De oorlog in Oekraïne is voor sommigen ook goede handel: zij vechten weliswaar niet aan het front, maar verdienen er veel geld aan. Daar mogen zij niet mee wegkomen. Pak de profiteurs aan zoals in de strijd tegen drugskartels.
‘Death is our business – and business is good', is het roemruchte motto van de Wagner Groep, het Russische huurlingenleger dat werd opgericht door Jevgeni Prigozjin en Dmitri Oetkin, een neonazistische ex-luitenant van de Russische commando’s. De zaken van Wagner gingen ooit zo goed dat zelfs de Russische president Vladimir Poetin toegaf alleen al in 2023 een bedrag van 1 miljard dollar in Wagner te hebben gestoken. Nu, na de dood van Prigozjin en Oetkin twee jaar geleden bij een vliegtuigcrash nabij Moskou, zijn de Wagner-militairen naar verluidt ondergebracht bij het door het ministerie van Defensie geleide Afrikakorps.
Maandag is het drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. Particuliere militaire bedrijven vormen slechts een deel van de Russische oorlogseconomie. Hun activiteiten behoren tot de meest gruwelijke en confronterende, en er zijn meerdere beschuldigingen tegen ze van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Maar ze zijn verre van uniek in hun gretigheid om wreedheid om te zetten in winst.
Denk bijvoorbeeld aan de martelingen en schijnexecuties door Russische troepen in bezet Oekraïne die de Oekraïense boer Andrian Khablenko heeft moeten meemaken. Ondanks het toenemend bewijs van dergelijk wangedrag is het onthutsend om te zien hoe serieuze pogingen ontbreken om degenen die de Russische misdaden financieren of ervan profiteren ter verantwoording te roepen.
Over de auteur
Anton Moiseienko is universitair hoofddocent Rechten aan de Australian National University en associate fellow aan het Royal United Services Institute in het Verenigd Koninkrijk.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ja, de ogen van de wereld zijn terecht gericht op de onderhandelingen onder leiding van de VS, die al dan niet kunnen leiden tot een staakt-het-vuren. Maar er is absoluut geen reden om degenen die betrokken zijn bij de ergste misdaden in Oekraïne vrijuit te laten gaan.
Aan de ene kant moeten we de steun van de Europese Unie verwelkomen voor een speciaal internationaal tribunaal dat onderzoek moet doen naar de daden van agressie tegen Oekraïne door Russische leiders, militaire bevelhebbers en hun bondgenoten. EU-buitenlandchef Kaja Kallas vatte het belang ervan perfect samen: ‘Geen enkele Russische leider is onaantastbaar’.
Anderzijds zijn Poetin en zijn ministers zo ver gegaan en hebben zij zo hoog ingezet met hun illegale invasie van Oekraïne dat het vooruitzicht van een strafrechtelijke vervolging nauwelijks een afschrikwekkend effect heeft. De uitstaande arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof, uitgevaardigd in maart 2023, zijn daar het bewijs van.
Vergelijk dit eens met Russische bestuurders die particuliere militaire bedrijven financieren, in geroofd Oekraïens graan handelen of vastgoed ontwikkelen op de locaties van massamoord in Marioepol. Tot nu toe hebben zij alleen te maken gehad met westerse sancties. Deze sancties zijn lastig, maar kunnen niet voorkomen dat deze lieden een comfortabel leven in Rusland leiden. Sancties zijn ook veranderlijk: regeringen veranderen en het is begrijpelijk dat een welgestelde Russische oorlogsprofiteur hoopt dat de sancties in de nasleep van een vredesovereenkomst uiteindelijk zullen verdwijnen.
Het vooruitzicht dat een vervolging wegens oorlogsmisdaden nog tientallen jaren boven hun hoofden zou hangen, zou veel verontrustender zijn. Zulke vervolgingen kennen een precedent. In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werden meerdere Duitse industriëlen met succes berecht voor hulp aan en medeplichtigheid bij nazi-wreedheden. Waarom heeft het internationale recht dan, op een handvol uitzonderingen na, zijn focus verloren op het ter verantwoording roepen van degenen die de ergste misdaden ter wereld financieren dan wel ervan profiteren?
In een recent rapport van het Australian National University's Centre for Public and International Law, worden de oorlogsfinanciering en woekerwinsten in de Oekraïne-oorlog in kaart gebracht. Ook laat het rapport zien dat het internationale strafrecht er nog steeds niet in slaagt om economische medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in conflicten aan te pakken, ondanks baanbrekend werk van organisaties als The Sentry of academici zoals hoogleraar en rechter Nina Jørgensen.
De daders kunnen al worden aangepakt op basis van het bestaande internationale strafrecht, dat medeplichtigheid aan internationale misdaden strafbaar stelt. Voor andere zaken zou een wetswijziging nodig kunnen zijn. Terwijl bijvoorbeeld in alle binnenlandse rechtssystemen het genereren van opbrengsten uit misdrijven (het ‘witwassen’ van geld) strafbaar is, bestaan dergelijke regels niet in het internationaal recht.
De oprichting van een speciaal tribunaal voor Oekraïne biedt een unieke kans om deze zaken op internationaal niveau aan te pakken. ‘Follow the money’ is een cliché, maar er is een reden waarom het zo goed werkt bij het aanpakken van zware criminaliteit. Ook zal het nieuwe tribunaal veel minder kans hebben om herstelbetalingen aan slachtoffers te doen zolang Poetins geldschieters zich niet onder de beklaagden bevinden. Hetzelfde geldt voor het Internationaal Strafhof: ook dat zou zich in al zijn zaken meer moeten richten op oorlogsfinanciers en -profiteurs.
Intussen kunnen staten ook in eigen land stappen nemen. Ten eerste zouden regeringen economische medeplichtigheid op dezelfde manier moeten vervolgen als oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Daarnaast moeten ze hun nationale wettelijke kaders herzien en specifieke bepalingen opnemen over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van oorlogsfinanciers en -profiteurs. Ten derde moeten ze samenwerken met regelgevers op het gebied van financiële criminaliteit en banken, om meer bekendheid te geven aan criminele opbrengsten die een verband hebben met oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
Niets van dit alles ligt buiten de bevoegdheden van regeringen. Dit is precies hoe de strijd tegen drugskartels en terroristische groeperingen dagelijks wordt gevoerd: door niet alleen diegenen aan te pakken die wreedheden begaan, maar ook hun financiële helpers. Laten we deze lessen niet vergeten nu de roep om gerechtigheid voor Oekraïne luider wordt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant