PVV-minister Reinette Klever kondigde donderdag enorme verschuivingen aan in het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Ze oogstte daarmee uiteenlopende reacties: van ‘heel verdrietig’ tot ‘verstandig en realistisch’.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
‘Minister Klever zegt dat ze zich wil richten op veiligheid en stabiliteit in de wereld, maar dit beleid is daarmee deels in tegenspraak. Zo wil ze helemaal niets meer doen aan vrouwenrechten en gender. Je mist dan een enorme kans.
‘Een voorbeeld: wij hebben in Ethiopië een project gedaan met vrouwelijke ondernemers. Met een kleine lening zag je hoe de een haar bakkerijtje uitbreidde, en de ander met vijf kippen begon en er op het einde vijfhonderd had. Vrouwen investeren het geld dat ze verdienen vaak in de eigen gemeenschap: ze sturen hun kinderen naar school, zorgen voor de zwakkeren. Op de lange duur is dat wat je nodig hebt om de stabiliteit en veiligheid te vergroten.
‘Het is ook niet handig het budget voor klimaathulp te halveren. Neem een van onze projecten in Somalië. Daar leren we mensen hun grond zo te gebruiken dat die beter bestand is tegen droogte, en om droogtebestendige gewassen te telen. Ik vind dat Nederland daar een verantwoordelijkheid heeft: een land als Somalië heeft zelf niet bijgedragen aan klimaatverandering, Nederland wel. En zulke projecten maken het leven daar ook zekerder.’
‘Dit kabinet wil de ontwikkelingssamenwerking omvormen. Volgens mij is dat heel erg nodig en realistisch.
‘De externe omstandigheden zijn gewijzigd. In West-Afrika en de Sahel zijn ook China, in mindere mate Rusland, mogelijk straks de VS, Turkije, de Emiraten en Marokko actief. Allemaal proberen ze voet aan de grond te krijgen. Als Nederland dan op dezelfde manier aan ontwikkelingssamenwerking blijft doen, steken die andere landen ons voorbij.
‘Nederland moet strategischer te werk gaan. We hebben in West-Afrika veel belangen. En het ontwikkelingsgeld is een van de weinige instrumenten die we daarvoor kunnen inzetten.’
‘We hadden wel een bezuiniging verwacht, maar niet zo groot als deze. Van de 40 miljoen die Unicef jaarlijks kreeg van de Nederlandse overheid, blijft straks nog maar 10 miljoen over. Dat zal absoluut effect hebben op de kinderen wereldwijd, en dat is heel verdrietig.
‘Deze bezuiniging raakt bijvoorbeeld de hulp die we geven aan ondervoede kinderen, van Gaza tot Soedan. Als we 5 miljoen minder te besteden hebben, kunnen we meer dan 75 duizend kinderen niet behandelen. Of denk aan vaccinaties. Voor 10 miljoen euro kunnen we 20 miljoen kinderen vaccineren tegen polio. Die ziekte was bijna de wereld uit, maar wat er nu mee gebeurt?
‘Unicef is een wereldwijde VN-organisatie, dus als alleen Nederland zou bezuinigen, zouden we dat in theorie kunnen opvangen. Maar andere landen bezuinigen ook. Vanuit de Amerikaanse organisatie Usaid is alle humanitaire hulp bevroren.’
‘De minister heeft geen visie op ontwikkelingssamenwerking, maar op Nederland. De bedoeling is dat het ontwikkelingsgeld terugvloeit naar Nederlandse bedrijven. Hoe dat kan bijdragen aan de stabiliteit en veiligheid op de wereld, zou ik niet weten.
‘Bovendien hebben bedrijven in de praktijk organisaties als de onze nodig. Stel, een bedrijf wil verbeterde zaden gaan verkopen in een bepaald land. Wíj hebben contacten in lokale gemeenschappen en kunnen mensen meekrijgen.
‘Ik vind het ook kortzichtig om alleen te investeren in landen in een ring rond Europa. Nederland drijft met landen over de hele wereld handel. Ook in andere werelddelen zijn we gebaat bij stabiliteit.’
‘Tot nu toe was het beleid erg versnipperd. Nu Afrikaanse landen de keuze hebben met wie ze willen samenwerken, vind ik het verstandig te gaan doen waar we goed in zijn: water en voedselzekerheid. Dat is bovendien iets waar Afrikaanse regeringen behoefte aan hebben.
‘Als je eenmaal een relatie hebt met een land, kun je inlichtingen ontvangen over veiligheid, mogelijke dreigingen. Daarnaast is Afrika een belangrijke afzetmarkt, met veel jonge mensen en een groeiende bevolking. Een deel van Afrika moet je in de Europese waardeketens trekken.
‘Ik denk dat het cruciaal is om open te zijn over het Nederlandse eigenbelang. Nederland heeft veel genderprojecten gedaan in een land als Mali. We zeiden: dit doen we voor jullie. Maar dat wekte op termijn wantrouwen. Men voelde dat er niet werd geredeneerd vanuit de grootste behoefte van Mali, maar dat het ook de bedoeling was de Europese waarden te exporteren. Ik heb vaak klachten gehoord over de westerse hypocrisie.’
‘Ooit was het vanzelfsprekend dat we er als volwassenen moeten zijn voor de opgroeiende kinderen in de wereld. Maar nu gaat het alleen over het Nederlandse belang. Ik wil eraan herinneren dat er grotere belangen zijn dan dat. Er bestaat zoiets als het solidariteitsbeginsel: ervoor zorgen dat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien, zonder trauma’s. Dat betekent zoveel voor de toekomst.
‘Heel veel mensen begrijpen dat nog steeds, gelukkig. Alleen al in Nederland heeft Unicef 350 duizend structurele donateurs. Maar de overheid moet ook iets doen. Vooral de conflictgebieden die minder voor het voetlicht komen, worden geraakt door deze bezuinigingen. Congo, Myanmar, Soedan: dat zijn landen waarvoor mensen moeilijker doneren. Daarvoor is de overheid nodig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant