Home

De verschillen tussen Oost en West worden kleiner, maar de kloof steeds dieper: hoe de AfD in Oost-Duitsland zo groot kon worden

Nog nooit was de electorale scheidslijn tussen voormalig West- en Oost-Duitsland bij de Bondsdagverkiezingen zo duidelijk als afgelopen zondag. In de westelijke deelstaten werd de CDU de grootste, in de oostelijke de AfD. Hoe valt dit te verklaren?

Dylan van Bekkum en Pepijn de Lange zijn nieuwsverslaggever en data-journalist van de Volkskrant.

Op de uitslagenkaart van de Duitse Bondsdagverkiezingen valt het meteen op: Oost- en West-Duitsland, sinds 1990 weer één land, lijken electoraal gezien tegenpolen. De uitslagen in de kleine driehonderd kiesdistricten delen het land electoraal meer dan ooit in tweeën. In 46 van de 48 districten in de voormalige DDR (Berlijn uitgezonderd) werd de radicaal-rechtse AfD de grootste partij. In de 239 kiesdistricten in West-Duitsland gebeurde dat in slechts twee districten.

Bij de negen Bondsdagverkiezingen die in Duitsland zijn gehouden sinds de Wiedervereinigung, was de oude landsgrens nooit zo zichtbaar als nu. De eerste stembusgang in herenigd Duitsland leverde een overwinning op van CDU/CSU in vrijwel het hele land. In de decennia daarna scoorde ook de sociaaldemocratische SPD vaak goed. Nooit leek het gespleten verleden van het land een doorslaggevende rol te spelen. Met de opkomst van de AfD werd dat anders.

Vooropgesteld: het succes van de AfD is niet louter een Oost-Duits fenomeen. Ook in West-Duitse regio’s groeide de radicaal-rechtse partij sterk vergeleken met de vorige Bondsdagverkiezingen. ‘De suggestie is vaak dat de parlementaire democratie in de westerse Bondsrepubliek van radicaal-rechts was gevrijwaard’, zegt historicus Krijn Thijs, verbonden aan het Duitsland Instituut Amsterdam. ‘Het is denigrerend naar het oosten en ergens ook triomfantelijk. Alsof dit in West-Duitsland nooit had kunnen ontstaan en de rechts-radicalen pas na de Duitse eenwording een probleem zijn gaan vormen. Daarmee houd je jezelf voor de gek.’

Maar feit blijft dat de AfD in Oost-Duitsland de vruchtbaarste voedingsbodem voor haar ideeën vond. Toen de rechts-radicalen in 2013 voor het eerst meededen aan de Bondsdagverkiezingen, behaalden ze hun beste resultaat in de Oost-Duitse deelstaat Thüringen (8,7 procent). Bij de verkiezingen daarna liepen de stemmen voor de AfD vooral in voormalig Oost-Duitsland flink in aantal op.

Zondag behaalde de partij in de westelijke districten tussen de 6,3 en 29,2 procent van de stemmen. In de voormalig Oost-Duitse regio’s ligt dat percentage tussen de 18,5 en 46,7 procent, hoofdstad Berlijn niet meegerekend.

Historicus Thijs betoogt dat juist veel West-Duitsers een belangrijke rol spelen in radicaal- en extreemrechts in Duitsland. ‘De belangrijkste gezichten in de radicaal-rechtse politiek en de neonazi-scene in Oost-Duitsland, zijn West-Duitsers die na 1990 naar Oost-Duitsland zijn gegaan om de beweging daar op poten te zetten.’ Zeker na de val van de DDR, een revolutionaire tijd waarin de gevestigde institutionele structuren in het Oosten niet meer bestonden, zagen zij een voedingsbodem in voormalig Oost-Duitsland.

Ook sleutelfiguren binnen de AfD, zoals partijleider Alice Weidel en Björn Höcke, een kopstuk van de AfD in de belangrijke oostelijke deelstaat Thüringen, werden geboren in de (West-Duitse) Bondsrepubliek. ‘Heel cynisch gesteld is de AfD een goed voorbeeld van een geslaagde eenwording’, zegt Thijs.

Oost-Duitsers zijn ouder en gaan eerder dood

De Duitse eenwording heeft de levens van de ‘Ossies’ ingrijpend veranderd. Plotseling kregen zij de vrijheid om hun leven naar eigen inzicht in te richten en konden zij gaan en staan waar zij wilden. In 1990 was de Oost-Duitse bevolking gemiddeld jonger dan de West-Duitse. Door dalende geboortecijfers en de verhuizing van jonge mensen naar de westelijke deelstaten is die verhouding inmiddels omgedraaid.

Hoewel voormalig West- en Oost-Duitsland de afgelopen decennia naar elkaar toe zijn gegroeid, bestaan er nog altijd flinke demografische en sociaal-economische verschillen. Oost-Duitsers worden weliswaar steeds ouder, maar hun levensverwachting ligt nog niet zo hoog als die van hun westelijke landgenoten.

Economisch gezien geldt hetzelfde: de kloof tussen oost en west is kleiner geworden, maar nog niet volledig geslecht. Zo ligt het gemiddelde jaarsalaris in de westelijke deelstaten soms wel een kwart hoger dan in het oosten. Daarnaast telt Oost-Duitsland relatief gezien meer werklozen, al zijn de verschillen veel kleiner dan in de jaren negentig.

Paradoxaal genoeg tillen de kiezers in de oostelijke deelstaten volgens Thijs steeds zwaarder aan deze steeds kleiner wordende verschillen. ‘Oost-Duitsland is er verschrikkelijk op vooruit gegaan’, zegt de historicus. ‘Steden en dorpjes, opgeknapt met geld uit West-Duitsland, zien er nu prachtig blinkend uit. Maar op veel plekken zitten alleen maar wat chagrijnige oude mannetjes op een bankje onder een boom op het dorpsplein uit te kijken.’

Dát er na 35 jaar nog ongelijkheid is, heeft in Oost-Duitsland een ‘enorme krater’ geslagen, stelt Thijs. Hij haalt de reorganisaties in de Oost-Duitse economie aan, met massale ontslagen tot gevolg. ‘Dan kwamen middelmatige West-Duitse managers het bedrijf saneren, en kwamen Oost-Duitsers gefrustreerd thuis te zitten.’

De hoop dat Duitsland binnen enkele jaren na de eenwording zou uitgroeien tot één goed werkende en welvarende markteconomie is niet realistisch gebleken. ‘Dat is de voedingsbodem voor een desillusie over de beloftes van het Westen die je nu 35 jaar later pas écht gestold ziet in de verkiezingsuitslag’, aldus Thijs.

Scepsis tegen overheid

Historisch gezien is het wantrouwen in de overheid in Oost-Duitsland groter. ‘In de DDR moest je alles wat de regering in Berlijn zei met een korreltje zout nemen. Die geschiedenis is een deel van de verklaring voor het AfD-succes’, zegt Thijs. Dat gold bijvoorbeeld ook voor het wantrouwen dat de AfD voedde tijdens de coronacrisis.

Hetzelfde geldt voor het sluimerende anti-Navosentiment in Oost-Duitsland, waar de DDR-socialisten zich van oudsher tegen het kapitalistische Westen keerden. ‘Met de oorlog in Oekraïne voedt dat nu de scepsis tegenover westers militarisme, waar de Poetinvrienden binnen de AfD op inspelen’, zegt Thijs.

Naziverleden

Bovendien was de omgang met het naziverleden in voormalig Oost-Duitsland volgens Thijs anders dan in het Westen, waar met horten en stoten een ‘Vergangenheitsbewältigung’ op gang kwam om in het reine te komen met het verleden. Neonazi’s werden in de DDR minder bestreden, omdat ze volgens de Stasi – de gevreesde geheime dienst – simpelweg niet bestonden.

Extreemrechts boezemt daardoor mogelijk minder angst in, aldus Thijs. ‘In de geschiedschrijving werden vooral de communistische en socialistische helden die vermoord waren in de concentratiekampen op een voetstuk gezet. In het Oost-Duitse verhaal was het een politieke strijd tussen het fascisme en het socialisme. Voor de Holocaust en het lot van de Joden was minder ruimte.’

Dat er zo’n opvallende sociaal-economische en electorale scheidslijn door Duitsland loopt, betekent niet dat de Wiedervereinigung is mislukt, stelt Thijs. ‘Wat verwacht je dan aan homogeniteit binnen een land? Als je naar Italië of België kijkt, kun je je net zozeer afvragen of dat één land is.’

De vraag alleen al op opwerpen is volgens Thijs onderdeel van het probleem. ‘Het is een westers debat over de probleemkinderen in het oosten. Oost en West zijn in dat debat eigenlijk nooit echt gelijk aan elkaar geworden. Dat houdt de polarisatie in stand en is in mijn ogen de eigenlijke wortel van het probleem.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next