Als gelovige jongere worstelde Johan Verweij jarenlang met zijn homoseksualiteit, die in zijn omgeving werd gezien als ‘een gruwel in Gods oog’. Hoe zou het zijn geweest, vraagt hij zich nu af, als de familiale kring, kerk en school anders met hem waren omgegaan?
De Tweede Kamer kan geen meerderheid vinden voor een expliciet verbod op zogeheten ‘conversietherapie’, die pretendeert lhbti’ers te kunnen ‘genezen’. ‘Hoe erg is dat?’, vroeg de Volkskrant zich gisteren af in een kop.
Ik was zeventien toen ik, bang om te worden verstoten door mijn streng religieuze gemeenschap, mijn homoseksualiteit verborgen hield. Het was als een blok aan mijn been. Het was 2002, maar zou er ooit ruimte zijn voor wie ik was in de omgeving waarin ik opgroeide? Nee. Want homoseksualiteit was ‘een gruwel in Gods oog’.
Ik vroeg God dagelijks om me te veranderen en me van mijn homoseksualiteit te ‘genezen’. Het was mijn enige houvast. Maar hoe sterk ik ook geloofde, het werkte niet. Ik bleef vlinders in mijn buik voelen door die knappe jongen uit mijn klas.
Over de auteur
Johan Verweij is copywriter en schreef Het roze schaap, een boek over zijn coming-out.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik greep daarom alles aan wat voor handen lag, en nam deel aan een gebedssessie met mensen die ‘de homoseksuele demon’ in mij geboden om uit mijn leven te vertrekken en die God vroegen om heteroseksuele gevoelens aan te wakkeren.
Zes jaar lang bleef ik geloven dat dit ‘wonder’ zou komen. Ik liet me zelfs dopen, om er écht voor te gaan. Tot ik niet meer kon, moegestreden. Mijn wanhoop was zo groot dat ik, depressief en suïcidaal, het water van de Noord als oplossing voor mijn continue worsteling overwoog.
Het is een periode waar ik liever niet aan terugdenk. Het gevecht tussen mijn gelovige ik en de jongen die zó graag zichzelf wou zijn. Een broekie, naarstig op zoek naar bevestiging, naar iemand die hem zou vertellen dat hij ertoe deed. Goddank vond er een keerpunt plaats en sta ik nu anders in het leven. Ik ben gelukkiger dan ooit. Maar dat ik er ben, dat ik er nog steeds ben, is het echte wonder.
De jongen die ik toen was, draag ik nog elke dag bij me. Hoe zou het zijn geweest als het allemaal anders was gelopen? Als mijn familiale kring, mijn kerk en mijn school anders met me waren omgegaan? Hoeveel zou het schelen voor de mensen die nu nog conversietherapie ondergaan, als er anders met hen zou worden omgegaan?
Ik ben zes jaar van mijn leven kwijt, waar extreemreligieuze groeperingen en opvattingen debet aan zijn. Die zes jaren kan ik spijtig genoeg nooit meer overdoen. Dus hoeveel langer nog tot we het tij keren en er er een verbod komt op dit soort praktijken?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant