Een ‘signature move’ kan genoeg zijn om als voetballer herinnerd te worden: een kenmerkende actie, trap of (schijn-)beweging. Daarvoor hoef je geen Cruijff (de Cruyff-turn) of Bergkamp (de stift) te heten: vijf prachtbewegingen die liefhebbers elke week kunnen zien. Zoals de stop-and-go van FC Den Bosch-speler Danny Verbeek.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
‘Zidane! Zidane!’ Op trainingsvelden overal ter wereld hoor je hem altijd wel een keer voorbijkomen, de achternaam van de beroemde Franse voetbalvirtuoos Zinedine Zidane. Oók als er pupillen op het veld staan die de in 2006 gestopte Franse rasvoetballer nooit op tv hebben gezien.
Het komt door die ene beweging die het kenmerk werd van Zidane: een pirouette op de bal waarmee hij zich uit de drukte draaide. Elegant en op volle snelheid uitgevoerd.
Veel grote spelers hebben zo’n beroemde beweging geïntroduceerd of beroemd gemaakt. Johan Cruijff had zijn Cruyff-turn. Hij dreigde te schieten, haalde de bal achter zijn standbeen door, draaide zich snel om en was ervandoor. Deze beweging is nog beroemder in andere landen dan in Nederland, gek genoeg.
Cristiano Ronaldo maakte als jonge voetballer naam met de Ronaldo-kap: op volle snelheid verlegde de Portugees de koers van zijn dribbel door de bal achter zijn standbeen naar binnen te kappen.
Dennis Bergkamp was de man van de stift, Willem van Hanegem van de kromme pass buitenkant voet. Al zullen kinderen niet en masse ‘Van Hanegem’ roepen na het geven van zo’n bananenpass, maar eerder ‘Yamal’, een held van nu.
Zo’n kenmerkende actie is niet voorbehouden aan de allergrootste voetballers. Ook op lager niveau zijn er spelers met een zogeheten signature move.
De Volkskrant zoomt in op vijf stuks die de Nederlandse voetballiefhebber met een beetje geluk iedere week een keer kan tegenkomen.
Aanzetten, stoppen, voet op de bal en weer versnellen. ‘Het is heel simpel eigenlijk, maar het lukt vrijwel altijd’, zegt FC Den Bosch-speler Danny Verbeek (34), gevraagd naar zijn lievelingsactie, wereldberoemd bij liefhebbers van de eerste divisie.
Hij voert de actie al uit sinds hij voor het eerst in clubverband ging voetballen. ‘Ik was best klein in de jeugd, met die stop-and-go had ik een voordeel op andere spelers.’
Het gaat volgens Verbeek vooral om de timing. Nadat hij is gestopt, stopt zijn tegenstander ook. Precies op dat moment gaat de aanvaller weer verder. ‘En als ze niet stoppen, dan draai ik de andere kant op. Dan ben ik mijn tegenstander niet voorbij, maar heb ik wel ruimte.’
De beweging is dermate vergroeid met hem dat hij weleens ‘hé, daar heb je Danny stop-and-go’ hoort zeggen. ‘Geinig toch.’
En ook mooi was het verwijt dat FC Volendam-spits Henk Veerman een ploeggenoot maakte na een wedstrijd tegen Den Bosch: ‘We hebben het er de hele week over gehad en toch trapt die back erin.’
Zijn ploeggenoten proberen de stop-and-go soms ook uit. Maar als er een nieuwe speler op de training komt, is het Verbeek die hem tijdens een partijspel altijd bewust even opzoekt om hem te passeren met zijn stop-and-go. ‘Een soort ontgroening. Ik draai al heel wat jaartjes mee, maar ze tuinen er toch altijd in.’
Razendsnel haalt FC Volendam-speler Bilal Ould-Chikh de bal onder zijn linkervoetzool door om hem onmiddellijk met rechts mee te nemen. ‘Het gaat om de snelheid waarmee je het doet’, doceert de uitvinder zelf. ‘Die moet hoog zijn, het moet een vloeiende beweging zijn, te snel voor de ogen en voeten van de tegenstander.’
Ould-Chikh schaafde als kleuter al aan zijn beweging op pleintjes in Roosendaal. ‘Niemand zegt daar dat je moet overspelen, dat je iets anders moet proberen. Je kunt het eindeloos oefenen. Tegen jongens van verschillende leeftijden en met verschillende kwaliteiten.’
Hij kreeg ‘een reputatietje’ in de jeugd van Willem II vanwege zijn truc. ‘Hadden ze het over de Bilal-kap. Ik zat in de ploeg bij Frenkie de Jong, die vond het ook mooi.’
Passeren wordt in jeugdopleidingen nog wel gestimuleerd. Maar bij het eerste wordt vaak gezegd: ‘Hé, het speelkwartier is voorbij.’ Of de ultieme dooddoener: ‘Ga nou simpel spelen!’
Ould-Chikh: ‘Juist de trainers met grote namen als Alfred Schreuder, Erik ten Hag en Wim Jonk zeiden tegen mij: doe maar. Hij lukt ook meestal wel, moet ik zeggen.’
Ould-Chikh speelt dit seizoen in de eerste divisie, wat het opvallend genoeg voor hem lastiger maakt om zijn geliefde beweging uit te voeren. ‘Ik heb nu vaak twee, soms zelfs drie man tegenover me. In de eredivisie had ik er maar eentje voor me. Dan heb je meteen ruimte als je die beweging goed uitvoert.’
Hij hoort toeschouwers verrukt reageren op zijn actie. ‘Logisch. Dit is toch wat je wilt zien als je naar het stadion komt. Je ziet het alleen niet veel meer. Noa Lang durft nog weleens wat. Ivan Perisic. Anis Hadj Moussa. Het moet niet uitsterven. Dat zou jammer zijn.’
Hij kent geen andere speler die zijn beweging ook zo uitvoert. ‘Het zou mooi zijn als dit voortleeft als de Bilal-kap. Heb je toch wat bereikt.’
Het is de 35ste minuut van de meest beladen wedstrijd van Engeland, die tussen Manchester United en Liverpool. Liverpool-speler Ryan Gravenberch heeft eigenlijk geen ruimte, Manchester-middenvelder Kobbie Mainoo schaduwt hem voortdurend, en ook diens collega Manuel Ugarte is in de buurt van de vormgever. De bal wordt dan toch naar hem toegespeeld, alleen een kaats terug lijkt een optie. Maar dan draait Gravenberch razendsnel 180 graden. Als een soort illusionist heeft hij de bal bijna stiekem aan zijn voet meegenomen.
Acties als deze belanden vaak snel losgeknipt op sociale media, waar de teller al gauw op 1,4 miljoen views staat.
Na de Cruyff-turn spreken ze in Engeland nu ook over de Gravenberch-turn. Gravenberch in een Engelse podcast: ‘Ik denk er niet eens over na. Ik kijk van tevoren of er ruimte is, dan draai ik en wil ik verder naar voren dribbelen. Het is gewoon instinct, ik doe dit altijd al. Het is lekker om te doen, om zo je tegenstander kwijt te raken. Het smaakt altijd naar meer.’
Het voelde alsof hij hulpeloos in een vuurlinie lag, al wist Willem II-doelman Thomas Didillon-Hödl precies waar het gevaar vandaan kwam, op welke manier het tot hem zou komen en zelfs met welke snelheid. ‘We hebben vooraf de beelden bekeken van de hoekschoppen van Ihattaren en die besproken’, sprak hij na RKC-Willem II beteuterd.
RKC-middenvelder Mohamed Ihattaren bleef tegen Willem II maar hoekschoppen venijnig hard indraaien. Met zijn begaafde linkervoet raakte hij de bal schuin aan de onderkant, daarna een korte, krachtige zwaai met zijn been voor effect en snelheid. In een halve boog draaide de bal als een kamikazedrone hoog naar de doelmond.
De eerste twee hoekschoppen werden door Willem II ternauwernood weer tot hoekschop verwerkt. Bij de derde bezweek Didillon-Hödl door een ongelukkige aanraking van Willem II-verdediger Tommy St. Jago. Doelpunt voor RKC.
RKC-trainer Henk Fraser aanschouwt elke dag op de training de wondertrap van Ihattaren. ‘Ik zweer je: op de training legt hij er vijf van de vijf precies op de plek waar hij dat wil. Er is niemand in Nederland die hoekschoppen zo kan trappen.’
Ook bij Ihattaren is er sprake van jong geleerd, oud gedaan. ‘Het is altijd mijn kwaliteit geweest.’
Bij RKC trainen ze op verschillende hoekschoppen, en op hoe andere spelers dan moeten inlopen. ‘Maar medespelers weten toch wel dat ik altijd zelf bepaal wat ik doe’, zegt Ihattaren. Desnoods doet hij dus drie keer hetzelfde achter elkaar.
Feyenoorder In-beom Hwang weet precies wat zijn ploeggenoot Anis Hadj-Moussa gaat doen, maar stapt op trainingen toch altijd naar voren, met zijn hoofd half afgewend, als Hadj-Moussa aanlegt voor een schot. Dat schot komt er alleen vaak niet. De voet van Hadj-Moussa is naar achteren gezwaaid, maar boven op de bal ineens geremd. Vervolgens neemt hij de bal de andere kant op.
Toen de Algerijn deze truc vorig seizoen bij Vitesse voor het eerst demonstreerde in Nederland, ging de recent gestopte technicus Nasser El Khayati direct rechtop zitten. Hij pakte zijn telefoon en appte naar vijf vrienden dat ze alles moesten laten vallen en Vitesse moesten opzetten. El Khayati: ‘Het was of ik een extreme versie van mezelf zag. Bij Vitesse deed hij soms wel vijf van die schijntrappen achter elkaar. Het was meer show dan effectief. Nu bij Feyenoord haalt hij veel meer rendement, doordat hij na een schijntrap voorgeeft of schiet. Zo profiteert hij van de ruimte die hij heeft verkregen.’
Tegenstanders hebben eigenlijk geen keus. Als ze de bal niet proberen te blokkeren kan Hadj-Moussa die neerleggen waar hij wil.
El Khayati: ‘De overtuiging waarmee je de schijntrap uitvoert, is belangrijk. Je moet echt je hele lichaam positioneren alsof je schiet en de bal ook echt hard raken, je slaat als het ware met je voet op die bal, maar sleept hem dan mee.’
Het mooiste is als de benen van de tegenstander bij hun blokkeerpoging uit elkaar gaan. El Khayati: ‘Dan kun je de bal er doorheen tikken, dat is het lekkerste.’
Van de overstap van Frenkie de Jong en de Zeehond van Kerlon tot de Doesburg-shuffle van Paul Bosvelt.
Frenkie de Jong Overstap (Frenkie-turn) Stap (half) over de bal heen, draai je (half) om en dribbel de andere kant op.
Ibrahim Afellay De Afellay Dribbel, voet over de bal halen en met andere voet achter standbeen andere kant op kappen.
Erik Lamela Rabona Dreigen met ene voet te schieten, maar ineens piept andere voet achterlangs waarmee wordt geschoten. Doorgaans gebruikt om voor te geven, maar Lamela scoorde tweemaal op die manier.
Ronald de Boer Lichaamsschijnbeweging Naar links dreigen met bovenlichaam, naar rechts gaan.
Piet Keizer Schaar Rondje rond de bal maken met ene voet om hem dan met andere voet mee te nemen.
Michael Laudrup Sleep Duw (sleep) de bal met binnenkant voet langs tegenstander.
Paul Bosvelt Doesburg-shuffle Dribbel, bal terughalen tijdens dribbel, kort stoppen, aanzetten en verder dribbelen.
Eljero Elia Klik klak Voetzool vanaf binnenkant voet helemaal over de bal heen halen en dan met buitenkant voet de bal de andere kant mee opnemen.
Urby Emanuelson U-turn De bal onder de rechtervoetzool doorhalen, daarna direct met de linkerwreef de andere kant op meenemen.
Ricardo Quaresma Trivela Schieten of voorgeven met buitenkant voet en daarbij met lichaam flink overhellen om curve mee te geven.
Ilhan Mansiz Rainbow flick De bal ligt achter je. Duw hem met je ene voet tegen je andere kuit omhoog zodat die in een boogje over jou en je tegenstander heenkomt.
Cauahtemoc Blanco Cauahtemiña (kikkersprong) Klem de bal tussen je voeten en spring ermee tussen twee tegenstanders door.
Kerlon De zeehond Met de bal balancerend op voorhoofd of neus langs tegenstanders rennen.
Ronaldinho Elastico of Akka Bal van buitenkant voet naar binnenkant laten rollen (of andersom).
Rodrigo Taddei Aurelio Doorgevoerde elastico waarbij de bal rond je standbeen draait.
Mesut Özil Özil Bounce Bij het afronden de bal met de binnenkant voet in de grond duwen waardoor die omhoogkomt en over de keeper zeilt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant