Home

Vrijmibo in Varik doet oude kroegcultuur aan de Waal herleven

Niet alleen winkels trekken weg uit de kleine plaatsen, ook de laatste horeca sluit er de deuren. In Varik proberen inwoners met een vrijdagmiddagborrel het tij te keren. Maar waar is de ‘échte Variker’?

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Het geroezemoes in Bar d’Oude School in Varik brengt kunstenaar Willem den Ouden terug naar zijn Amsterdamse tijd. Toen hij in de jaren vijftig op het Leidseplein nog vriendelijk werd verzocht Café Reynders te verlaten, en wel omdat ze nu toch echt gingen sluiten.

Zeker, het zijn andere tijden nu hij al bijna zestig jaar in het Gelderse Varik woont. Straks zal de 96-jarige wolken- en portretschilder zijn buren, mantelzorgers Maria van Tintelen (65) en haar man Rob (70), vriendelijk verzoeken hem in zijn rolstoel naar zijn huisje langs de dijk te rijden. Wat niet veranderde in de tussenliggende jaren, merkt Den Ouden ondanks gehoorproblemen op: het geluid van een gezellig café.

Het kroegleven in Varik, met amper duizend inwoners, waar Den Ouden deze vrijdag met een muts op zijn hoofd, een eau de vie in zijn ene en een glas bier in zijn andere hand vol ‘heimwee’ van geniet, is pas onlangs ontstaan. Op initiatief van de inwoners is een paar maanden geleden een heuse vrijdagmiddagborrel in het leven geroepen. De Volkskrant mag aanschuiven, maar een vraag dringt zich al snel op: waar is de ‘échte Variker’?

Ilse Panis (60) kwam drie jaar geleden, na omzwervingen van Amsterdam tot Leersum, in Varik wonen. Voor de rust en de vergezichten over Waal en uiterwaarden. Los van het natuurschoon moest ze concluderen: ‘Er is verder niks in Varik. Behalve gezellige mensen dan.’ Die moesten samengebracht worden, bleek zij niet als enige te vinden.

Eau de vie-stokerij

Als interieurarchitect zag Panis direct de potentie van het schoolgebouw uit omstreeks 1850 aan de voet van de dijk. De ruimte met klinkervloer, hoge rondboogramen en dikke eiken balken werd tot dan toe hoofdzakelijk gebruikt voor proeverijen van de naastgelegen Stokerij Lubberhuizen. Panis kwam er al iedere vrijdagmiddag voor het ophalen van haar wekelijkse boodschappentas met producten uit Varik en omstreken.

Sommigen bleven bij het halen van de streekproducten weleens hangen voor een slokje lokaal gestookte eau de vie of likeur. Maar in het dorp bleken behalve Panis veel anderen ook te snakken naar een echte vrijdagse weekafsluiter, getuige de enorme vrijwilligersschare en gemeenschapszin die op gang kwam.

Eigenaar Bas Lubberhuizen wilde de ruimte wel openstellen, waarna Panis een lijstje maakte met wat er moest gebeuren om Bar d’Oude School tot een gezellige plek te maken. Een probleem was wel: onderaan dat lijstje stond een bedrag van 17 duizend euro. ‘Als dat het enige probleem is’, zei dorpsgenoot Jeroen IJzerman (64) toen, ‘dan is er geen probleem.’ En legde het geld neer.

Panis maakte een plan voor de inrichting en het binnenschilderwerk – ‘bamboozle-rood met aqua vert-groen’. Haar houtbewerkende man maakte de stamtafel en er werd bij het Zeeuwse Tinus Toog een oude Belgische tapkast op de kop getikt. Iedereen die zin had kluste mee. Inmiddels staan de vrijwilligers per toerbeurt achter de bar.

Hoog tegen de dijk herinneren huizen aan vervlogen tijden. Sommige ervan waren florerende cafés. Voor arbeiders uit de steenfabriek, en de bemanning van schepen die langs de Waal toen nog bij Varik konden aanleggen.

‘1.000 Cafés’ in Frankrijk

De ‘vrijmibo’ in Varik doet denken aan het Franse 1.000 Cafés, een initiatief met overheidssteun om kleine dorpen op te fleuren met de terugkeer van een kroeg. Als antwoord op de vraag: waar ontmoeten inwoners elkaar anders nog?

Steeds minder in cafés, in elk geval. Ipsos I&O becijferde eind vorig jaar dat het aantal kleine woonplaatsen met nog een laatste café afneemt. In ruim 40 procent van de Nederlandse woonplaatsen is helemaal geen café meer. Twee decennia geleden lag dat percentage nog op 30.

Het belang van die ene kroeg kan niet worden onderschat, zegt Gijs Klunder (59), die vorig jaar de hoofdstad voor Varik verruilde. ‘Behalve degene met wie ik had afgesproken, sprak ik in Amsterdam nooit iemand anders in de kroeg’, zegt hij. ‘Heel wonderlijk. Hier spreek ik iedere week iemand die ik niet ken.’

De meeste van de dertig aanwezigen, vrijwel allemaal import, moeten deze vrijdag wel bekennen dat de drempel voor de echte, geboren Variker nog te hoog is. ‘Als ik mijn haardhout bij een local haal, op de tennisvereniging: overal probeer ik ze te verleiden’, zegt IJzerman, vandaag barman van dienst, ‘maar vooralsnog is het: wat de boer niet kent...’

Verhouding local-import

Madé Merkus (23) woont al praktisch haar hele leven in Varik, al rekent ze zichzelf niet tot de locals. Ze is met haar grootouders, ouders, zus plus vriend, haar eigen vriendje uit Utrecht en hond James gekomen. Als kind had ze een fijne jeugd in Varik, altijd buiten, spelend in de uiterwaarden. Maar als thuiswonende jongvolwassene kan ze inmiddels wel wat meer vertier in haar woonplaats gebruiken.

‘Fantastisch, nou gebeurt hier tenminste een keer wat’, zegt ze over de vrijdagmiddagborrel. En terwijl ze naar haar twee jaar oudere zus kijkt: ‘Veel Varikers gaan naar het dorpshuis, maar dat is niet helemaal ons dingetje.’

Locals vinden de vrijmibo te chic, denkt mede-initiator Panis. ‘Maar dat is het echt niet, het is gewoon gezellig.’ Niet dat er helemaal geen locals zijn. Geboren Varikers Johan Goedhart (73) en Maria, de mantelzorger van Den Ouden, zitten in dialect te praten. ‘Ik zeg tegen alle Varikers: kom erbij, laat je stem horen’, zegt Goedhart. ‘Jammer genoeg blijven velen steken in het wij-tegen-zij-sentiment.’

Hij schat dat 60 procent van het dorp inmiddels ‘import’ is. Maria heeft goede hoop dat de verhouding local-import bij de borrel snel rechttrekt. ‘In de zomer hebben we een geweldige plek hier buiten voor de deur’, zegt ze. ‘Dan gaan we mensen er gewoon bij trekken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next