we speciale dierenapotheken moeten beginnen?

‘Ik kan alleen maar zeggen: zorg dat je een dierenarts vindt die je vertrouwt, met wie je goed kunt praten en eerlijk bespreekt wat jouw budget is, zodat je samen kunt kijken wat er binnen dat budget mogelijk is.’

Wat raad je mensen aan die het moeilijk vinden om te bedenken hoe ver ze kunnen of willen gaan?

‘Als jij een intense relatie met je huisdier aangaat, kun je het beste een verzekering voor dat dier afsluiten. Dan kun je in een vervelende situatie je aandacht richten op wat het beste is voor het dier, en kom je niet in gewetensnood vanwege het financiële stuk.

‘Ik hoor mensen weleens zeggen: ‘Ik heb tien jaar betaald voor de verzekering, maar hij heeft nooit wat gehad.’ Ze vinden het dan weggegooid geld. Maar zo’n verzekering is iets collectiefs, dus van dat geld is een ander dier geholpen. Zo werkt verzekeren: we besluiten samen dat we dierenzorg belangrijk vinden en we leggen allemaal wat in, net zoals met onze eigen ziektekostenverzekering. Alleen is dat dus wel een gedachtesprong die je moet maken.’

Hofman wijst naar haar kleine, oude smartphone op tafel. ‘Hoe vaak er wel niet tegen mij wordt gezegd dat ik echt een nieuwe telefoon zou moeten kopen. Ik vind dat onzin. Te duur. Klanten hoor ik juist vaak zeggen: ‘Een operatie van 1.500 euro? Daar kan je een nieuwe iPhone van kopen!’ Wat is voor jou belangrijker: een nieuwe iPhone of dat de poot van je hond gerepareerd wordt?

‘Dit gaat natuurlijk niet op voor mensen die het geld simpelweg niet hebben, hè? Gelukkig bestaan daar potjes voor. Maar heb je het geld wel, dan is het aan jou om te kiezen of je het wilt spenderen aan je hond, aan een nieuwe telefoon of aan een vakantie. Daar mag ik me niet mee bemoeien.’

Joyce Hofman: Komt een mens bij de dierenarts, bijzondere verhalen uit de dierenartspraktijk. Ambo Anthos; 256 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next