Home

Toen Drees zich afkeerde van de linkse PvdA-koers

In 1971 keerde oud-premier en PvdA-boegbeeld Willem Drees zich af van zijn partij. Die was te links, te radicaal geworden. De discussie van destijds over de koers, linksaf of naar het midden, lijkt op de sentimenten rond een mogelijke fusie tussen PvdA en GroenLinks nu.

Het was, in één woord, pijnlijk. Op 25 mei 1971 werd bekend dat PvdA-boegbeeld Willem Drees zijn partijlidmaatschap had opgezegd. ‘Het is tragisch dat aan die band nu alsnog een eind komt’, schreef de Volkskrant indertijd.

De Partij van de Arbeid was in de ogen van Drees te radicaal geworden. Onder de nieuwe, linkse partijkoers had de partij bovendien te weinig oog voor de gewone arbeiders waarvoor de sociaaldemocratie juist zou moeten opkomen, aldus de oud-premier. De PvdA moest volgens hem juist een gematigde toon aanslaan, want zowel de kiezer als de macht waren in Nederland in het politieke midden te vinden.

Helemaal onverwacht kwam het afscheid niet. Een jaar eerder had een groepje prominente PvdA’ers, onder wie oud-verzetsman en Parool-oprichter Frans Goedhart, zich afgescheiden en onder de naam DS’70 een nieuwe, gematigde sociaaldemocratische partij opgericht. Aanvankelijk was dat niet meer dan een splintergroepje, maar eind 1970 kreeg DS’70 een lijsttrekker met een bekende naam: Willem Drees junior – de zoon van.

‘Geen deuk in het politieke landschap’

De sympathie van de oude Drees lag bij de nieuwe partij. Toch bleef hij aanvankelijk binnen de PvdA. In de loop van 1970 en 1971 had hij een aantal gesprekken met toenmalig partijleider Joop den Uyl over de koers van de sociaaldemocraten, maar dat kon de twee niet nader tot elkaar brengen. Kort na de Tweede Kamerverkiezingen van 1971, waarbij DS’70 8 zetels won en de PvdA steeg naar 39 zetels, kwam het tot een breuk.

Over deze rubriek

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

De discussie destijds over de koers van de PvdA lijkt op het recente ongemak van prominente partijleden, onder wie oud-leider Ad Melkert en voormalig Kamerlid Rob Oudkerk, over de voorgenomen fusie met GroenLinks. Oudkerk concludeerde in een ingezonden stuk in Trouw dat zijn partij de weg kwijt is. ‘Dan kun je stoer proberen om te fuseren met GroenLinks om meer jongeren te trekken, maar iedereen heeft door dat dit een goedbedoelde linkse noodgreep is – zie Frankrijk – die geen deuk slaat in het politieke landschap.’

Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Destijds ging het om een afsplitsing, terwijl partijen nu juist samengaan, maar de grondtoon van de kritiek is onveranderd gebleven: om de traditionele PvdA-achterban te bereiken, moet de partij een middenkoers varen.

Nieuw Links

Omstreeks 1970 werd de koers van de PvdA bepaald door Nieuw Links, een vernieuwingsbeweging met (destijds) jonge partijleden als André van der Louw, Marcel van Dam en Jan Nagel. Met een beginselprogramma van tien punten (het zogeheten Tien over rood) had de club een scherpe ruk naar links geforceerd. Sommige van die punten waren niet heel radicaal. Zo wilde de groep met gerichte inkomenspolitiek de loonkloof verkleinen – een klassiek PvdA-idee. Problematischer waren de standpunten over de monarchie – afschaffen zodra toenmalig koningin Juliana zou aftreden – en de internationale politiek. Volgens Nieuw Links was ‘onvoorwaardelijke erkenning van de DDR en de Vietcong (…) noodzakelijk.’

Als reactie op Nieuw Links kwam een tegenbeweging op van gematigde partijleden. Na veel interne discussie kwam het tot een scheuring waaruit uiteindelijk DS’70 ontstond. Toen die partij eind 1970 Willem Drees junior als lijsttrekker strikte, sprak weekblad Haagse Post van het ‘Drees-effect’. ‘Binnen enkele weken is de partij van een uitzichtloos clubje mokkers omgetoverd in een kansrijk alternatief voor ontevreden PvdA-leden.’

Achteraf is het opvallend dat Drees sr. pas ná de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april 1971 zijn PvdA-lidmaatschap beëindigde. Het is aannemelijk dat het ‘Drees-effect’ vele malen groter was geweest als de oud-premier uit de partij was gestapt kort vóór de stembusgang.

Het bleef een bitter afscheid. Drees was bijna zeventig jaar lid van achtereenvolgens de SDAP en de PvdA. Sinds zijn jonge jaren had hij zich ingezet voor de publieke zaak en de sociaaldemocratie. Voor generaties Nederlanders is hij de verpersoonlijking van de naoorlogse verzorgingsstaat. In een zuinige reactie op zijn vertrek schreef het PvdA-bestuur dat hij de politieke ontwikkeling ‘verkeerd beoordeelde’. ‘Met blijvend respect voor wat dr. Drees voor de PvdA betekend heeft, (…) wensen wij de beginselen van het democratisch socialisme in eigentijdse verhoudingen te verwezenlijken.’

Strubbelingen, afsplitsingen, marginalisering

De sociaaldemocraten van DS’70 kwamen na de verkiezingen van 1971 in de coalitie van het eerste kabinet-Biesheuvel. Drees jr. bleek een onderhandelaar met een enorme dossierkennis en die uitgebreid sprak over zelfs de kleinste details. Zo begon hij tijdens de formatiebesprekingen over de vraag of het beter was om 25 of juist 50 cent in een parkeermeter te doen.

Het bleken niet de vergezichten waar de sociaaldemocratische kiezer op zat te wachten. Bij nieuwe verkiezingen in 1972 zakte DS’70 naar 6 zetels, terwijl de PvdA steeg naar 43. In de jaren daarna volgde DS’70 de route die de meeste politieke afsplitsingen nemen: interne strubbelingen, nieuwe afsplitsingen en marginalisering. In 1977 kreeg de partij nog maar één zetel, daarna verdween ze voorgoed uit de Kamer. Voor een gematigde PvdA bleek geen plek.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next