Een dronken ritje op een scooter in Thailand bezorgde Nandir Cabolet een dwarslaesie. Zijn zus Isis maakte een op zijn verhaal gebaseerde speelfilm om te laten zien dat het leven in een rolstoel niet alleen maar bittere ellende hoeft te zijn.
schrijft voor Volkskrant Magazine.
‘Dear Isis, I contact you because you are possibly a family member of Nandir Cabolet. He was in a very serious accident. I’m not sure if he’s still alive.’ Dat bericht ontvangt regisseur en scenarioschrijver Isis Mihrimah Cabolet (nu 38) op 11 december 2016 via Facebook. De afzender blijkt een backpacker te zijn die in hetzelfde hostel verblijft als haar broertje Nandir (29).
Isis: ‘Ik belde mijn vader, die zei: ‘Het is een oplichter, niet reageren!’ Maar deze man vroeg niet om geld of bankgegevens. Ik voelde meteen: we moeten in actie komen.’
Op dat moment lag haar toen 21-jarige broertje Nandir zwaargewond in een ziekenhuis in Krabi, een stadje in het zuiden van Thailand. Een scooterongeluk was hem bijna fataal geworden. Hij had gekneusde ribben, gebroken ruggenwervels, ingeklapte longen, een gebroken sleutelbeen – en een dwarslaesie.
Een jaar na het ongeluk schreef Isis een korte film over dit verhaal (‘mijn manier van dagboeken schrijven’), die ze een paar jaar geleden uitwerkte tot een speelfilm. Het resultaat is de door de NPO gefinancierde telefilm Wheelie, geregisseerd en geschreven door Isis. Het is een tragikomische coming-of-agefilm over de 21-jarige skater Reza die niet weet wat hij wil met zijn leven, een reis naar Thailand boekt en daar een ernstig motorongeluk krijgt. De film is gebaseerd op Nandirs verhaal, maar geen precieze navertelling. Zo speelt skaten geen grote rol in het leven van Nandir.
Hoofdrolspeler Samuel Beau Reurekas, die Reza speelt, is zelf een fanatieke skater. Isis: ‘Een van de grootste uitdagingen van de film was de acteur vinden die Reza zou spelen. Hij moest goed kunnen skaten, emotionele scènes kunnen spelen en geloofwaardig een rolstoel kunnen besturen. De casting deed ik zelf. Ik heb vier groepsaudities gedaan, veertig skaters uitgenodigd. Dat was leuk, maar acteertalent was schaars. Uiteindelijk kwam ik op Instagram toevallig het profiel van Samuel tegen. In zijn bio stond: ‘Skater en toneelacademie Maastricht’. Ik dacht meteen: jij moet het worden.’
Naast minder bekende acteurs als Samuel Beau Reurekas spelen bekende actrices als Malou Gorter (Oogappels, De Joodse Raad) en Olga Zuiderhoek (Penoza, Zussen) in de film. Het merendeel is gedraaid in Den Haag, waar Nandir en Isis zijn opgegroeid met hun andere broer Mithras, de geluidsman van de film. Maar er is ook gefilmd in Thailand. Isis: ‘Dat vond ik nogal een uitdaging. Ik kan slecht tegen hitte, ben bang voor insecten en heb vliegangst. Vooraf dacht ik: o mijn god, hoe moet ik dat doen? Maar het viel ontzettend mee. Omdat we maar met zijn vijven gingen, deden we alles zelf. De productieleider was ook reisleider, figurant, figuratiebegeleider en setdresser.’
Overeenkomst tussen hoofdpersoon Reza en Nandir is de wil om te reizen, de wereld te zien. Nandir zou eerst naar Thailand gaan en dan naar Japan. Thuis zat hij na de middelbare school in een sleur, zegt hij. Hij werkte als afwasser in een restaurant, ging naar technofeesten, blowde met vrienden en keek op de bank alleen maar ‘slappe programma’s’. Het leek een goed idee om weg te gaan en te ontdekken wat hij wilde met zijn leven. ‘Veel mensen in mijn omgeving gingen backpacken in Thailand, dat leek me wel nice.’
Isis, die op dat moment net was afgestudeerd aan de Toneelacademie Maastricht en aan de weg timmerde als actrice, dacht: als dat maar goed gaat. ‘Vooral omdat jij je reis zo slecht had georganiseerd. Het enige wat je had geregeld, was je ticket. Onze moeder was heel bezorgd.’
Nandir: ‘Ik dacht: ik ga gewoon daarheen, ik zie wel, komt goed.’
Isis: ‘Tegelijkertijd vond ik het goed dat je íéts ging doen. Deze reis was het grootste wat je tot dan toe in je leven had georganiseerd.’
De eerste twee weken had Nandir het naar zijn zin. Af en toe stuurde hij een foto in de familieappgroep: een olifant, een groepsportret met medebackpackers op een terras. Vanuit Krabi zou hij naar de populaire ‘feesteilanden’ gaan in het zuiden.
Op de avond van het ongeluk speelde Nandir met andere backpackers in het hostel een beerpongtoernooi. Toen de bar in het hostel dichtging, wilden ze naar een andere bar gaan, op de scooter. Een motorscooter, waarvoor je in Nederland een motorrijbewijs nodig hebt. Ze waren dronken, maar iedereen stapt daar dronken op een scooter, daaraan was Nandir al gewend. Hij zou achterop gaan, hij kon zelf niet rijden. Toch leek het hem leuk het eens te proberen, een stukje heen en weer. Het stukje heen ging goed. Maar toen hij terugreed, de bocht om, reed hij tegen de glazen muur van het hostel. Hij werd wakker in het ziekenhuis.
Nandir: ‘Mijn eerste gedachte: holy shit, zo voelt het om door een vrachtwagen overreden te zijn. Ik kon niet praten, niet bewegen.’
Isis: ‘De tijdlijn van die dagen is nogal warrig, omdat het zo’n stressvolle situatie was. Gevoelsmatig duurde het na dat Facebookbericht lang voordat we je konden vinden, ik denk wel twee dagen. Ik had een Thaise vriend die naar allemaal Thaise ziekenhuizen belde. In één ziekenhuis kenden ze jouw naam. De medewerker zei: ‘Die was hier voor een soa.’ Dat bleek een aantal dagen voor je ongeluk te zijn geweest. Daardoor dachten we even dat het wel mee zou vallen.’
Ondertussen lag Nandir al twee dagen in een ziekenhuis met honderd man op een zaal. Het was extreem heet, de ventilatoren waren kapot. Omdat hij zijn rug had gebroken, werd hij op een plank gelegd om zijn rug stabiel te krijgen. Om doorligplekken te voorkomen, had hij om de twintig minuten moeten worden omgedraaid. Maar hij lag anderhalve dag op een plank, zonder dat dat ook maar één keer was gebeurd. Zijn onderrug was na anderhalve dag al één grote, rottende wond.
Nandir: ‘Naast mij werd een man gereanimeerd. Eerst vond ik het indrukwekkend om te zien, het leek me vet te zien hoe hij zou bijkomen. Maar hij overleed daar ter plekke. Ik zei tegen die mensen: ‘Yo, ik wil hier weg’. Ik had extreme dorst, maar ik kreeg geen water. Ze zeiden dat ik nuchter moest blijven voor mijn rugoperatie. Ik dacht: er moet nu wat gebeuren, anders overleef ik het niet. De dochter van de man die overleden was, heeft met een handdoek gewapperd om me af te koelen.’
De avond van het ongeluk zou Nandir met een stel, een jongen en een meisje, naar een andere bar gaan. Het meisje kwam langs in het ziekenhuis en bleef bij zijn bed zitten. Ze vroeg: ‘Do you wanna call your mom?’ Daar had Nandir geen zin in. Dit was precies waar zijn moeder bang voor was geweest. Maar ze moest natuurlijk weten wat er gebeurd was.
Nandir: ‘Ik belde haar en zei dat het niet goed was, dat het beter was als ik naar Nederland zou komen, dat ik weg moest uit dit ziekenhuis. Mijn moeder heeft de internationale SOS-service gebeld, en die zeiden dat ik daar inderdaad zo snel mogelijk weg moest.’
Na drie dagen werd Nandir overgeplaatst naar een privéziekenhuis op het eiland Phuket. Daar liggen westerse toeristen die er betere zorg krijgen. Schrijnend, noemen Isis en Nandir het. De dokters daar belden naar huis en zeggen: ‘De komende drie jaar zal hij niet kunnen lopen.’
Isis: ‘Dat was voor ons de allereerste schok. Een paar dagen later zei de SOS-dienst: ‘We vrezen dat het nog ernstiger is, we denken dat hij nooit meer kan lopen.’ Ik was verdoofd. Het was een crisissituatie. Ik had onze vader nog nooit zien huilen, nu huilde hij als een kind.’
Isis en haar andere broer Mithras besluiten naar Thailand af te reizen. Tegen hun ouders zeggen ze dat zij beter in Nederland kunnen blijven om alles te regelen met de verzekeringen. Isis: ‘Dat vonden mensen raar, maar dat leek ons als gezin de beste optie. We dachten dat onze vader een tia had gekregen, zijn linkerarm viel uit, maar dat bleek door de stress te komen. Toch leek het ons verstandig dat hij thuisbleef.’
Nandir: ‘Als mijn moeder zou komen, zou ze alleen maar huilend naast mijn bed zitten. Dat was niet wat ik nodig had.’
Toen Isis en Mithras aankwamen in het ziekenhuis, had hun broertje net een zware rugoperatie gehad. Hij kon niet praten, had slangen in zijn mond.
Isis: ‘Eigenlijk wilde ik heel hard huilen, maar ik voelde dat mijn tranen hem niet zouden helpen. Tegelijkertijd voelde ik een extreme blijdschap dat hij niet dood was. Hij had een blocnote in zijn hand. Ik weet niet meer wat hij schreef, maar ik weet nog wel dat het een grapje was. Daardoor voelde ik: hij is er nog.’
Nandir: ‘Ik weet nog dat ik met mijn twee vingers zo’n gebaar maakte, van: yo, jullie zijn er. Het was fijn om bekende gezichten te zien.’
Isis: ‘Wij wisten al dat hij nooit meer zou kunnen lopen, maar hij nog niet. Hij was niet helder door de morfine, hij had longontsteking en hoge koorts. Het leek ons geen goed idee om meteen te zeggen: trouwens, je zult nooit meer kunnen lopen. De mensen in het ziekenhuis dachten dat die boodschap zijn herstel in de weg zou staan.
‘Vlak daarna was ik met kerst thuis bij mijn ouders. De raarste kerst ooit. We videobelden veel met Nandir, maar hij kon nog niet praten. Hij had een kerstmutsje op en een kerstknuffeltje van de verpleging gekregen. Mijn ouders waren erg emotioneel. Ze kregen geen hap meer door hun keel – driekwart jaar hebben ze alleen maar kippensoep gegeten.’
Na een maand op de intensive care kwam Nandir met een traumavlucht naar Nederland. Eerst moest hij twee weken in quarantaine in een ziekenhuis. Daar zag hij zijn ouders voor het eerst. (‘Ik ben niet zo’n emotioneel persoon, maar het raakte me om ze eindelijk te zien.’) Daarna ging hij naar een revalidatiecentrum in Utrecht, waar hij vijf maanden heeft doorgebracht. In Nederland kreeg hij van de artsen te horen dat hij nooit meer zou kunnen lopen, hij is van zijn navel af verlamd.
Nandir: ‘Dat voelde ik natuurlijk al. Ik vond het fijn dat het duidelijk was. Als er hoop was dat ik ooit nog zou kunnen lopen, had ik daaraan vastgehouden. Nu wist ik: dit is het. Ik heb nooit zoveel moeite gehad met dat nieuws. Tuurlijk heb ik gedacht: was ik maar niet op die scooter gestapt. Maar het heeft geen zin me daar druk over te maken. Bij het ongeluk zijn mijn ruggenwervels alle kanten op geschoten, meestal scheurt dan je aorta. Bij mij is dat niet gebeurd. Anders was ik binnen twee minuten doodgebloed.’
In het revalidatiecentrum vond Nandir het ‘oer-en-oersaai.’ Er was niks te doen. De rolstoellessen vond hij het leukst. Daarbij leerde hij ook een wheelie te maken, waarbij de voorwielen van de rolstoel de lucht in gaan. Zijn dag bestond voor de rest uit chocomel drinken, bezoek, en films kijken. En natuurlijk revalideren: hij moest alles opnieuw leren, zoals omdraaien in bed.
Na zijn tijd in het revalidatiecentrum ging hij bij vrienden wonen die een kamer over hadden. Bij zijn ouders wonen ging niet meer, hun woning is alleen bereikbaar via een trappenhuis. Uiteindelijk kon hij in een zorgwoning voor jongeren terecht. Een groot, goedkoop huis in het centrum van Den Haag. Zijn vrienden kwamen er samen, alle feestjes waren daar. Hij besloot creative business te gaan studeren, maar ging uiteindelijk een andere richting op. Inmiddels werkt hij in de ict-wereld.
Bij de film was hij betrokken als adviseur. Isis: ‘Dat vond ik belangrijk. Niemand van de cast en crew zit in een rolstoel, er zijn zoveel blinde vlekken. Zoals de scène met de katheter, ik had geen idee hoe dat werkte. Dan videobelden we met Nandir en legde hij het stap voor stap uit.’
Nandir: ‘Incontinentie is iets waar ik continu mee bezig ben. Dat vind ik vervelender dan niet kunnen lopen. Ik wilde per se dat het in de film kwam. De complicaties, blaasontstekingen, je kleding die continu vies is. Dat weten veel mensen niet. Ik vind het ook goed dat spasmen in de film zitten. Daar heb ik last van. De zenuwen vanuit mijn benen willen contact maken met mijn hersenen, maar komen de breuk tegen, waardoor ze in paniek raken. Mijn benen bewegen continu.’
‘Wat ik ook erger vind dan in een rolstoel zitten, is dat mijn kleine teen laatst is geamputeerd. Een wond bij mijn voet genas maar niet, er was infectiegevaar. Ik had erg mijn best gedaan om de wond goed te verzorgen, maar dat bleek niet voldoende. Het is alsof je een stukje van jezelf verliest.’
Isis merkte dat voornamelijk jongens geschokt waren door het verhaal van haar broertje. Ze kunnen zichzelf erin verplaatsen omdat zij ook dronken op een scooter hebben gereden. Vrienden zeiden, goedbedoeld, tegen haar: ‘Wat doet je broer het goed, ik zou echt zelfmoord hebben gepleegd.’
Isis: ‘Dat heeft me getriggerd om een film te maken, om te laten zien dat het niet alleen bittere ellende hoeft te zijn. Mensen in een rolstoel komen heel weinig in beeld. We zijn in deze tijd nog helemaal niet inclusief. Ook als je kijkt naar bijvoorbeeld datingapps. In een tijd dat we superinclusief zijn, vinden we het normaal dat je op een datingapp iemand in een rolstoel naar links swipet. Er bestaan veel vooroordelen. Zo denken mensen vaak dat Eline jouw verzorger is.’
Eline en Nandir ontmoetten elkaar vijf jaar geleden via een datingapp. Op zijn profiel had hij geen foto’s van zichzelf in zijn rolstoel. Toen hij vertelde dat hij in een rolstoel zit, vroeg ze of het genetisch is. Met het oog op kinderen krijgen. Ze kon zich niet voorstellen dat ze zich aangetrokken zou voelen tot iemand in een rolstoel, vertelde ze hem later, maar ze vond het lullig om de afspraak af te zeggen. Het pakte anders uit: ze werden verliefd. Ze zijn getrouwd en hebben een huis gekocht.
In de laatste scène van de film zie je hoe Reza en zijn moeder Sunniva in de auto zitten en voor de apotheek staan geparkeerd. Zijn moeder vraagt: ‘Of wil je het zelf doen?’ Reza: ‘Doe jij het maar, dat is makkelijker.’ Terwijl zijn moeder even later binnen staat te wachten op het recept, zie je hoe ze naar elkaar lachen. Zijn moeder steekt een middelvinger naar hem op. In de auto geeft ze de Viagra aan hem.
Nandir: ‘Dat is echt gebeurd, ik wist niet dat Isis daarvan wist. Mensen vragen altijd hoe het zit met seks. Viagra werkt niet altijd even goed, maar het is niet dat seks onmogelijk is. Er zijn gelukkig ook meerdere manieren om seks te hebben.’
Toen Isis hoorde dat Nandir nooit meer zou kunnen lopen, dacht ze aanvankelijk dat zijn leven nooit meer leuk zou zijn: ‘Ik had het gewoon verkeerd. Eigenlijk vanaf het allereerste moment zijn wij als gezin gerustgesteld door jou. We zagen je alles opnieuw leren, het leven aangaan, je ging naar festivals. Om geen hinder te hebben van je spasmen, bond je je benen vast. Het relativeert allemaal enorm. Als Nandir hiermee kan leven, kan ik dat ook met mijn probleempjes.’
Nandir: ‘Ik zou het niet ‘leuk’ noemen om in een rolstoel te zitten, maar het is niet zo erg als mensen denken. Je leven is niet voorbij. Het heeft geholpen dat mijn vrienden en mensen in mijn omgeving me nooit anders hebben behandeld. In grote lijnen kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.’
Isis: ‘Vlak voordat ik je in Thailand kwam opzoeken, voelde ik heel sterk: als één iemand het in een rolstoel goed zou doen, het mentaal aan zou kunnen, dan zou jij het zijn. Ik dacht: het is heel cru, ik wens het hem uiteraard niet toe, maar hij heeft what it takes. Je hebt een vreemde vorm van tevredenheid. Ik heb altijd een enorme drive gehad om allerlei dingen te bereiken. Jij zei altijd: ‘Ik wil gewoon een loterij winnen, zodat ik lekker thuis kan chillen’. Ergens voelde ik dat je dat meende. Nandir en ik grappen weleens dat hij nu voor altijd in zijn rolstoel kan blijven zitten.’
Nandir: ‘Ik vind de film echt heel vet geworden.’
Telefilm Wheelie is te zien op zaterdag 1 maart om 22.00 uur op NPO 3 en NPO Start.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant