Na jaren van diepe economische ellende maakt Spanje ineens een jaloersmakende groei door. Aan de zuidkust bloeit Málaga op als heuse techhub, dankzij Google én bedrijven uit Nederland. ‘Heel veel potentiële werknemers willen hier wel wonen.’
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Het is twee uur ’s middags: lunchtijd in Málaga. Maar waar hangen de collega’s van Sander Mullink (47) eigenlijk uit? In de stille kantine van het gedeelde kantoorpand van Supply Chain Company, een van origine Nederlands techbedrijf, treft hij zijn jonge team niet aan.
Meteen vermoedt Mullink, die vaker met dit bijltje heeft gehakt, waar dan wel. ‘Op het dakterras.’ En ja hoor: daar zitten vijf van zijn mensen aan een eettafel, hun systeemplafond voor even ingeruild voor een blauwe hemel en de stralende zon. Hoewel het hartje winter is, is het nog altijd 19 graden in de schaduw. Geen dikke jas nodig, sterker het kantoor beschikt niet eens over een kapstok.
Voor Supply Chain Company, en de vele andere bedrijven die zich de afgelopen jaren in deze snel groeiende techhub aan de Costa del Sol vestigden, was het zalige weer een niet te onderschatten factor. Mullink: ‘Als je zegt dat je in Málaga zit, worden mensen excited. Veel potentiële werknemers willen hier wel wonen.’
Een economie die meer dan goed draait, met een hippe sector als tech in de hoofdrol: wie gewend is aan Spanje als zorgenkindje van de Europese Unie, zal even met de ogen knipperen.
Sukkelend en kwetsbaar was de vierde economie van de EU, zeker sinds de economische crisis die het land in 2008 als weinig andere trof. De bedenkelijke reputatie werd alleen maar versterkt tijdens de coronajaren, waarin Spanje opnieuw in Brussel met de pet in de hand vroeg om financiële steun.
Hoe anders staat het land er nu voor. ‘Spaanse groei neemt hoge vlucht terwijl eurozone struikelt’, zo kopte de Financial Times eind vorig jaar. In 2024 groeide de economie van Spanje met 3,2 procent. Dat is veel harder dan het gemiddelde van 0,7 procent in de hele eurozone.
Ineens kijken landen uit het ‘hardwerkende noorden’ als Nederland (0,9 procent groei) en Duitsland (0,2 procent krimp) jaloers naar de Spaanse groeicijfers. Het Britse tijdschrift The Economist bestempelde het land tot ‘de best presterende welvarende economie’ van de wereld, nog voor de Verenigde Staten.
Premier Pedro Sánchez kan er geen genoeg van krijgen. ‘Het Spaanse model werkt’, sprak de sociaaldemocraat in januari op een dag voor buitenlandse investeerders in Madrid. ‘Het is voor andere landen een model om te volgen en te imiteren.’
Vooral de dienstensector, belangrijk voor een land dat geen industriële grootmacht is, bloeit als nooit tevoren. Een van de pareltjes is de deelsector ICT en tech. Sinds 2019 is de nationale ICT-sector bijna met een kwart gegroeid, berekende de Spaanse Caixabank.
Veel van de diensten die deze bedrijven leveren, zijn voor het buitenland. ‘Wat we zien, is een economie die steeds opener is’, zegt hoofdeconoom Miguel Cardoso van BBVA, een andere grote bank.
Nergens is dit beter te zien dan in Málaga. Deze Zuid-Spaanse stad, voorheen vooral bekend als stedentripbestemming en de wieg van Picasso, maakte de afgelopen jaren naam als techhub. In 2021 kondigde Google aan zijn Europese hoofdkantoor voor cybersecurity in Málaga te openen. In de toeristische haven prijkt vier jaar later een grote G op de poort van een glanzend wit gebouw dat voorheen dienstdeed als zetel van het leger.
In Googles kielzog streken ook Vodafone, Capgemini en andere multinationals neer in Málaga. Daar openden ze in hun woorden innovation hubs, cyber defense centers en andere kantoren met ronkende namen voor vele honderden werknemers. Ook kleinere Nederlandse bedrijven waagden de stap: zo vestigde Pinch, de ontwikkelaar van apps van media als NRC en De Telegraaf, zich in 2022 in de stad.
‘Mensen werken graag op de plek waar ‘het’ gebeurt’, verklaart Sander Mullink die plotse populariteit. Supply Chain Company (SCC), waarvoor hij als manager werkt, vestigde zich begin 2024 in Málaga. Het bedrijf helpt voedingsconcerns zoals supermarktketens om met de inzet van software te voorspellen hoeveel ze van welke producten moeten inkopen. Kort door de bocht: als het volgende week stralend weer wordt, regelen Mullink en zijn collega’s dat er barbecuevlees in de schappen ligt.
Het bedrijf vond onderdak op het TechPark, een bedrijventerrein op twintig minuten rijden van het oude centrum. Het park werd al in 1993 geopend, maar pas de laatste jaren is het er echt feest. Inmiddels werken er 25 duizend werknemers bij bijna 700 bedrijven.
SCC zocht al langer naar een geschikte locatie voor een vestiging in Zuid-Europa, vertelt Mullink. De keuze viel op Málaga vanwege de levendige tech-industrie, maar ook door de goede universiteit in de stad – in Spanje studeren meer ICT’ers af dan gemiddeld in de EU. De prima verbindingen per spoor en vliegtuig met de rest van het land en de wereld waren eveneens een pre.
En dan was er natuurlijk nog het mooie weer en het fijne leven. Zoals werknemers steeds vaker ‘thuiswerken’ op een locatie naar keuze, hebben met de coronacrisis ook bedrijven ontdekt dat ze eigenlijk overal een vestiging kunnen openen. ‘En dus kunnen ze kiezen voor die plekken waar de kwaliteit van leven voor hun personeel het hoogst is’, zegt hoofdeconoom Cardoso van BBVA Bank.
Voor SCC, een onderneming van 55 werknemers in meerdere Europese landen, is het ‘veel makkelijker’ om in Málaga programmeurs aan te trekken, zegt Mullink. ‘In Nederland moet je echt met een headhunter op zoek. Daar ben je zo twee maandsalarissen aan kwijt.’ In Spanje bieden goede kandidaten zich soms zelf aan via de website. Na een jaar zit SCC Málaga al op twaalf werknemers. Uit Spanje en Nederland, maar ook uit Argentinië en Ethiopië. ‘Málaga is ons snelst groeiende kantoor.’
Een ander voordeel: vergeleken met Nederland, waar de lonen een stuk hoger liggen en zelfs de jongste bediende een auto van de zaak wil rijden, kost een programmeur in Spanje misschien wel de helft minder. En: niemand vraagt erom om parttime te werken. ‘Ik moest uitleggen wat dat betekent.’
Het succes van de Spaanse economie is het resultaat van een gelukkige samenkomst van diverse factoren. Bij sommige daarvan had de huidige linkse regering een vinger in de pap; andere zijn structureler of het gevolg van wereldwijde ontwikkelingen.
Zo heeft Spanje een grote voorraad aan, wat economen noemen, menselijk kapitaal. De werkloosheid is sinds 2008 niet zo laag geweest, al bedraagt die nog altijd bijna 11 procent. Wie wel een baan heeft, moet fulltime werken om rond te komen.
De linkse regering van Sánchez verwelkomt bovendien arbeidsmigranten met open armen. Velen komen over uit Latijns-Amerika en spreken Spaans. Dat maakt integreren eenvoudiger.
Sinds 2022 is het aantal inwoners dankzij deze arbeidsmigratie met zo’n 1,5 miljoen mensen gegroeid. Door de komst van zo veel nieuwe potentiële werknemers zijn de salarissen minder snel gestegen dan in andere EU-landen, wat Spanje op de wereldmarkt competitiever maakt.
Veel migranten werken in het toerisme, dat de hoofdmotor blijft van de Spaanse economie. Nooit eerder liep die motor zo soepel als nu. Sinds 2019, het laatste pre-coronajaar, zijn buitenlandse toeristen volgens hoofdeconoom Cardoso zo’n 40 procent meer gaan uitgeven. ‘Een buitensporige groei, waarvan niemand dacht dat we die in zo’n kort tijdsbestek zouden beleven.’
De regering-Sánchez ververste intussen de olie met een reeks broodnodige hervormingen van de arbeidsmarkt. Werknemers krijgen vaker een vast contract, wat hen meer zekerheid geeft. Daar staat tegenover dat bedrijven ruimere mogelijkheden hebben gekregen om bij economische tegenwind hun personeel tijdelijk minder te laten werken, om zo loonkosten te besparen. De werknemers krijgen in die gevallen een uitkering van de staat. In de oude situatie bestond deze nooduitgang niet, waardoor meer bedrijven failliet gingen en ‘er veel werkgelegenheid werd vernietigd’, aldus Cardoso.
De hoop is dat beide hervormingen de arbeidsproductiviteit stimuleert. Vooralsnog blijft die namelijk achter bij de groei van de economie als geheel. Anders gezegd: dat er steeds meer werk is in Spanje, betekent niet meteen dat de gemiddelde Spanjaard ook veel efficiënter is gaan werken. ‘Maar als werknemers langer bij hetzelfde bedrijf blijven, zullen zij meer ervaring opdoen en zal het bedrijf meer in hen investeren’, stelt Cardoso.
Maar er zijn beren op de weg die de huidige hosannastemming de komende jaren kunnen doen laten wankelen. Zo zit het toerisme op veel plekken letterlijk aan zijn taks, terwijl de bouw van nieuwe hotels en restaurants op toenemend verzet stuit. Bewoners van Gran Canaria, Mallorca en Barcelona protesteren tegen de ‘pretparkisering’ van hun oude vertrouwde straatjes. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de groei van het toerisme zich op de huidige manier doorzet.
Een nog groter risico vormt het schreeuwende tekort aan betaalbare woningen, met name in de steden. Wie in het centrum van Málaga de prijzen bekijkt van de appartementen die door makelaars worden aangeboden, schrikt.
Voor buitenlands talent kan dat een reden zijn om niet voor Spanje te kiezen. ‘Als je een kwartier vanuit het TechPark de bergen in rijdt, zijn de huizen een stuk betaalbaarder. Maar young professionals die in de stad willen wonen, ja, dat is een probleem’, zegt Mullink.
Het huizentekort wordt verergerd door het massatoerisme. Met lede ogen zien jongeren hoe investeerders de schaarse betaalbare appartementen uit de markt plukken en omvormen tot airbnb’s.
Niet onvoorstelbaar is dat, net als in Nederland, ook de (arbeids)migratie in een steeds kwader daglicht komt te staan door de wooncrisis. Al die nieuwkomers moeten ergens wonen en drijven zo de prijzen op.
Voor het huidige jaar zijn de voorspellingen echter nog rooskleurig. De verwachte economische groei ligt rond de 2,3 procent. Dat is lager dan vorig jaar, maar nog altijd duidelijk hoger dan bijvoorbeeld de voor Nederland voorspelde 1,5 procent.
De achterblijvende groei in de rest van Europa – bovenal in Duitsland, waar de economie in 2024 voor het tweede jaar op rij kromp – begint in de grote gedeelde markt die de EU is nu ook Spanje te belemmeren. Ineens maakt Madrid zich zorgen om Berlijn: een ironische omkering van de situatie ten tijde van de eurocrisis.
Onvoorspelbaar is vooralsnog het effect van de overstromingen van vorig jaar in en rond de regio Valencia, waarbij 232 doden vielen. De schade bedraagt tientallen miljarden euro’s. Maar met de wederopbouw van het gebied zal ook werkgelegenheid ontstaan.
Een nog groter vraagteken is de koers van het Witte Huis. Meer dan premier Sánchez beslist de Amerikaanse president Donald Trump over het lot van de Spaanse economie. Zijn handelstarieven kunnen het Iberische zelfvertrouwen een flinke knauw geven.
Wat dit jaar ook brengt: Mullink van Supply Chain Company laat het op zich afkomen. In eerste instantie zou hij slechts tot eind 2024 blijven om de lancering van hun kantoor te overzien. Nu zit hij in ieder geval tot ver in september in Málaga, en heeft hij best oren naar een langer verblijf. ‘Na al het grijze weer in Nederland kan ik slechtere plekken verzinnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant