Home

Documentaires zoals ‘Van Moskou tot Maidan’ vormen het beste antwoord op leugens over Oekraïne

is tv-recensent van de Volkskrant.

Van diepgravende documentaires over Oekraïne, zoals Van Moskou tot Maidan, zijn er nooit genoeg. Ze vormen het beste antwoord op leugens als die van minister Faber over president Zelensky. En op de gemakzucht waarmee enig PVV-lid Wilders spreekt over Oekraïense mannen die in zomers Scheveningen van een pina colada nippen, terwijl ze aan het oostfront hun sneuvelbereidheid zouden moeten tonen.

Politici spelen hun spelletjes met bordkartonnen stereotypen. Intussen laat documentairemaker Jelle Brandt Corstius in Van Moskou tot Maidan zien wat die Oekraïense uitvreters ertoe brengt naar het nog veilige Westen te vluchten: het verdrinkingsgevaar in een bulderende rivier trotseren om aan de veilige overkant te komen; constant de kans lopen bij wegcontroles te worden opgepakt om de wapenen tegen de Russen te moeten opnemen.

In de eerste aflevering van zijn zesdelige serie, zondag bij de VPRO, reist Brandt Corstius rond in de West-Oekraïense Karpaten. Het gebulder van kanonnen is er niet hoorbaar, maar de wonden die de strijd 1.000 kilometer verderop slaat, zijn overal zichtbaar. Veertig gesneuvelden in het ene dorp, een vers gedolven graf in het andere. Jonge mannen verdwijnen uit het straatbeeld. Oude mannen, die zelf nooit oorlog hebben meegemaakt, klagen over het gebrek aan patriottisme bij de jeugd met gezonde doodsangst. Gemakzucht is niet aan westerse politici voorbehouden.

Een soldaat met frontervaring – een hapering in zijn ademhaling verraadt trauma – vertelt dat hij net een mooie nieuwe baan had, toen hij al na één dag voor de krijgsdienst werd opgeroepen. Dat hij, als leider van zijn sectie, voorop was gegaan in de aanval tegen de Russen, op een mijn was gestapt en veertig minuten had liggen schreeuwen om hulp, die maar niet kwam.

De camera zoomt uit, en pas dan wordt zichtbaar wat de soldaat scheelt: zijn onderbenen zijn afgerukt. Even later strompelt hij op zijn prothesen door de moestuin, waar hij zijn vrouw helpt met oogsten. Aan het burgerleven kan hij niet wennen. Dag en nacht droomt hij van de kogels die hij moet ontwijken. En zijn psycholoog bezweert hem maar ‘door te gaan met leven’.

Een grenswacht vertelt dat deserterende mannen 5.000 dollar betalen aan mensensmokkelaars die hen over de grensrivier naar Roemenië helpen. Maar verse troepen aan het front zijn na drie jaar oorlog meer dan ooit nodig. Ook de plaatselijke journalist met wie Brandt Corstius samenwerkt, wacht een ongewisse toekomst. Als hij klaar is gestoomd voor het front, kan Brandt Corstius kort met hem praten. Hij was in het begin best depressief, maar ervaart nu dat hij fatsoenlijk te eten krijgt en van een goede uitrusting is voorzien. ‘Ik ben blij om soldaat te zijn.’

Brandt Corstius blijft weg van het front waar zijn makker heen gaat. We zien geen doden, horen geen gekerm. Maar ook in de lieflijke Karpaten zijn de gruwelen nooit ver weg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next