De Spaanse schrijver Irene Vallejo brak internationaal door met Papyrus, een essay over de geschiedenis van boeken. In de opvolger, Uit liefde voor het lezen, houdt ze een vurig pleidooi voor het lézen van die boeken – omdat lezen, kort gezegd, helpt de complexiteit van deze wereld te begrijpen.
is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk.
‘Wij zijn de enige soort die de wereld verklaart aan de hand van verhalen. Onze kracht is onze verbeelding. Die zorgt, samen met ons taalvermogen, ervoor dat we kunnen dromen over het onbevattelijke. Zo hebben we de mythe van Icarus en vliegtuigen bedacht, de Nautilus en onderzeeboten, de buitenaardse reizen van Lucianus en de Apollo XI’, schrijft de Spaanse bestsellerauteur Irene Vallejo (1979), die wereldwijd bekendheid verwierf met haar boek Papyrus, in haar deze week verschenen pleidooi Uit liefde voor het lezen.
‘Verhalen helpen ons te overleven’, zegt Vallejo vanachter haar beeldscherm in haar huis in Zaragoza, nadat ze haar 10-jarige zoon Pedro, die naar een medisch specialist moet, heeft uitgezwaaid.
Tegenwoordig is Irene Vallejo een grote naam in de literaire wereld. Haar boek Papyrus – Een geschiedenis van de wereld in boeken, werd in meer dan dertig landen uitgegeven en kreeg in zo’n beetje elke krant vijfsterrenrecensies. Maar toen ze het schreef, dacht ze dat het haar allerlaatste boek zou zijn.
Haar zoontje Pedro heeft het syndroom van Pierre Robin, een aandoening waarbij kinderen geboren worden met meerdere afwijkingen. ‘Zijn toestand was zo ernstig dat ik dacht dat ik mij de komende jaren bijna uitsluitend aan zijn verzorging zou moeten wijden. Ik ging ervan uit dat mijn literaire carrière voorbij was.
‘Maar ik dacht: ik wil nog één laatste boek schrijven. Toen Pedro nog in het ziekenhuis lag, op de intensive care, waren mijn man en ik afwisselend bij hem. Mijn vrije uren besteedde ik aan schrijven. Niet omdat ik dacht dat het boek een succes zou worden, mijn eerdere boeken waren dat ook niet, maar omdat het voor mij therapie was. Voor een ander is dat de sportschool, maar voor mij is het van jongs af aan schrijven geweest dat mij met mezelf verzoent en mij helpt mijn geestelijke gezondheid te behouden.
‘Mijn leven bestond uit van huis naar ziekenhuis en van ziekenhuis naar huis gaan. Maar Papyrus is een boek vol reizen, vol hoop, vol vitaliteit, vol met alles wat mijn leven op dat moment niet had.
‘Ik was er stellig van overtuigd dat het commercieel gezien een kansloos boek was. Een non-fictie essay van 500 pagina’s. Een geschiedenis over boeken en klassiekers, een boek dat alles in zich had om onopgemerkt te blijven. Omdat ik toch dacht dat het mijn laatste boek zou zijn, dacht ik: nou ja, laat het een soort liefdesbrief zijn aan wat boeken en literatuur voor mij hebben betekend. Het laatste hoofdstuk sloot ik af met een bedankje aan de boeken, de klassiekers en mijn moeder, de grote invloeden in mijn leven, het had een afsluitende toon. Zo van: het was een mooie droom, maar nu ga ik verder.
‘Maar het tegenovergestelde gebeurde! Dat wat einde had moeten zijn, werd het begin van iets dat ik nooit had durven dromen. Het boek werd een succes, er kwamen vertalingen en reizen. Eerst projecteerde ik met mijn fantasie al die reizen in het boek, en vervolgens nam het boek mij mee naar allemaal nieuwe plekken, steeds als ik ergens werd uitgenodigd vanwege een nieuwe vertaling.
Hoe gaat het nu met uw zoon?
‘Hij is gehandicapt maar het gaat beter met hem dan we in eerste instantie hadden verwacht. Er werd ons bij zijn geboorte verteld dat hij misschien niet zou kunnen bewegen, dat hij misschien niet zou kunnen lopen, dat hij misschien niet zou kunnen spreken, dat hij blind of slechthorend zou kunnen zijn.
‘Nou, je hebt het gezien. Hij praat, loopt en is niet doof of blind. Natuurlijk zal hij moeten leren leven met chronische klachten, hij zal zijn leven lang zorg nodig blijven hebben. Maar we leven in een geweldige tijd waarin dat er ook allemaal is. Hij krijgt ondersteuning op school en allerlei therapie. De maatschappij heeft zich enorm ontwikkeld als het gaat om de integratie van mensen met een beperking. Dat vind ik vooruitgang en bijzonder.’
Waar Papyrus een ruim 500 pagina tellende ode aan boeken is, is Uit liefde voor het lezen een pleidooi van 56 pagina’s waarin Vallejo schrijft over het belang van lezen. Ze schreef het in opdracht van La Federación de Gremios de Editores. Dat genootschap van Spaanse uitgevers was van plan een ‘Leespact’ in Spanje op te zetten, met het idee dat alle politieke partijen zich zouden committeren aan het bevorderen van het lezen, bijvoorbeeld door het ondersteunen van openbare bibliotheken. Maar vanwege de coronapandemie veranderden alle prioriteiten en kwam het pact niet van de grond.
‘Mij werd gevraagd dit pleidooi alsnog te schrijven. Omdat openbare bibliotheken het financieel steeds zwaarder hebben, maar ook omdat je steeds vaker hoort dat bepaalde boeken worden gecanceld, zoals in de Verenigde Staten. Terwijl een openbare bibliotheek de plek bij uitstek zou moeten zijn die de diversiteit van alle ideeën en benaderingen garandeert.
‘De opdracht was om in Uit liefde voor het lezen uit te leggen waarom lezen belangrijk is voor democratische samenlevingen, en waarom democratische samenlevingen het zouden moeten bevorderen. Het is bedoeld als bijdrage aan het politieke debat.
‘Ik heb dus veel onderzoek gedaan naar het effect van lezen op de gezondheid, het onderwijs, de vrijheid van meningsuiting. Maar het boek gaat ook over de vraag wat lezen ons te bieden heeft in tijden van schermen, digitale technologieën en sociale netwerken. Wat heeft lezen te maken met de huidige debatten over hoaxes, waarheid en leugens, en valse informatie?
‘Er is een mooie zin van Tacitus (Romeins consul, historicus, schrijver en redenaar, red.) waarin hij zegt dat de waarheid tijd, onderzoek en vertraging nodig heeft en dat leugens gevoed worden door het moment, het instinctieve. Dat is interessant als je denkt aan bepaalde haatzaaiende algoritmen op sociale media. Welke gevolgen heeft dit voor onze politieke cultuur en voor de gezondheid van onze samenlevingen?’
Welke rol speelt lezen hierbij?
‘Zonder sociale media of het internet te demoniseren denk ik dat we een tegenwicht nodig hebben. Boeken helpen de lezers aandacht op te brengen en na te denken. En ze hebben nog een eigenschap die ik belangrijk vind: ze creëren geen bubbels, zoals sociale media dat wel doen. Sociale media bieden informatie die vooroordelen bevestigt en de gebruiker radicaliseert door ze te versterken.
‘Boeken houden echter geen rekening met de vooroordelen van de individuele lezer. Ze bieden ons een manier om naar andere realiteiten en andere standpunten te kijken. Ook die van mensen die niet denken zoals jij. Ik denk dat dat de basis is van een democratie. Want voor mij is de democratie een gesprek. Om te zorgen dat het een gezond gesprek is moeten we ons niet alleen op onszelf richten, maar onszelf juist openen.
‘Om de complexiteit van de hedendaagse samenleving te doorgronden moet je volgens mij dus niet zijn bij de sociale netwerken of andere nieuwe technologieën, maar bij het oude boek. Het oude boek helpt ons de complexiteit van de wereld te begrijpen.’
In Nederland is ontlezing een probleem. Hoe zit dat in Spanje?
‘Het Spaanse ministerie van cultuur doet jaarlijks onderzoek naar leesgewoonten, uit de nieuwste cijfers blijkt dat er méér gelezen wordt: 65 procent van de bevolking leest boeken in zijn vrije tijd, sinds 2017 is dat aantal met 5,8 procentpunten toegenomen. En het opvallendste is dat ook de jeugd leest: 75,3 procent van de jongeren tussen 14 en 24 jaar leest boeken in zijn vrije tijd.
Hoe is dat mogelijk? In Nederland loopt het leesgedrag zeker bij jongeren juist achteruit, blijkt uit cijfers van Stichting Lezen.
‘We hebben in Spanje veel culturele activiteiten rondom lezen. Boekenmarkten worden drukbezocht, die in het El Retiro Park in Madrid is een groot feest, dat ook veel jongeren trekt. Leesclubs zijn in. Er bestaan ook leesclubs op middelbare scholen waaraan leraren en leerlingen samen meedoen. Daarnaast worden de meeste boeken via de onafhankelijke boekwinkels verkocht, dus niet via internet, dat zorgt voor een intieme relatie met de vertrouwde boekwinkel waar mensen naartoe gaan om te praten.
‘De bezoekersaantallen van de openbare bibliotheek verbeteren ook. Meer dan dertig procent van de bevolking gaat naar een openbare bibliotheek. Bibliotheken zijn niet alleen boekenopslagplaatsen, maar ook culturele centra. De meest democratische culturele centra eigenlijk, omdat ze voor iedereen toegankelijk zijn en vaak gratis programmering aanbieden. Ze zijn een schat die we moeten koesteren.’
Maar uw pleidooi over het belang van lezen is dus in Spanje niet nodig?
‘Haha, we kunnen altijd meer lezen. Gemiddeld lezen mensen vier à vijf boeken per jaar, dat zijn nog steeds kleine aantallen. En het blijft belangrijk om te hameren op het belang van lezen. Er zijn ook in Spanje mensen die de overheidsfinanciering en de noodzaak van openbare bibliotheken in twijfel trekken.
‘Bovendien zijn er grote geografische verschillen als het om leescultuur gaat. Dat hangt grotendeels samen met de economische situatie: in het zuiden wordt minder gelezen dan in de noordelijke, stedelijke gebieden.
Tijdens de Franco-dictatuur (1939-1975) waren in Spanje veel boeken verboden. U bent vier jaar na Franco’s dood geboren, in hoeverre speelde die censuur nog een rol in uw jeugd?
‘Ergens denk ik dat de verhalen van mijn familie over deze periode de reden zijn geweest dat ik Papyrus heb geschreven. Mijn grootmoeder vertelde dat toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak, in 1936, haar familie als eerste alle boeken verbrandde. Omdat bepaalde boeken in je boekenkast als teken van een bepaalde politieke overtuiging kon worden opgevat. Iedereen was dus bang.
‘Mijn overgrootvader was indertijd net halverwege De gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski, maar hij heeft dat boek moeten vernietigen omdat een Russische roman geïnterpreteerd zou kunnen worden als communistisch. Terwijl Dostojevski (1821-1881) ouder is dan het communisme en dat hele idee natuurlijk absurd is. Maar alles wat met Rusland te maken had werd als verdacht beschouwd. Mijn oma vertelde mij vaak het verhaal dat mijn overgrootvader De gebroeders Karamazov nooit heeft kunnen uitlezen omdat hij een paar maanden later werd doodgeschoten.
‘Tijdens de Franco-dictatuur, die op de burgeroorlog volgde, konden we onze eigen klassiekers niet lezen. Onze grootste dichters en schrijvers, zoals Federico García Lorca (1898-1936), Miguel Hernández (1910-1942) en Antonio Machado (1875-1939), vielen onder de censuur. Maar gelukkig waren er boekhandelaren die verboden boeken vanuit Latijns-Amerika, waar veel Spaanse ballingen naartoe waren gegaan, naar Spanje wisten te smokkelen.
‘Mijn ouders gingen naar deze boekhandelaren toe, je moest bevriend met ze raken en hun vertrouwen winnen zodat ze je meenamen naar de geheime plek in hun winkel waar ze de verboden boeken bewaarden. Vervolgens moest je ze kopen voor een hoge prijs, en thuis moest je die boeken goed verstoppen. Het was dus een heel ritueel om die prachtige boeken te kunnen lezen.
‘Mijn moeder vertelde mij als kind dat ze verliefd werd op mijn vader omdat hij haar aan het begin van hun relatie een verboden boek gaf van de Peruaanse dichter César Vallejo, die toevallig dezelfde achternaam heeft als ik. En ze was zo onder de indruk dat hij voor haar de moeite had genomen om dat boek te bemachtigen, dat ze het als een teken zag. En dat was het begin van hun relatie. Dus zo heeft die geschiedenis van censuur ook een rol in mijn leven gespeeld.’
Welk boek heeft uw leven veranderd?
‘Voor mij was Het dagboek van Anne Frank een kantelpunt. Ik was niet alleen onder de indruk van het verhaal, het opende ook mijn wereld, want ik zag voor het eerst in: ook een meisje kan een klassieker schrijven en belangrijk zijn voor de mensheid. Tot dat moment had ik altijd het beeld in mijn hoofd dat een schrijver ouder en man moest zijn. Anne Frank gaf me hoop. Klassiekers kunnen door vrouwen, door heel jonge vrouwen zelfs, worden geschreven. Ik kan ook schrijver worden.
‘Mijn ouders hebben mij altijd gesteund in die droom, ze namen hem serieus. Op school had ik het zwaar, ik werd gepest, mijn klasgenoten begrepen niet dat ik van leren, lezen en schrijven hield. Daarnaast speelde dat mijn ouders waren gescheiden, dat werd in mijn jeugd nog helemaal niet geaccepteerd; de echtscheidingswet in Spanje was toen, in 1981, nog maar net aangenomen.
‘Pesten brengt je altijd in een dilemma: of je probeert je aan te passen om geaccepteerd te worden, of je blijft wie je bent. Tegen elke prijs. Nou ja, ik denk dat ik, door de steun en genegenheid thuis, kon besluiten te blijven wie ik was, door te gaan met schrijven, te blijven leren, te blijven studeren en niet te doen alsof ik daar niets om gaf, alleen maar om erbij te horen.
‘Ik zeg vaak dat mijn beste jeugdvrienden uit boeken komen. In de boeken voelde ik me begrepen. Lezen is een reis naar andere geesten. Niets brengt je dichter bij de geest van een ander. Het laat je zien welke ideeën die ander heeft, hoe hij denkt, hoe hij de wereld ziet, hoe hij redeneert.’
U noemt boeken in uw pleidooi ‘het cement tussen generaties’.
‘Er is geen enkel ander dier dat weet hoe zijn voorouders duizenden jaren geleden leefden, hoe ze dachten en wat hun problemen en uitdagingen waren. Zonder boeken hadden we geen verslag gehad van wat eerdere generaties dachten, geloofden of waarmee ze worstelden. De tijdmachine bestaat: dat zijn boeken. We hebben er onze beste ideeën in opgeslagen. Van de democratie, de vrijheid tot de eed van Hippocrates.
‘Ik heb in de loop der jaren veel onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het boek, geschreven over censuur en andere aanvallen op boeken, zoals verbrandingen. Maar mijn conclusie is, dat maatschappelijke onachtzaamheid en onverschilligheid ten aanzien van de rol en het belang van boeken – en ook van leesonderwijs, boekhandels, bibliotheken en leeskringen – gevaarlijker zijn voor een samenleving. Je ziet dat in tijden van crisis als eerste wordt bezuinigd op cultuur, alsof het iets overbodigs is. Terwijl we het lezen moeten blijven stimuleren. Zoals ik ook schrijf: boeken zijn opslagplaatsen van het geheugen, spiegels waarin we onszelf bekijken om meer te kunnen lijken op wie we willen zijn.’
Irene Vallejo: Uit liefde voor het lezen – Een pleidooi. Uit het Spaans vertaald door Adri Boon. Meulenhoff; 56 pagina’s; € 15.
Irene Vallejo (1979) studeerde klassieke literatuur aan de universiteiten van Zaragoza en Florence. Naast Papyrus is ook haar roman Elyssa in het Nederlands vertaald.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant