Home

Van coronakleuters tot verdwijnende drie zoenen: dit is er blijvend veranderd sinds de lockdown

Donderdag is het vijf jaar geleden dat corona officieel Nederland bereikte. Het begin van een periode van lockdowns en diepe maatschappelijke ingrepen. Én van veranderingen die zijn gebleven – van hoe we winkelen tot wanneer we werken.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Hier en daar, in openbare gebouwen en op winkelvloeren, kun je ze nog vinden. Als fossielen uit een ander tijdperk: de deels weggesleten gele stickers die eraan herinneren afstand te houden. Anderhalve meter! En volgt u vooral de aangegeven looprichting.

Gek eigenlijk. Na corona zouden we voorzichtiger met elkaar omspringen, was bij sommige artsen de verwachting. We zouden kwetsbaren en ouderen ontzien, extra afstand houden, en bij snotterziekte thuiswerken. Zelfs het mondkapje in het openbaar vervoer was misschien een blijvertje, in elk geval in de winter.

Niets ervan. De laatste keer dat de destijds haastig opgetuigde Gedragsunit van het RIVM het navroeg bij een groot panel van Nederlanders, twee maanden geleden, bleken er nauwelijks nog mensen mondkapjes te dragen. Zelfs wie verkoudheidsklachten heeft en omgaat met medisch kwetsbare personen, zegt slechts een op de tien keer een mondkapje te dragen.

Maar wacht. Kijk dieper en de coronaperiode heeft wel degelijk allerlei sporen nagelaten. In hoe we leven en werken, de samenleving hebben ingericht, zelfs in hoe we ons gedragen – wie geeft er nog drie klapzoenen bij een ontmoeting?

Covid heeft de wereld zoals we die kenden voorgoed veranderd, blijkt na gesprekken met zo’n 25 experts en getuigen, en uit tientallen onderzoeken en statistieken. Negen omslagen in vogelvlucht.

1. De ziektelast: meer zieken, meer verzuim

Lisa Staadegaard was midden 20 en aan het promoveren op nota bene luchtweginfecties, toen ze er zelf een kreeg. Covid. Nu, jaren later, is ze nog steeds niet beter. ‘Ik had veel grote avonturen in mijn hoofd’, vertelt ze aan de telefoon. ‘En opeens kon ik alleen nog maar in het donker liggen en kwam ik niet meer uit mijn woorden.’

Staadegaard is getroffen door het beruchte postcovidsyndroom, ‘long-covid’ in het Engels. Dat begon al kort na de acute infectie. ‘Een vermoeidheid die ik hiervoor nog nooit heb gehad. Als ik artikelen die ikzelf had geschreven teruglas, snapte ik niet meer wat er stond. En als ik te veel doe, is het meteen: badend-zweet-koortsig.’

Een totaal nieuwe ziektekiem erbij. Die grote verandering vertaalt zich natuurlijk in: meer ziekte. Bij luchtwegklachten is de oorzaak gemiddeld eens in de vijftien keer coronavirus, blijkt uit een doorlopende steekproef onder ruim tienduizend Nederlanders die hun klachten bijhouden. Tijdens coronagolven – de laatste grote opleving was afgelopen herfst – kan dat oplopen tot een kwart.

Omgerekend kost corona elke Nederlander gemiddeld één tot twee ziektedagen extra per jaar. Kijk door je ooghaartjes naar het ziekteverzuim door de jaren heen en je ziet na 2020 een opvallende verhoging: ruwweg een half procent meer verzuim in de winter en een procent meer in de zomer. Al is de vraag of dat door corona komt, zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen. ‘Er was vóór corona al een stijgende trend ingezet.’

Maar dat zijn de gemiddelden. Van langdurig zieken zoals Staadegaard zijn er naar schatting zo’n 170 duizend, al zitten daarbij gelukkig ook minder ernstige gevallen. Zo’n 3 procent van de volwassenen en 5 procent van de tieners en jongeren houdt na een coronabesmetting langdurige klachten, bleek vorig jaar uit een inventarisatie van het Netwerk Gezondheidsonderzoek bij Rampen (GOR). Bij 70 procent van de volwassenen houden die klachten langer dan een jaar aan, bij jongeren is dat 40 procent.

In het ziekenhuis belandden in 2022, het recentste jaar waarvan er officiële cijfers zijn, zo’n 28 duizend coronapatiënten, ongeveer de helft van het aantal in het heetst van de crisis. Afgelopen jaren overleden er gemiddeld per maand haast tweehonderd mensen aan corona, in de regel ouderen en al ernstig zieken. Je kunt zeggen: de griep heeft er een bondgenoot bij gekregen, als gevaarlijke infectie voor kwetsbare mensen.

Voor Staadegaard, net 30 maar volledig arbeidsongeschikt verklaard, gaat het herstel langzaam. ‘Ik kan alweer rondlopen zonder oordopjes in. En ik ga niet meer meteen huilen als er iets valt’, vertelt ze, vrolijk lachend om de absurditeit van haar eigen verhaal.

Dan, ernstig: ‘Corona voelt voor veel mensen als iets van jaren geleden, iets dat ze liever vergeten. Voor mij is dat heel raar. Het leven is verder gegaan. Maar duizenden mensen zoals ik zitten nog steeds thuis, zonder adequate zorg.’

2. Het dagelijks leven: knuffels, katten en pakjes

Er is door corona nogal wat in onze gewoonten geslopen. Zo zijn we meer gaan wandelen (van 5 naar 8 kilometer gemiddeld per week), niezen we nog steeds in onze elleboog in plaats van in de hand (dat doet zo’n twee op de drie mensen) en is er, jawel, de teloorgang van de Hollandse drie zoenen.

Vóór corona stond de drieklapper ook al onder druk. Vooral bij jongeren raakte de knuffel, of één zoen, meer in zwang. Maar tijdens corona ging het hard. Harde cijfers ontbreken, maar een voorzichtige aanwijzing komt van een peiling van RTL, onder ruim duizend Nederlanders. Vóór corona zei driekwart elkaar drie kussen te geven bij Nieuwjaar, begin 2023 was dat nog maar 40 procent.

Van de stoppers waren de meeste overgeschakeld op de omhelzing. Alternatieve groeten, zoals de hand op het hart, zijn nauwelijks blijven hangen. Net als andere inderhaast verzonnen rituelen, zoals het ‘elleboogje’ of het ‘voetje’ – kent u ze nog? ‘We zijn heel snel weer handen gaan geven’, zegt klinisch ethicus Erwin Kompanje. ‘Een hand geven is dan ook meer dan symboliek. Er gebeurt veel tijdens zo’n handdruk. Alle vrede wordt beklonken met een handdruk, zelfs Trump geeft handen.’

Of nou ja, behalve bij de dokter. Het is geen toeval dat artsen u vaak begroeten met een simpel hoofdknikje of een gedecideerd ‘welkom’. ‘Ik ben me nu meer bewust van de positieve effecten van geen handen schudden’, zei een huisarts tegen Medisch Contact. Toen de afstandsmaatregel verviel, vroeg het artsenblad het na bij zijn lezers: van de 337 die reageerden, gaven er maar acht weer een hand. Bij diverse ziekenhuizen is het zelfs formeel beleid om patiënten liever geen hand te geven, in elk geval in het griepseizoen.

Nog een verandering in de categorie ‘ o ja, da’s waar ook’: corona was de tijd waarin de onlinebesteleconomie definitief doorbrak. ‘De trend van behoefte aan gemak was al ingezet voor 2020’, aldus een woordvoerder van Thuisbezorgd.nl. ‘Maar het feit dat restaurants hun deuren moesten sluiten en mensen thuisbleven, heeft dit enorm versneld.’

Bij de maaltijdbezorger sprong het aantal actieve gebruikers omhoog, van 4,5 miljoen in 2019 naar haast 6 miljoen in 2021, een aantal dat sindsdien min of meer gelijk is gebleven. Ook de gewone pakketpost schoot omhoog. Van zo’n 400 miljoen pakjes in 2019 naar ruim 600 miljoen pakjes nu, zo blijkt uit de jaarlijkse Post- en pakketmonitor van de Autoriteit Consument en Markt.

Een heel ander blijvend aandenken aan de pandemie zit misschien wel bij u op schoot. Want ja, tijdens de pandemie schoot het aantal katten en honden écht omhoog. Dat blijkt onder meer uit een peiling die de brancheorganisaties Dibevo (van dierenwinkels) en NVG (van de diervoerindustrie) jaarlijks uitvoeren. In coronatijd schafte zo’n 8 procent een huisdier aan, een paar procentpunt meer dan normaal. Het aantal honden in ons land steeg van 1,5 miljoen (in 2018) naar 1,9 miljoen, het aantal katten van 2,6- naar 3,1 miljoen.

Niet altijd van harte, overigens. Britten die destijds een ‘coronapuppy’ aanschaften, klagen nu meer over de lasten die een hond met zich meebrengt, beschreven Britse onderzoekers deze maand in vakblad Plos One.

3. Het gezin: invasie van de coronakleuters

‘Nog een kindje, we hadden het nooit echt uitgesloten. Nog één keer zo’n klein mannetje voor je in het fietsstoeltje’, zegt een Haagse journalist, die liever anoniem blijft. Toen kwam corona. Negen maanden na de tweede golf, in juli ’21, kwam zijn zoontje Ole ter wereld.

Achter de voordeur bleef de piek aan echtscheidingen die sommigen verwachtten uit. Volgens de jaarlijkse Echtscheidingsmonitor gaf de pandemie een korte dip in het aantal huwelijken – want geen feest mogelijk – gevolgd door een inhaalslag. Het aantal scheidingen steeg wel iets, maar pas in 2023, ruim ná de laatste lockdown. Intussen is de piek weer voorbij.

Opmerkelijker is iets anders: de kleuterexplosie. Vier jaar geleden was er een plots, bescheiden geboortegolfje, niet alleen in Nederland maar bijvoorbeeld ook in de VS. In ons land werden er in 2021 een slordige tienduizend baby’s méér geboren dan anders. Demografen hadden juist een dipje verwacht: in tijden van crisis stellen mensen gezinsuitbreiding vaak uit.

Mogelijk speelde het thuiswerken mee, oppert Princeton-econoom Janet Currie, die het fenomeen beschreef in een vakblad. ‘Als je het makkelijker maakt voor mensen om kinderen te krijgen, kómen er misschien ook meer kinderen.’ Maar aan het CBS wijst Tanja Traag erop dat de Nederlandse geboortepiek precies negen maanden na de zwoele lente en zomer van 2020 volgde. ‘Ineens kon er weer veel meer, er was een gevoel van opluchting. De summer of love werd het ook wel genoemd’, herinnert Traag zich.

Ook bij baby Ole speelde corona een rol, zij het op een iets andere manier. ‘Je gaat in zo’n periode toch denken: wat doet er nu écht toe in het leven?’, vraagt de vader zich af. Een retorische vraag natuurlijk. ‘Je gezin, uiteindelijk. Dat gaf beslist een duwtje.’

Het jaar daarop, in 2022, zakte het geboortecijfer in onder meer Duitsland, Zweden en Nederland weer. Volgens een van de Duitse analyses omdat stellen zich aan het einde van de pandemie schrap zetten voor het weer opengaan van de samenleving.

Traag denkt dat in Nederland vooral de trend weer voortging die voor corona al gaande was: minder geboortes bij jonge en economisch kwetsbaardere vrouwen. ‘Groepen die het meest te maken hebben met onzekerheid’, zegt Traag.

4. De economie: pijn, maar (nog?) geen crisis

Ondernemer Peter van der Helm van Walls and Skin had het goed op orde. Zes tattooshops in onder meer Rotterdam, een zevende net geopend in samenwerking met de Bavariabrouwerij, festivals in het buitenland op komst. Toen kwam corona. Hij bleek een ‘contactberoep’ te beoefenen.

Nu, vijf jaar later, is hij kwaad. ‘De overheid zei: maak je geen zorgen, we gaan je helpen, alles komt goed. Maar de lening die ik kreeg, telt als omzet waarover je belasting moet betalen en ook als een schuld, waarvoor rente geldt.’ Op z’n Rotterdams: ‘Het is gewoon fucking diefstal. Haast alles wat ik had gespaard, ben ik kwijt. M’n festivalspullen heb ik moeten verkopen, de 1,5 miljoen euro die ik met Bavaria in onze samenwerking heb gestoken, is gewoon pleite.’

Wat een ongekende ingreep, de samenleving knarsend en piepend tot stilstand brengen om een virus. Maar ondanks de pijn van ondernemers zoals Van der Helm valt de schade van een afstandje gezien nog mee, constateert hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. ‘We zien een dip, herstel, en nu groeit de economie gewoon weer door’, wijst hij op de grote lijn van het bruto binnenlands product, de polsslag van de economie.

Hoogleraar economie Arjan Lejour (Universiteit van Tilburg) was een van de experts die aan het begin van de pandemie scherpe kritiek hadden op de lockdowns. Die zouden een golf van faillissementen veroorzaken, waarschuwde hij. ‘Dat heb ik duidelijk gewoon te negatief ingeschat’, zegt hij nu. ‘Haast elk bedrijf dat failliet gaat zegt wel: we zijn de klap van corona niet te boven gekomen. Maar er zijn niet meer faillissementen dan voor de pandemie. En een golf coronafaillissementen zul je nu ook niet meer krijgen.’

Toen corona kwam, hadden veel overheden de eurocrisis van 2010 nog vers in het geheugen, denkt Van Mulligen. ‘Bij die crisis stond iedereen hard op de rem en werd er sterk bezuinigd op de uitgaven. Nu was er veel overheidssteun en kwamen er maatregelen om te voorkomen dat er massaal mensen op straat zouden komen te staan.’ Bovendien waren de lockdowns tijdelijk, met onderbrekingen, zegt Lejour. ‘Tussendoor konden mensen hun uitgaven weer wat inhalen.’

Wel was er een stevige schok op de arbeidsmarkt. ‘Mensen gingen bij de GGD’s werken, bij de teststraten. Na corona was er mede daardoor een arbeidstekort, vooral in de horeca’, brengt Lejour in herinnering. Maar Van Mulligen ziet weinig echte veranderingen. ‘De gestaag oplopende krapte op de arbeidsmarkt die we vóór corona ook hadden, is weer terug.’ Dat komt vooral door de vergrijzing: ‘Die structurele druk is er nog steeds.’ In de zorg, maar ook in de bouw, de horeca en het onderwijs komt men handen tekort.

Aan de Kruiskade in Rotterdam denkt tattooartiest Van der Helm er het zijne van. ‘Ik zou het over een paar jaar nog eens bekijken. Ik werk nu letterlijk om de boel in de lucht te houden. Ik hoop dat het straks een beetje beter gaat, anders ga ik winkels dichtgooien.’

5. De werkvloer: opkomst van de di-do-economie

Als u een kantoorbaan heeft, kan het bijna niet anders of u doet het al: geregeld thuiswerken. ‘Veel gedrag is terug naar dat van voor de pandemie. Behalve dat er meer thuis wordt gewerkt’, constateert epidemioloog Susan van den Hof (RIVM). ‘Aan de files merk je dat echter niet, ook omdat iedereen op dezelfde dagen naar kantoor gaat.’

Vooral op vrijdag kun je een kanon afschieten, in de gemiddelde kantoortuin. Driekwart van de werkplekken is dan leeg, bleek afgelopen najaar uit een door de Volkskrant opgezette enquête onder zo’n zestig bedrijven. Op maandag en woensdag zijn de kantoren halfvol. En op dinsdag en donderdag zijn ze voor ruwweg twee derde gevuld.

Zo is er een ‘di-do-economie’ ontstaan, met dinsdag en donderdag als de piekdagen op kantoor. Dat blijkt ook op de weg. Op maandag en vrijdag is de filedruk afgenomen, op dinsdag en donderdag is die juist met respectievelijk 9 en zelfs 32 procent gestégen, volgens de ANWB.

Vervelend? Welnee. Van de 58 door deze krant bevraagde bedrijven zeggen er 48 de nieuwe situatie beter te vinden. Al tobben werkgevers soms hoe ze hun kantoorklerken weer onder de systeemplafonds krijgen. In vooral de financiële wereld en de informatieberoepen is een heuse klasse van digitale nomaden ontstaan, die hun werk vanuit een koffiebar, en zelfs vanuit het buitenland doen.

Met beeldverbinding erbij – nog zo’n verschijnsel dat door corona definitief doorbrak. Vijf jaar geleden nog hoogst ongewoon: het kantooroverleg waarbij een deel van de aanwezigen inlogt via de flatscreen aan de muur. En vergeet te ‘unmuten’, ook al zo’n nieuw woord dat zich met het ‘zoomen’ en het ‘teamsen’ in het kantoorjargon heeft vastgezet.

6. De hygiëne: hoe ziekte verdacht werd

Nog zo’n herinnering is te vinden bij, onder meer, kaashandel en notenbrouwerij De Graaff van Enckhuysen, in Enkhuizen. De kaaswinkel is een van de talloze plekken waar de doorzichtige coronaschotten zijn gebleven. ‘Het is onderdeel van onze winkel geworden’, zegt winkelier Rik Keesman. ‘Vooral vanwege de hygiëne. We hebben soms klanten die met hun handen wat nootjes pakken, of aan het kaasmes zitten.’

Ook bij veel andere toonbanken en balies is dat het geval. Vanwege de hygiëne (apothekers, ziekenhuizen) of omdat personeel zich er veiliger door voelt (winkels, balies). Op een enkele plek staat zelfs de pot met handenontsmetter nog paraat. Zoals in het flipperkastmuseum in Rotterdam. ‘Iedereen zit hier toch met z’n vingers aan die knopjes’, zegt de beheerder, als je hem ernaar vraagt.

Er is iets subtiels veranderd aan de omgang met ziekte, signaleren veel van de ruim twintig wetenschappers die de krant bevroeg. Thuiswerken bij (milde) gezondheidsklachten doet nog steeds zo’n een op de tien. Bij middelgrote draaideuren voelt het vreemd om er met meerdere mensen tegelijk binnen te stappen. En hoewel zeldzaam, kijkt niemand echt op van iemand met een mondkapje in het openbaar vervoer.

‘Het is meer geaccepteerd geworden om je zorgen te maken om ziekte’, denkt antropoloog Marie Rosenkrantz Lindegaard (Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving), die veel onderzoek naar straatwaarnemingen doet. ‘We zijn virus-sensitiever geworden’, is ook de indruk van epidemioloog Rosendaal. ‘Als ik in de trein naast iemand zit die aan het snotteren is, vind ik dat erger dan vroeger.’

Dat zie je terug in de omgang, ziet klinisch ethicus Erwin Kompanje. ‘Mensen die een afspraak afzeggen met de mededeling: ik ben wat verkouden, ik wil je niet besmetten. Toen ik jong was, was dat absoluut geen issue. Dat is absoluut veranderd. We zijn wat hypochondrischer geworden, vooral jongeren.’

7. De jongeren: angst en depressie (maar ook lockdownliefdes)

Vrijwel eenstemmig zijn experts erover: als er íéts is overgebleven na corona, is het wel het grote aantal mensen met psychische problemen, vooral jongeren. Er is sprake van een ‘verloren generatie’, zoals onderzoeksfinancier ZonMw het met gevoel voor drama aanduidt. Slechts de helft van de jongvolwassenen tussen de 18 en de 25 vindt zijn geestelijke gezondheid ‘goed’, blijkt uit een net verschenen studie van de GGD en het RIVM.

Sterker, haast een op de vijf jongvolwassenen (18 procent) zegt zich vaak of altijd beperkt te voelen door psychische klachten zoals angst en depressie. Dat is wat minder dan tijdens het laatste coronajaar (24 procent), maar neemt niet weg dat 23 procent zich ‘sterk eenzaam’ voelt, en 43 procent zich vaak of heel vaak gestrest voelt. Liefst twee op de drie jongeren zeggen nog last te hebben van de gevolgen van de coronaperiode. En ‘mentale gezondheid’ is de meestgenoemde nawee.

Maar cruciale kanttekeningen zijn er ook, zegt Michel Dückers (Nivel, Rijksuniversiteit Groningen), die het onderzoek naar de gezondheidsgevolgen van de coronacrisis coördineert. Bij scholieren en jongeren zat de mentale last ook vóór corona verontrustend in de lift. Neem de psychische gesteldheid van scholieren. Tussen 2005 en 2017 steeg het aantal meiden met emotionele problemen geleidelijk van zo’n 20 naar 30 procent. In de coronatijd versnelde die stijging, naar ruim 40 procent in 2021.

‘In de vakliteratuur zie je grofweg twee richtingen’, vertelt Dückers. ‘Eén stroming stelt dat door corona al in gang gezette trends in een stroomversnelling zijn gekomen.’ De andere stroming stelt dat covid een klap op zichzelf heeft gegeven, die nu langzaam moet wegtrekken.

Zo trekken drie onderzoeken van het Netwerk Gezondheidsonderzoek bij Rampen de vergelijking met trauma’s. Tijdens corona werden veel mensen blootgesteld aan akelige gebeurtenissen zoals een ziekenhuisopname of het abrupte verlies van een dierbare, vaak zelfs zonder goed afscheid te kunnen nemen, vanwege de coronabeperkingen.

En al is dat misschien minder ontwrichtend dan een klassieke traumatische gebeurtenis zoals slachtoffer worden van een misdrijf, ‘de schaal waarop de covid-gebeurtenissen voorkwamen was dermate groot dat posttraumatische stressklachten in de samenleving vaker voorkwamen’, stelt Dückers.

Een dooddoener, maar wel waar: vervolgonderzoek moet komende jaren uitwijzen of de mentale deuk na covid geleidelijk wegtrekt, of blijvend is. ‘Covid was een volstrekt nieuw type gebeurtenis. Geen flitsramp, zoals de Bijlmerramp, maar meer een sluimerende crisis. En daarbij hoort dat je niet weet wat precies de effecten zijn. Het enige wat je kunt zeggen is dat er geen enkele groep studies is die zegt dat het sinds corona béter gaat.’

Of nou ja, sprankje hoop: van alle jongvolwassenen zegt haast de helft (48 procent) ook nog steeds pósitieve gevolgen te ondervinden van de pandemie. Pakweg 10 tot 20 procent deed nieuwe vriendschappen of een lockdownliefde op, ontwikkelde zich, maakte extra meters met de studie of vond een betere balans tussen werk en privé.

8. Uw gezondheid: een stuwmeer van uitgestelde kwalen?

Intussen werden we, terwijl we met de coronakat op schoot thuismaaltijden zaten te eten, wel wat ongezonder. Zo ging het aantal Nederlanders met overgewicht van 49,9 naar 51,1 procent, verdacht precies rond de perioden dat de sportscholen en -zalen gesloten werden. Ook haalden vooral jongeren en werkenden, die vaak thuis zaten, de beweegrichtlijnen minder goed, blijkt uit een rapport: van 51,7 naar 42,9 procent.

Enfin, ook vóór corona nam het percentage Nederlanders met overgewicht gestaag toe, in de grafieken springen de coronajaren er niet direct uit. Ook aan andere zaken veranderde niet bijster veel, blijkt uit de zogeheten Leefstijlmonitor. Zo is er sinds corona geen plotse opleving van roken, drinken of drugsgebruik, zoals sommigen vooraf vreesden.

Onduidelijk is nog hoe het zit met andere aandoeningen. Tijdens corona werden zo’n 305 duizend niet-spoedeisende ingrepen minder verricht en waren er veel minder controles en bezoekjes aan de huisarts. Dat kan zich al snel vertalen in schade. Veelzeggend is dat er ná het jaar van de uitgestelde heup-, knie- en staaroperaties meer ouderen omkwamen na een val.

Toch is de gevreesde golf kankers (vanwege uitgestelde diagnoses en afgezegde controles) vooralsnog achterwege gebleven, volgens cijfers van het Integraal Kankercentrum Nederland. Net als de epidemie aan hart- en vaatziekten die sommigen verwachtten, blijkt weer uit andere registraties.

Maar dat is misschien niet het hele verhaal, zegt epidemioloog Frits Rosendaal (LUMC). ‘Ik sluit niet uit dat we de langetermijngevolgen van corona en de uitgestelde zorg nog gaan zien. Als gewone burger merk je het niet. Maar misschien wel als we goed naar de cijfers gaan kijken’, zegt hij.

Datzelfde geldt voor kanker. Best denkbaar dat er wel degelijk extra kanker is, maar dat het simpelweg nog verstopt zit in de zee aan zorgcijfers.

9. De verdeeldheid: hoe corona onvrede mobiliseerde

Het gebeurde op 17 maart om 8 uur ’s avonds precies, en wie erbij was, kreeg soms kippenvel van ontroering. Tienduizenden Nederlanders deden het raam open, stapten hun tuin in of balkon op en applaudisseerden voor de ‘helden van de zorg’.

Na corona zou alles anders en beter zijn, brengt onderzoeker Josje den Ridder van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in herinnering. Of nou ja, dat was de gedachte. ‘Er heerste een geest van: we zien nu hoe belangrijk het is om tot rust te komen, tijd te hebben voor onszelf en voor elkaar. De coronacrisis als kans om allerlei zaken te veranderen.’

Maar dat was voordat men van de eerste schrik was bekomen en het chagrijn in de samenleving sloop. Er ontstond irritatie. Over de maatregelen zelf, het afstand houden, het niet kunnen werken en niet mogen knuffelen. Ergernis over de persoptredens van de kabinetsleden, de wetenschappers van het OMT en over de vaccins, sterk gepromoot als ‘weg naar de uitgang’.

Intussen is die onvrede wel zo’n beetje weggeëbt, constateert het SCP. Bij een nog ongepubliceerde vragenronde van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven, naar meningen die leven bij Nederlanders, gebruikten van de 2.250 deelnemers er maar dertien het open invulveld om op een of andere manier over corona te beginnen, aldus Den Ridder.

Wat er op sociale media ook rondgaat aan wilde verhalen, ‘in grote lijnen lijken de coronacrisis en het overheidsingrijpen daarin geen groot en duurzaam effect te hebben gehad op de publieke opinie’, constateert Den Ridder. ‘De corona-onvrede ligt niet meer op de tong en veel van de problemen en zorgen die we nu zien, waren er vóór corona ook al. Al betekent dat niet dat corona helemaal weg is uit het collectieve gedachtegoed.’

Die publiekszorgen: immigratie, de overheid, wonen en inkomen, blijkt uit de laatste cijfers. Ongeveer de helft van de Nederlanders geeft een 6 of meer voor z’n vertrouwen in de overheid. Niet denderend, maar meer dan op het eind van de coronacrisis. Bovendien schommelt het vertrouwen altíjd ergens rond de 50 à 60 procent, blijkt uit de cijfers.

Wat wel is veranderd, denken experts, is dat corona mensen heeft samengebracht die zich om een of andere reden weggezet, niet gehoord of niet begrepen voelen. Zo is er tijdens corona een ‘ecosysteem’ ontstaan van websites, YouTubekanalen, verenigingen en bladen, die allang niet meer alleen over corona gaan, maar ook over bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne, de digitale munt, stikstof en het klimaatbeleid.

‘Er is een groep mensen die zichtbaarder zijn geworden in hun wantrouwen ten opzichte van de overheid, big pharma, noem maar op’, zegt CBS-socioloog Traag. ‘Maar voor corona waren die er ook al.’ Zo werd corona toch nog de grote samenbinder. Niet van alle Nederlanders – maar van mensen van allerlei pluimage die zich om diverse redenen niet gehoord voelen.

Met dank aan: Marc Bonten, Patricia Bruijning (UMC Utrecht), Marijn de Bruin (Radboud UMC), Armand Girbes (Amsterdam UMC), Marieke Hiemstra, Susan van den Hof (RIVM), Ralf Maslowski (SCP), Bas van den Putte (UvA), Bianca Snijders (RIVM).

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next