Hans van den Broek (1936-2025) was ruim tien jaar een hoogst bekwame, maar ook weinig flexibele minister van Buitenlandse Zaken. Zaterdag dag overleed hij op 88-jarige leeftijd.
Hans van den Broek was een behoudend katholiek en leek altijd wat verongelijkt omdat de wereld en Nederland zich zelden naar zijn normen van orde en fatsoen gedroegen. Als Europees commissaris voor buitenlandse betrekkingen (1993-1999) werd hij breed gewaardeerd. Tweemaal weigerde hij een gooi te doen naar het CDA-leiderschap.
Van den Broek kende als minister zijn zaken zo goed dat hij zijn ambtenaren zelden nodig had. Het nadeel was dat hij nog zelden naar advies luisterde. Bij de val van de Berlijnse muur in 1989 stond hij nog hoogst wantrouwend tegenover het uiteenvallende Oostblok. Hij is wel de laatste strijder van de Koude Oorlog genoemd.
KVP-leider Norbert Schmelzer ontdekte de intelligente en ijverige jurist, die in het bedrijfsleven snel carriëre had gemaakt. In 1976 kwam Van den Broek in de Tweede Kamer en hij hoorde meteen al tot de CDA-rechtervleugel. In 1981 werd hij staatssecretaris voor Europa en in 1982 minister van Buitenlandse Zaken. Van den Broek was een van de vertrouwelingen van de nieuwe CDA-premier Ruud Lubbers geworden, en zelfs een vriend met wie hij op vakantie ging.
De minister was een straffe atlanticus in de stijl van Joseph Luns, maar zonder diens stijl en humor. Hij streefde steeds naar trouw aan Washington en naar een sterke krijgsmacht. VVD-leider Ed Nijpels noemde hem ‘ons erelid’. Van den Broek eiste in de jaren tachtig de plaatsing van kruisraketten in Nederland en botste daardoor op minister Job de Ruiter (Defensie) en een deel van de CDA-fractie.
Hij bleef tot 1989 een populaire minister, althans bij de wat meer behoudenden in Nederland. Door een affaire met fraudegevoelige paspoorten leed hij wel schade, al kostte die twee andere bewindslieden de kop. Van den Broek bleef nog steeds een CDA-kroonprins, zij het naast Onno Ruding en Eelco Brinkman.
In 1989 verslechterde zijn verhouding met premier Lubbers definitief. Van den Broek wilde niet meewerken aan een plan van Schmelzer en ex-minister Jan de Koning, waarbij hij zelf op Justitie zou komen, Ruding op Buitenlandse Zaken en waarbij Brinkman fractieleider zou worden. Van den Broek weigerde zijn post op Buitenlandse Zaken op te geven, wat Lubbers zag als het einde van diens kandidatuur. Immers, Van den Broek zag af van een poging generalist te worden.
In het nieuwe kabinet (met de PvdA) vocht hij, vergeefs, tegen bezuinigingen op Defensie. Met Lubbers kreeg hij openlijk ruzie over diens bemoeienis met het buitenlands beleid. Het was vooral een botsing van grote ego’s. In feite voerde de minister een achterhoedegevecht. Veel Brussels beleid was al in handen van vakministers en het oprukken van de minister-president was zeker in Lubbers’ recordperiode onvermijdelijk.
Lelijk was ook Van den Broeks gevecht met de Duitse regering, die op eigen houtje Kroatië erkende. Beledigingen tussen buitenlandminister Hans-Dietrich Genscher en zijn Nederlandse vakgenoot vlogen door de media. Genscher en anderen hadden de Nederlandse voorzitters ook pijnlijk in het zand laten bijten op de Europese top in Maastricht (‘zwarte maandag’, 30 september 1991) door unaniem een Haags stuk over de toekomst van Europa van tafel te vegen.
Aan de vraag wie toen de hoofdschuldige was van de Nederlandse competentiegevechten en van het verzuim om eerst internationaal steun te werven is veel inkt gewijd. Van den Broek leek het meest beschadigd, ook omdat hij een jaar na de val van het communisme nog veel atlantische dogma’s in het Europese stuk had gestopt.
Tijdens de eerste Golfoorlog van 1990 - 1991 liep de minister, soms zonder overleg, met Nederlandse wapens en vliegtuigen te leuren in de VS en Israël. Coalitiegenoot PvdA was veel terughoudender. In 1991 meende de minister dat Nederland militair moest ingrijpen in Suriname als ex-president Desi Bouterse daar via een coup aan de macht zou komen (wat niet gebeurde). Lubbers floot zijn minister openlijk terug. De verhouding was zo moeizaam dat menigeen opgelucht was bij Van den Broeks tussentijdse vertrek naar Brussel, begin 1993.
Daar ontpopte de steile atlanticus zich verrassend tot een Europees integralist. Hij besteedde veel tijd aan de Joegoslavische conflicten en aan de uitbreiding van de Unie. In 1997 weigerde de Eurocommissaris een uitnodiging om kandidaat te zijn voor het CDA-lijsttrekkerschap. Hij bleef op zijn Brusselse post tot de hele Europese Commissie in 1999 abrupt aftrad wegens aantijgingen van corruptie bij enkele andere commissarissen. Inmiddels was Van den Broek schoonvader geworden van een prins van Oranje: zijn dochter Marilène is getrouwd met prins Maurits.
In 2005 werd hij door koningin Beatrix benoemd tot minister van Staat, maar gezondheidsproblemen hielden hem al jaren weg uit het publieke leven. Ook met de debatten over de toekomst van het CDA bemoeide hij zich al geruime tijd niet meer.
Hans van den Broek was te vinnig en te principieel voor breder politiek leiderschap. Maar hij leek strammer dan hij was. Voor intimi kon hij geestig en hartelijk zijn. Hij had acteertalent en kon buitenlandse politici fraai imiteren. Een eerlijk en kundig man met een grootse loopbaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant