Minister-president Dick Schoof is in Dokkum, na een week die hem eerder al in München en Parijs bracht. Het raam achter hem kijkt uit over besneeuwde Friese weilanden richting de kerktoren van het terpdorp Raard.
Weg uit de Randstad, aldus zijn woordvoerder. ‘In de regio, niet in Den Haag’, zegt Schoof. ‘Zien, voelen, horen wat er speelt.’ Afgezet tegen besprekingen met Europese regeringsleiders over Oekraïne lijkt het eenvoudig, een middagje naar Dokkum.
Schoof bezoekt het plaatselijke ‘sociaal ontwikkelbedrijf’, Dokwurk – vroeger zou je het een sociale werkvoorziening noemen. Dokwurk is een door-en-door sympathiek instituut voor mensen die lang ‘werkzoekend’ zijn geweest, zoals Tineke. Nu bestickert ze kruidenpotjes, haar man overleed aan longkanker, ze ‘sprong een gat in de lucht met een vast contract’.
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
Wie het aankan, werkt met machines. Anderen doen inpakwerk in hun eigen tempo. ‘Inburgering’ van statushouders, ‘activering’: het gebeurt hier allemaal. Voor cliënten met ‘uitdagingen op meerdere leefgebieden’ staat de ‘veranderwens’ centraal. Iedereen een gewone baan geldt als ‘mooi’ maar onhaalbaar. Dagbesteding kan ook een doel zijn.
Zo’n werkbezoek, dat heb je als premier te ondergaan. Met een hygiënisch papieren jasje aan, een wegwerpmuts op het hoofd, de camera van persbureau ANP in zijn gezicht, pakt Schoof hondenbrokken in een doos. ‘Veel succes’, roept hij bij het afscheid tegen de inpakmedewerkers. ‘Hou het vol hè’, zegt hij ook. Schoof is aardig, vaak stelt hij zich voor als ‘Dick’.
Dit is sociale topsport. Schoof is geen man van de smalltalk, maar hij houdt vol. ‘Wat heb je hiervoor gedaan?’, vraagt hij aan dames die folders maken. ‘De Nederlandse folders.’ Schoof: ‘En wat heb je dáárvoor gedaan?’ Met fietsenmaker Oebele – Schoof weet trouwens niet dat hij Oebele heet, want dat vraagt hij niet – ontspint zich een gesprek over fietsen, bij Dokwurk is geen voorraad. ‘Vertel eens, waar zijn de fietsen?’ Oebele: ‘Die zijn op.’
Aanwezig is Gerrit Hellema, van koekbakkerij Hellema, een familiebedrijf sinds 1861. De koek wordt verpakt bij Dokwurk. Je kunt nu denken: hallo, een familiebakkerij die wereldwijd Friese koekjes verkoopt, hoe werkt dat allemaal? Maar Schoof is niet van de wilde nieuwsgierigheid. Hij blijft zichzelf. Zegt de heer Hellema dat hij het werken met Dokwurk ‘superfijn’ vindt, want ze zijn ‘heel flexibel’, dan beaamt Schoof dit. ‘Ja, heel flexibel.’
Een journalist van de Leeuwarder Courant vraagt hem naar de wereldpolitiek, want zo gaat dat logischerwijs: een regionaal dagblad ziet graag een vers citaat over pakweg Oekraïne van onze eigen premier bij alle Friese lezers thuis op de mat. Schoof vindt de vraag ‘jammer’. Het leidt maar af, hij is naar Dokkum gekomen voor het sociaal ontwikkelbedrijf.
Tineke klampt hem aan over haar salaris. Sinds januari verdient ze 32 euro minder. ‘Iets overhouden lukt niet meer.’ Deze klacht klinkt overal in Dokwurk. Het heeft te maken met een belastingmaatregel, maar ook met het uitblijven van een nieuwe CAO. ‘Andere mensen gaan omhoog, wij alleen omlaag’, vertelt inpakmedewerker Elisabeth die ‘de auto moet laten staan’ .
Schoof trekt het zich aan. Natuurlijk: het Rijk gaat niet over de CAO, maar met zo’n loze boodschap wil hij ze in Dokkum niet achterlaten. Hij belooft om de CAO-kwestie van de sociale ontwikkelbedrijven onder de aandacht te brengen van ‘de collega-staatssecretaris’.
Door opeenvolgende Haagse kabinetten zijn sociale werkvoorzieningen uitgekleed en kapotbezuinigd. Bij Dokwurk willen ze het tij keren en nieuwe mensen aannemen, zodat kwetsbare inwoners niet onnodig thuis zitten. En wat blijkt: de premier wil dit ook. Het sociale ontwikkelbedrijf dat niet langer krimpt, maar groeit, Schoof vindt het ‘een mooie ambitie, ik onderschrijf het volledig’. Hij is ‘diep onder de indruk’ van de aanpak hier in Dokkum.
Melle, een lopendebandwerker die kan luisteren, krijgt Schoof op zijn praatstoel. Tussen de kartonnen dozen van tacomerk Old el Paso begint hij over zijn premierschap. Over twee weken wordt hij 68, vertelt hij Melle, dus voor zijn loopbaan maakt het niet meer uit. ‘Ik hoef dit niet te doen, zullen we maar zeggen.’
a.vanes@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant