Home

Jonah Falke kijkt met aangenaam open blik naar de Biblebelt

Met oprechte onbevangenheid dompelt journalist Jonah Falke zich onder in een voor hem nieuwe wereld: de Biblebelt. Alleen de research had wel wat zorgvuldiger gemogen.

is recensent en columnist voor de Volkskrant.

Na de lovend ontvangen familiememoir De geschiedenis van mijn sok (2023) besloot journalist Jonah Falke (1991) zich een jaar lang te verdiepen in het bevindelijk gereformeerde volksdeel. Hij kwam op het idee na de toevallige ontmoeting op een cruiseschip naar New York met een journalist uit de Biblebelt – de benaming voor de brede strook tussen Zeeland en Overijssel waar de refo’s voornamelijk wonen. De collega bleek totaal anders te zijn dan het cliché wil: goedlachs, vriendelijk en heel toegankelijk. Het verre New York, besefte Falke, kent hij beter dan de Biblebelt om de hoek.

Het sympathieke van De Bible Belt, de weerslag van zijn ontdekkingstocht, zit in de oprechte onbevangenheid waarmee hij het onderwerp benadert. Hij is, om de tale Kanaäns aan te halen, een vreemdeling in Jeruzalem, kent het milieu van huis uit niet. Hij heeft dus geen rekeningen te vereffenen. Maar de neerbuigendheid waarmee buitenstaanders dikwijls kijken naar strenggelovige christenen ontbeert hij óók. Falke, o wonder, beschrijft simpelweg wat hij hoort, ziet en ervaart. IJverig, soms wat al te ijverig, tracht hij te begrijpen wat refo’s beweegt – inclusief hun inktzwarte mensbeeld, hun worsteling met de vraag of je je waarlijk bekeerd mag weten (‘Ben ik écht een kind van God?’) en hun afgrondelijke zondebesef.

Oog voor detail

Het ernstige onderwerp ten spijt blijft zijn toon licht, met voldoende oog voor het beeldende detail. Zo kan hij op een zomerse zondag eindelijk een oudgereformeerde dienst bijwonen in Krimpen aan den IJssel. Hij trekt het zwarte pak aan dat hij speciaal voor dit soort gelegenheden heeft aangeschaft. In het hotel waar hij overnacht, spreekt de ober hem prompt aan met u. Van de zenuwen stapt hij al in Krimpen aan de Lek uit de bus. Hij heeft, ziet hij op zijn telefoon, 64 minuten om te voet bij het kerkgebouw te geraken. Als ‘door de duivel op de hielen gezeten’ begint hij aan de tocht. ‘Er is niemand die ik om een lift zou kunnen vragen, enkel hardlopers. Argwanend kijken ze me aan. Als de koeien in de wei zouden kunnen fronsen, hadden ze het gedaan.’

Anders dan velen die hem voorgingen ziet Falke bovendien dat de ene refo de andere niet is, dat behoudende christenen géén monolitisch blok vormen. En dat hun opvattingen allerminst in stenen tafelen gebeiteld staan – al maken ze elkaar dat nog zo graag wijs. Klein voorbeeld: dat de echtgenotes van de drie SGP-Kamerleden alle drie een baan buitenshuis hebben was in de vorige eeuw ondenkbaar. Nu is het volstrekt vanzelfsprekend.

De steilste aller steile dominees

Daarnaast beviel me nogal dat Falke niets moet hebben van de blije evangelicale stroming die hier en daar in de Biblebelt terrein wint. ‘De zware kerken en mensen komen oprechter over’, zegt hij op zeker moment. ‘Ze lijken eerlijker in hun zoektocht, in hun menselijke onwetendheid.’ Niet weinig tot zijn eigen verbazing valt hij aan het slot als een blok voor de steilste aller steile dominees, de oudgereformeerde predikant Anthonie Kort uit Krimpen aan den IJssel. (Die in 2021 vanwege zijn ultrareactionaire opvattingen over homo’s de twijfelachtige eer had te figureren in een BOOS-aflevering van Tim Hofman.) Ze voeren een lang gesprek in de pastorie. ‘Als de voordeur dichtslaat en Anthonie Kort is verdwenen, breekt er iets. Ik heb me nog nooit zo thuis en tegelijk zo verloren gevoeld in de wereld.’

Op de terugreis stromen de tranen hem over de wangen. ‘Ik ben niet plotsklaps gaan geloven in God, de hemel of de hel, maar in de ogen van dominee Kort meende ik de weerspiegeling van het koninkrijk Gods scherp te hebben gezien. En dat doorkijkje naar het eeuwige leven maakt deze wereld oneindig veel groter, vergroot het raadsel.’ Als ik het goed begrijp, komt hij uiteindelijk uit op de vrijzinnige kijk van de Joodse psychiater Herman van Praag (1929), die religiositeit beschouwt als een ‘nobele illusie’.

Enige minpuntje is dat Falke nogal bezuinigd lijkt te hebben op de research. Weetjes heeft hij vooral bij elkaar gegoogeld – zie de bronnenlijst achterin. Dat mag natuurlijk, maar daardoor zit hij er meer dan eens onnodig naast. Zo meent hij dat een mannenbroeder die hij ontwaart in toga en bef de ‘ouderling van dienst’ is (lijkt me kras), beweert hij dat de buitenwereld de schouders ophaalt over de vrouwenemancipatie op de Biblebelt (terwijl tegen het SGP-vrouwenstandpunt talloze rechtszaken zijn gevoerd), en omschrijft hij de lutherse theoloog Dietrich Bonhoeffer als ‘pastoor’ (een titel die toch echt is gereserveerd voor de zwartgerokte dienaren van de moederkerk). Ik zou bijna zeggen: zonde.

Jonah Falke: De Bible Belt – Een waarachtige zoektocht naar geloof, hoop en liefde in Nederland. Thomas Rap; 319 pagina’s; € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next