Home

Gealarmeerd door Trumps plan voor Gaza probeert Arabische wereld een alternatief te bedenken

Als de Arabische wereld het ‘idiote’ plan van Trump voor Gaza niet wil, dan moet ze zelf maar iets anders bedenken. Vrijdag bespreken Arabische leiders deze vrijwel onmogelijke opdracht.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël, het Midden-Oosten en België.

Na de plannen die Trump ­onlangs zei te hebben voor Gaza, verkeert de Arabische ­wereld nog steeds in opperste verbazing. In die plannen worden de Palestijnen verdreven naar omringende landen. Maar als Arabische leiders dat niet willen, zullen ze zelf met een alternatief moeten komen. De Amerikaanse president heeft al duidelijk gemaakt dat heel hard ‘nee’ roepen in elk geval niet genoeg is.

En dus wordt er driftig overleg gevoerd in de hoop snel iets op tafel te kunnen leggen. Vrijdag komen Egypte, Jordanië, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten bijeen in de Saoedische hoofdstad Riyad om de eerste grove lijnen te schetsen. Op 4 maart volgt een tweede top in Caïro.

Als het ‘idiote plan van Trump één lichtpuntje heeft’, zei Khaled Elgindy van het Center for Contemporary Arab Studies van de Georgetown-universiteit in Washington deze week tegen CNN, ‘dan is het wel dat Arabische staten een duwtje in de rug hebben gekregen om eindelijk een eigen plan voor Gaza te ontwikkelen’. Iets dat zij volgens hem ‘veel eerder’ hadden moeten doen.

Die opdracht is echter welhaast onmogelijk. Verzin maar iets waar alle betrokken partijen – de Arabische landen, de VS, Israël, en, oh ja, de Palestijnen – op zijn minst over na willen denken.

Alternatief plan

De afgelopen dagen zijn er een paar snippers uitgelekt van het voorstel dat vrijdag op tafel komt. In de Gazastrook zouden een aantal ‘veilige gebieden’ moeten worden aangewezen. Daar kan de bevolking dan wonen, terwijl Egyptische en internationale bedrijven het puin ruimen. Daarna zal de infrastructuur van de nutsvoorzieningen hersteld moeten worden, waarna in de laatste fase de bouw van woningen, scholen en zorginstellingen aan de orde moet komen.

Een van de grootste uitdagingen voor het plan is de financiering ervan. De Verenigde Naties schatten afgelopen dinsdag in dat de wederopbouw 50,5 miljard euro zal kosten, waarvan in de eerste drie jaar al 19 miljard nodig is. Geld dat niemand zal doneren of investeren zolang het risico bestaat dat er weer oorlog uitbreekt in de regio – en alles dat is opgebouwd weer tot puin wordt gereduceerd, zoals in het verleden al eerder is gebeurd, zij het op kleinere schaal.

Volgens het Egyptische plan zou het gebied in eerste instantie bestuurd moeten worden door een technocratische Palestijnse interim-regering die niet is verbonden aan Hamas, en ook niet aan de Palestijnse Autoriteit (PA). Dat laatste orgaan bestuurt nu de bezette Westelijke Jordaanoever, maar Israël heeft al herhaaldelijk aangegeven niet te willen dat de PA de macht in Gaza krijgt. Een politiemacht zou volgens dit plan wel gelieerd zijn aan de PA, maar zal worden aangevuld met mensen uit Egypte en andere Arabische landen.

Greep van Hamas

Een van de vele beren op de weg is de vraag wat er met Hamas moet gebeuren. De organisatie kan Gaza na de oorlog onmogelijk blijven besturen, daarover is iedereen het over, maar ‘volledig verslagen’ is Hamas zeker niet. De organisatie heeft de touwtjes in het gebied nog steeds stevig in handen, en bij elke overdracht van Israëlische gijzelaars paraderen de strijders in vol ornaat over straat.

Hoewel Hamas heeft laten weten bereid te zijn de bestuurlijke controle op te geven – ‘Wij klampen ons niet vast aan de macht’, zei woordvoerder Hazem Qasim zondagavond op tv-zender Al Arabiya – weigert de organisatie zich te ontwapenen en is het nog maar de vraag of zij de komst van manschappen uit andere Arabische landen zou accepteren. ‘Iedereen die de plaats van Israël probeert in te nemen, wordt behandeld zoals we Israël behandelen’, zei Osama Hamdan, een hoge Hamas-functionaris, vorig weekeinde in Qatar.

Hier heeft het Egyptische voorstel geen antwoord op. En dan is er nog het probleem dat Israël überhaupt niets wil weten van een toekomstige onafhankelijke Palestijnse staat, onder wiens bestuur deze ook komt te staan. Dat terwijl uitzicht op Palestijnse soevereiniteit voor de Arabische landen juist een voorwaarde is voor medewerking van welke aard dan ook.

Bovendien geldt dat reconstructieplannen onmogelijk kunnen worden uitgevoerd zolang de oorlog niet tot een einde is gekomen: dat is tenslotte pas fase drie van het bestand. De eerste fase daarvan loopt begin maart af, maar de onderhandelingen over de volgende stap – nog meer gijzelaars in ruil voor nog meer gevangenen en de volledige terugtrekking van het Israëlische leger uit Gaza – zijn nog niet eens van de grond gekomen. Israël blijft dat proces vertragen.

Rechtse Israëlische partijen willen eigenlijk dat de oorlog weer wordt hervat: elk akkoord met Hamas zien zij als een capitulatie voor de eisen van terroristen. Hamas eist op haar beurt juist harde garanties dat de oorlog definitief voorbij is nadat zij de laatste gijzelaars heeft vrijgelaten – die zijn tenslotte haar grootste troefkaart in de onderhandelingen.

Er is geen plan denkbaar dat het hoofd kan bieden aan al deze problemen. Waar de Arabische landen uiteindelijk ook mee komen, de kluwen van belangen, haat en ontreddering waar de regio al decennialang in verstrikt zit, laat zich niet gemakkelijk ontwarren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next