In december werd oud-schaatser Jan Ykema (61) wakker geschud door een hartinfarct. Twintig jaar geleden wist hij al van een drugsverslaving af te komen, nu heeft hij al zijn ongezonde gewoontes overboord gegooid. Hij houdt het bij hooguit twee kopjes koffie per dag.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Afgelopen week was het fietsweer. Koud, helder, de Friese polder rond zijn woonplaats Pingjum lag er perfect bij. Met een blik vanachter de keukentafel door het raam naar zijn achtertuin zegt Jan Ykema (61). ‘Ik mocht altijd donders graag even op de racefiets springen.’ Maar nu is wandelen sporten geworden, vertelt de oud-schaatser enigszins beschroomd: ‘Dat telden we nooit mee. Wat is dat nou, wandelen?’
Op de hoek van het aanrechtblad een ‘containertje’, kortgeleden gekocht voor ‘een hele vracht’ pillen. ‘De hele rommel’, waar hij tot een paar maanden geleden nog geen verstand van had. Van de bijwerkingen evenmin. ‘Maar nu moet ik wel. Het treft je wel. Koude handen, blauwe plekken, slecht slapen, ineens met een kruik naar bed.’ En dat terwijl de olympisch medaillewinnaar altijd als eerste in T-shirt buiten liep, wars van kou.
Toen hij een paar maanden geleden werd benaderd door Andere Tijden Sport voor een uitzending over zijn zilveren race op de 500 meter tijdens de Olympische Spelen van Calgary in 1988 voelde Ykema zich direct vereerd. In zijn tijd draaide het vooral om allrounden. Sprinten was, ook qua aandacht vanuit de schaatsbond, een ondergeschoven kindje. Zijn zilver was destijds een verrassing. Dan moet ik nu afvallen, besloot hij, inmiddels al een jaar of tien ruim honderd kilo wegend. Die bolle wangen moeten weg, die onderkin ook.
‘Ik was ook goed bezig hoor’, zegt hij nu. ‘Na drie weken kon ik al een uur op de crosstrainer. Zwéten. Dan ging ik diezelfde dag nog 10 kilometer of langer wandelen met Geertje (zijn vrouw, red.). Ik viel af als een blinde. Ik voelde me fantastisch. Maar toen kwam die arm.’ Eerst dacht hij nog: wat gek dat ik alleen links spierpijn voel. Alsof iemand heel strak zijn arm omklemde. Na negen dagen ging hij toch maar naar het ziekenhuis. Een hartinfarct, zo bleek. Hij was precies op tijd.
De man van mateloosheid leeft inmiddels begrensd. Hij scant etiketten van voedingsmiddelen op verzadigde vetten. Vraagt Geertje of ze zin heeft die avond tempé te eten. Er zijn stevia-druppels in plaats van suiker. In de koelkast staat havermelk. Tijdens het winkelen kan hij bij mensen in het karretje kijken en denken: oh, denk erom, je kunt beter wit vlees eten. ‘Natuurlijk was ik als sportman bezig met voeding. Wist ik dat je beter bruin brood dan een croissant kon eten. Nu denk ik: verrek, het is het verschil tussen leven en dood.’
Ook stopte hij abrupt met drinken, en met het roken van wiet vermengd met tabak, wat hij zo’n zes keer per dag deed. ‘Door dat jointje heb ik de harddrugs achter me kunnen laten. Maar hoe lekker het ook is, aan die slangen in dat ziekenhuisbed besloot ik: dit doe ik nooit meer. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens van blowen af zou komen. Maar shag is slecht voor je aderen. Dat hartinfarct veranderde alles.’
In 2005 werd bekend dat hij jarenlang verslaafd was geweest aan cocaïne en speed. Zijn eerste drugsgebruik was tegen het einde van zijn sportcarrière. Na een wedstrijd in Lake Placid boden Amerikaanse schaatsers met wie hij op stap was een wit goedje aan. Ykema, altijd vol bravoure, probeerde het. ‘Ik geloof dat het coke was. Ik herinner me een warm en prettig gevoel.’ Maar hij merkte ook dat hij er geen betere sportprestaties door ging leveren. Een week later schaatste hij belabberd.
Niet lang daarna maakte hij ‘de stap van schaatspak naar maatpak’. Daar begon zijn verslaving die vijftien jaar zou duren, die ook opgetekend is in een biografie. ‘Het is niet zo dat ik dat snuiven heb geleerd in een tochtige portiek. Ik was gewoon makelaar in Amsterdam’, zegt hij tegenwoordig, als hij een lezing geeft. Het is inmiddels twintig jaar geleden, nog altijd wordt hij naar die tijd gevraagd. De stap de verkeerde kant op is soms veel kleiner dan je denkt, zegt hij dan.
Hij raakte tijdens zijn verslaving dakloos, leefde in zijn auto en verloor vrienden. Lange tijd verzweeg hij zijn problemen voor zijn directe omgeving. Uiteindelijk hielp openheid hem van zijn verslaving af. ‘Toen ik stopte met die verslaving, kreeg ik mijn verstand ook weer terug.’
Hij is een flapuit, zegt hij bij zijn tweede kopje koffie – ‘Het maximale dat ik tegenwoordig neem per dag. Ik heb vanmorgen expres gewacht met de eerste.’ Hij is ontwapenend met zijn eerlijkheid en in zijn anekdotes. Vaak wordt hij omschreven als ‘de Pietje Bell van het schaatsen’.
Vroeger werd het stempel niet gegeven, inmiddels weet hij: hij heeft ADHD. Als kind wist hij al snel uit de box te klimmen, waarop zijn vader besloot de box op de kop te zetten, met Ykema eronder. In de tuin kreeg hij een tuigje aan, dat met een touw werd vastgemaakt. Zo kon Ykema spelen zonder constant toezicht. Eerst was het touw kort gebonden, maar zijn moeder vond het sneu en maakte het iets langer. ‘Hing ik even later over de schutting in de steeg.’
Al vroeg kregen zijn ouders het advies van de huisarts om ‘die jongen overdag te vermoeien’. Dus lieten ze hem sporten. Rond zijn vierde begon hij met schaatsen. Maar Ykema deed ook aan fierljeppen, mastklimmen en atletiek. In alle sporten was hij goed, en dan vooral in het explosievere werk.
Hij kwam jaren later in de kernploeg tussen allrounders als Yep Kramer en Hilbert van der Duim. Mannen van de lange adem, die wielerwedstrijden reden op niveau. ‘En ik had net een racefiets. Ik reed altijd achteraan. Zei ik: jongens, eventjes rustig aan. Gingen ze nog harder.’ Zo leerde hij altijd met kaart op pad te gaan. Dan kon hij alleen de weg terugvinden tijdens trainingskampen in Oostenrijk. ‘En ik werd handig in het zoeken naar oplossingen. Ik heb ook met de fiets in de bus gestaan.’
Smakelijk vertelt hij over die keer dat hij ploeggenoot Geert Kuiper thuis in het Friese Oldeholtpade oppikte voor een trainingskamp in Zuid-Limburg. Het was middenin de zomer en zo’n dertig graden buiten, maar Ykema had de kachel in de auto aangezet. Toen Kuiper instapte, was een weddenschap geboren: wie het het langste volhield. Uiteindelijk zaten ze allebei in onderbroek en met een handdoek in de rug om het zweet op te nemen. ‘We zijn net zo lang doorgereden tot we in Zuid-Limburg waren. Niemand die afhaakte.’
Hij komt uit de tijd dat mateloosheid gemeengoed was in de sportwereld. ‘Vroeger kwam je bij een trainingskamp aan, zette je koffer op de kamer, at wat en ging de kroeg in. Daar was iedereen: de Finnen, de Noren.’ Het gros dronk. Maar Gerard Kemkers was de voorbode van de tijd die zou volgen, zal Ykema nu zeggen. Hij dronk geen druppel. ‘Maar ik zat bij het clubje dat wel een pilsje nam. En soms eens wat teveel. Maar je zeurde er ’s morgens nooit over.’
Nu denkt hij: het heeft de goede prestaties wel in de weg gestaan. Toen Johan de Wit hem jaren later een baan aanbood als assistent-coach bij de toenmalige APPM-ploeg, was Ykema blij dat de tijden veranderd waren. Al moest hij daar eerst achter komen. ‘Wat gaan we vanavond doen, jongens?’ vroeg hij op de eerste avond van een trainingskamp van drie weken in Collalbo. En hoorde hij: ‘Ik moet mijn huiswerk maken. Dan dit nog doen, en rond tien uur lig ik wel in bed.’
Als assistent-coach kreeg hij zelfvertrouwen terug, dat was in de voorgaande jaren in rap tempo afgebrokkeld. ‘Mensen gingen met een boog om me heen in die tijd van die verslaving.’ Hij schaamt zich niet voor zijn eerlijkheid, het was voor hem de enige manier om zichzelf te zijn en van zijn verslaving af te komen. ‘En ik ben er trots op dat ik er vanaf ben.’ Maar hij merkte ook: ‘In de ogen van anderen blijf je altijd die junk, die gebruiker. Daar moet je mee uitkijken, hoorde ik dan. Ik snap het ook, vertrouwen komt te voet en gaat te paard.’
Hij werkt inmiddels al jaren als schilder. Een jaar geleden stopte hij met coachen, wel is hij nog betrokken bij het schaatsen: als toernooidirecteur bij de Zilveren Bal, een kortebaankampioenschap dat aan het einde van het seizoen plaatsvindt in Leeuwarden en waarvoor hij de afgelopen jaren onder anderen Jordan Stolz wist te strikken. ‘Nu word ik ontlast, nemen anderen mijn taken over.’
Ook geeft hij soms lezingen over zijn sportcarrière en verslaving. Laatst kwam zijn hartinfarct ter sprake. Een lotgenoot in de zaal vertelde dat hij tegenwoordig fietstochten maakt. Dat stemt hoopvol. ‘Maar dat er zoveel tijdbommetjes rondlopen met klachten waar ze niks mee doen, dat is beangstigend. Ik ben ervan overtuigd dat er meer aandacht voor moet komen.’
Ykema’s hartinfarct was in december. Twee weken geleden is door complicaties een vierde stent geplaatst. Het heeft hem wakker geschud zegt hij.
Anders dan destijds tijdens zijn verslaving is hij zich nu bewust van het belang om zijn lijf goed te verzorgen. ‘Dat komt door het ouder worden, denk ik. Toen had ik er geen idee van wat ik deed. Maar ik speelde met vuur. Die vijftien jaar verslaving heeft natuurlijk niet meegeholpen voor mijn gezondheid, maar ik heb een spiegel voorgehouden gekregen. Ik wil nog niet dood.’
Volgende week maandag begint zijn hartrevalidatie; onder toezicht in een groep sporten. ‘Ik denk dat mijn sportmentaliteit me hier gaat helpen. Ik zal zeker niet de langzaamste van de groep zijn.’
Andere Tijden Sport, Jan Ykema - Handgranaat | zaterdag 22 februari om 22.50 uur op NPO 1
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant