Home

Ramp op ramp op ramp levert niet per se een slecht boek op, kijk maar naar Lize Spit

is columnist voor de Volkskrant en doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Mijn vader had een manier om een bepaald type verhalen aan te duiden en dat was ‘ramp op ramp op ramp’. Als iemand in een boek bijvoorbeeld als kind werd geslagen, als volwassene soldaat was in een wrede oorlog en na bevrijding ook nog zijn hondje verloor, luidde mijn vaders conclusie: ‘Ramp op ramp op ramp.’ Dat vond hij niet goed, want, denk ik, te gemakkelijk effectbejag.

Een boek dat ik onder het prevelen van dit zinnetje ooit terzijde heb gelegd, is bijvoorbeeld Een klein leven van Hanya Yanagihara, dat tien jaar geleden een grote hit was. Ik zal alle rampen erin niet opnoemen, maar als je naar het omslag kijkt (man die extreem gekweld zijn ogen dichtknijpt) krijg je een subtiele hint.

Toch is het niet zo dat ramp op ramp op ramp per se een slecht boek oplevert. Soms is het leven ramp op ramp op ramp, eigenlijk best vaak. Kijk maar naar de gemiddelde documentaire of het journaal. Het gaat erom hoe de rampen naverteld worden. Als je dat heel goed kunt, zoals de Vlaamse schrijver Lize Spit, dan word je als lezer compleet gehypnotiseerd een boek doorgetrokken.

Dit gebeurde mij nu met Spits nieuwe boek Autobiografie van mijn lichaam. Ze vertelt het verhaal van haar ouders (twee alcoholisten), van haar moeder (dodelijk ziek als het boek begint) en het huwelijk van die ouders (ongelukkig). Daar komen nog de nodige nare feiten bij, want de combinatie van twee alcoholistische ouders in een kapot huwelijk levert gegarandeerd meer rampen op.

Lize Spit en de Franse schrijver Édouard Louis doen me aan elkaar denken: ze schrijven allebei over hun bepaald niet ANWB-achtige opvoeding, op een koortsachtige manier die je in een totale leestrance brengt.

Spit heeft ook echte dagboekfragmenten uit haar jeugd in het boek zitten. Een ongelofelijk aantal cavia’s, konijnen en poezen wordt in huize Spit geboren en gaat er ook met de regelmaat van de klok dood, en dit wordt allemaal genoteerd. De fragmenten variëren tussen een neutrale opmerking als ‘Wereldoorlog 3 gaat misschien uitbreken’ tot ‘Ik ben 46 min aan de afwas bezig geweest’.

En dan zijn er de dagboekaantekingen waaruit Lizes extreme hechting aan mensen als schooljuffen en ooms en tantes blijken. ‘31 december: ik heb een kaartje van juf Peggy ontvangen!!!!!!!!’ ‘3 oktober: het is spijtig dat nonkel Tom en tante Lies nu al weg gingen.’

De grotere rampen voel je door de kleine verdrietjes heen. Je zou willen dat juf Peggy nooit met zwangerschapsverlof ging en Pongo de cavia eeuwig bleef leven om al het andere goed te maken. Maar dat is niet zo. Het leven is voor sommige mensen verdrietig en hard, maar als je dat zo prachtig kunt opschrijven, is het voor je lezers eventjes heel mooi.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next