Hoewel de film over de eerste jaren van de carrière van Bob Dylan (1961-1965) soms net een documentaire lijkt, is niet alles waargebeurd. Zo is de fictieve Sylvie Russo gebaseerd op meerdere vriendinnen uit Dylans echte leven.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Door het succes van de biopic A Complete Unknown, over de eerste vijf jaar van de carrière van Bob Dylan, is het aantal dagelijkse Dylan-streams op Spotify verviervoudigd van 1 naar 4 miljoen, zo meldde het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone vorige week. Mede dankzij de liedvertolkingen door acteur Timothée Chalamet boort Dylan nu een nieuw, breder en jonger publiek aan, aldus Rolling Stone. Bovendien zitten daar drie keer zoveel vrouwen tussen als vroeger.
Missie geslaagd voor regisseur James Mangold, die met zijn film nadrukkelijk méér wilde dan alleen Dylan-fans plezieren. A Complete Unknown zit boordevol Dylan-liedjes, die voortreffelijk worden vertolkt door Chalamet, die alles zelf zingt en speelt.
De film begint met de aankomst van Dylan in New York. Hij is uit Minnesota gekomen om zich te mengen in de folkbeweging die zich vooral ophoudt in de koffiehuizen en kleine podia rond MacDougal Street. Dit New Yorkse hart van de folkmuziek in Greenwich Village wordt zo overtuigend authentiek neergezet, dat je geregeld het gevoel hebt naar een documentaire te kijken.
We zien hoe Dylan in de Village zijn weg vindt en kennismaakt met onder anderen zangeres Joan Baez (gespeeld door Monica Barbaro), in 1961 een van de grote vedettes in de folkscene.
De makers presenteren niet al te veel muzikanten uit die rijke folkscene, maar houden het klein en overzichtelijk. Belangrijke artiesten als Dave Van Ronk, Phil Ochs en Judy Collins komen niet of nauwelijks aan bod. De film richt zich vooral op Dylan zelf: hoe die op de podia indruk maakt en van 1962 tot 1965 zes invloedrijke albums uitbrengt.
De popwereld verandert in die jaren rigoureus, maar daar is in A Complete Unknown eigenlijk niets van terug te zien. In de film geen spoor bijvoorbeeld van de opkomst van The Beatles, die in 1964 naar de Verenigde Staten komen.
Dylans biotoop is in de film kleiner dan in het echt. Zo tourde hij in 1964 en 1965 twee keer door Groot-Brittannië, waar in de film niets van te zien is. We zien Dylan hier vooral in en rond MacDougal Street, waarvan twee blokken voor de film zijn nagebouwd in New Jersey, waar Mangold A Complete Unknown heeft gedraaid.
En toch is het Dylan-verhaal zoals Mangold het vertelt trouw aan de geschiedenis. Dat was ook de eis van Dylans manager Jeff Rosen. Die was in 2018 al bezig een film van de grond te krijgen rond het boek Dylan Goes Electric! van Elijah Wald uit 2015. Dat boek gaat over de transitie van Dylan van folkzanger naar rockster, tussen 1961 en 1965.
HBO zou de film gaan produceren, maar trok zich terug. Inmiddels lag er wel een script. Wie zich daaraan wilde houden, kon van Rosen alle muziekrechten krijgen en mocht de film maken. James Mangold, die eerder al een biopic over Johnny Cash had gemaakt (Walk the Line, 2005) kon in 2019 aan de slag, en zijn hoofdrolspeler Timothée Chalamet ijverde er sindsdien voor om zich alle Dylan-liedjes op gitaar eigen te maken.
Nu moest alleen Bob Dylan zelf nog akkoord gaan met het definitieve script. Die had, zo vertelde Mangold bij een presentatie in New York, weinig aanmerkingen. Alleen wilde hij zijn eerste vriendin in New York, Suze Rotolo, niet in de film hebben. Actrice Elle Fanning speelt in plaats daarvan de fictieve Sylvie Russo, een personage gebaseerd op meerdere vriendinnen van Dylan.
Dylan wilde de in 2011 overleden Rotolo in bescherming nemen. Zij maakte immers geen deel uit van de muziekscene in New York, maar was onderdeel van zijn privéleven en dat moest vooral zo blijven. Daarin is Dylan consequent: hoeveel interviews hij ook heeft gegeven, over de vrouwen in zijn leven die anders dan Joan Baez geen artiest waren, heeft hij nooit iets prijsgegeven.
En zo zit A Complete Unknown vol met gebeurtenissen die misschien niet precies zo hebben plaatsgevonden, maar desondanks waarachtig en geloofwaardig zijn. Ook de vertolking door Timothée Chalamet van Dylans liedjes klinkt meteen zo vertrouwd dat je langzaam vergeet dat je naar een acteur luistert.
Mangold destilleerde de relevante liedjes voor zijn film uit het boek van Elijah Wood, en was daarin bepaald niet zuinig. We lichten er vijf toe die bepalend waren voor de muzikale ontwikkeling en het oeuvre van Bob Dylan.
Het eerste nummer dat Timothée Chalamet in A Complete Unknown zingt, is ook een van de eerste nummers die Dylan schreef. Alleen zong Dylan het niet zoals in de film bij zijn eerste bezoek aan folkzanger Woody Guthrie in het Greystone-ziekenhuis in New Jersey.
Dylan schreef de ode aan zijn held, onder meer bekend van This Land Is Your Land, een paar weken later. Een ontmoeting zoals in de film met Guthrie en Pete Seeger, op dat moment de grootste naam in de New Yorkse folkscene, heeft nooit plaatsgevonden. Ook zong Dylan aan het ziekenhuisbed geen eigen nummers, alleen liedjes van Guthrie zelf, die daar ook om vroeg.
Maar het is een mooi beeld, drie generaties folkzangers, van wie Guthrie de oudste en Dylan de jongste is. Guthrie heeft zijn hoogtijdagen gehad, Seeger zit aan de top van zijn populariteit en Dylan is de troonopvolger.
Song to Woody was een van de twee eigen nummers op zijn in 1962 uitgebrachte debuutalbum Bob Dylan. Het liedje werd tot voor kort zo’n vierduizend keer per dag gestreamd. Sinds de film in de Verenigde Staten uitkwam zijn dat er dagelijks 55 duizend.
In de film wordt Dylan gegrepen door Joan Baez die House of the Rising Sun zingt, een ‘traditional’ waarvoor ze een nieuw arrangement maakte. Dylan zelf zou het liedje ook op zijn eerste album zetten, maar dan in het arrangement van Dave Van Ronk. Dat was een van de belangrijkste zangers in de Greenwich-scene en een van Dylans mentoren, bij wie hij ook vaak logeerde. Maar in de film komt hij nauwelijks voor.
Van Ronk maakte van House of the Rising Sun een bijna rock-’n-rollachtig nummer, maar nam het zelf nog niet op. In zowel de memoires van Van Ronk (The Mayor of MacDougal Street) als die van de met beiden bevriende Suze Rotolo (Freewheelin’ Time) staat beschreven hoe Dylan schoorvoetend bekent dat hij het nummer toch een beetje van Van Ronk heeft gepikt. Die heeft dat Dylan eigenlijk nooit vergeven.
Dylan had overigens snel genoeg van het liedje. Nadat The Animals er met hun versie in 1964 beroemd mee waren geworden, speelde hij het niet meer, moe als hij werd van alle verzoekjes om dat ‘liedje van The Animals’.
Zowel een van Dylans beroemdste als meest verguisde liedjes. Beroemd werd het in de versie van Peter, Paul and Mary in de zomer van 1963. Berucht omdat zo ongeveer iedere straatmuzikant het op z’n repertoire heeft staan.
Dylan schreef het naar eigen zeggen in een minuut of tien en riep bij de eerste livevertolking al dat het ‘geen protestliedje’ was. Het was in elk geval wel het eerste grote bewijs dat hij meer was dan alleen de performer van folkstandards die platenmaatschappij CBS aanvankelijk in hem zag.
Met Blowin’ in the Wind overtuigde hij CBS dat zijn eigen repertoire er ook mocht wezen. Het werd het openingsnummer van zijn in mei 1963 verschenen tweede album The Freewheelin’ Bob Dylan, met vooral eigen composities. Zijn naam als songschrijver was gemaakt. In A Complete Unknown zit een scène waarin Dylan en Joan Baez het liedje voor het eerst samen zingen, na voor het eerst samen geslapen te hebben. Prachtig, maar niet echt gebeurd.
Wat wel waar is, is dat Dylan net als in de film snel genoeg heeft van Blowin’ in the Wind. Hij zou het jarenlang uit zijn repertoire houden. Pas toen hij in de jaren tachtig merkte hoe graag zijn publiek het wilde meezingen, nam hij het bijna standaard op in zijn setlist. Hij speelde het tijdens zijn concerten in totaal meer dan vijftienhonderd keer.
Suze Rotolo mag dan niet bij naam genoemd worden in A Complete Unknown, haar rol in Dylans leven begin jaren zestig moeten we niet onderschatten. ‘Ze was het meest erotische wezen dat ik ooit had gezien’, schrijft hij in zijn autobiografie Kronieken. De liefdesrelatie was ook volgens Rotolo intens. Toch gaat ze in juni 1962 zonder hem voor een maand of zeven op reis naar Italië.
Dylan kan het maar moeilijk verkroppen dat ze zo lang van huis is en schrijft enkele liefdesliedjes, waarin hij vergeefs probeert Rotolo te vergeten. De mooiste is Don’t Think Twice, It’s All Right dat hij in de film samen met Baez zingt. ‘I gave her my heart, but she wanted my soul’ is nog altijd een van zijn sterkste regels.
Tijdens Rotolo’s afwezigheid papt Dylan aan met Baez, die in de film als tweede belangrijke vrouw in het leven van de songschrijver wordt neergezet. In werkelijkheid zijn het er drie. De film gaat geheel voorbij aan Sara Lownds, die Dylan in 1963 leerde kennen en twaalf jaar zijn echtgenote zou zijn, en met wie hij vier kinderen heeft.
In 1964, midden in het tijdsbestek van de film, woonde hij een tijdje met haar en haar 3-jarige dochter Marie samen in het New Yorkse Chelsea Hotel. Dat hotel komt wel voor in de film; alleen logeert dan niet Lownds er, maar Joan Baez.
Vanaf zijn vijfde album, Bringing It All Back Home (1965), zou Dylan ook elektrisch versterkte liedjes opnemen. Het succes van The Byrds met hun elektrische versie van zijn eigen Mr. Tambourine Man had hem bevestigd in het idee dat zijn teksten wel wat steviger konden worden verklankt. Meer rock-’n-roll, minder folk.
Zijn nieuwe elektrische sound zou nergens zo verpletterend klinken als in het ruim zes minuten durende Like a Rolling Stone, dat eigenlijk van toevalligheden aan elkaar hing. Neem de orgelpartij van sessiegitarist Al Kooper. Die was daar helemaal niet voor ingehuurd, en kon ook eigenlijk niet orgel spelen. Maar hij zag in de studio een orgel staan en greep zijn kans, zoals in de film goed in beeld wordt gebracht.
Het suizende orgel is naast de gitaarpartijen van Mike Bloomfield een van die dingen die Like a Rolling Stone tot een onverwoestbare rockklassieker maken.
Maar het publiek moest er een maandje later, in juli 1965 op het Newport Folk festival, nog erg aan wennen. Hier was Dylans oude publiek van folkliefhebbers verzameld, en dat moest niets hebben van de harde elektrische gitaren.
Dylans Newport-optreden leverde hem veel boegeroep op, maar in werkelijkheid riep er nog niemand ‘Judas’, zoals in de film. Dat gebeurde pas een jaar later in het Engelse Manchester. Dylan is daar met The Band op tournee ter promotie van Blonde on Blonde, zijn derde album in vijftien maanden. Ook daar is het publiek op z’n minst verdeeld.
Maar dat is voor een andere film. Regisseur Mangold eindigt A Complete Unknown vlak na Newport, als Dylan een laatste bezoek aan Guthrie heeft gebracht en op een motorfiets het beeld uitrijdt. In de film zien we hem vaker op z’n Triumph. Eén keer waarschuwt Pete Seeger hem nog: ‘Kijk je uit met dat ding?’ – een ludieke verwijzing naar Dylans ‘motorongeluk’ in juli 1966.
Dat ongeluk bij zijn huis in Woodstock is een van de grote mysteries en mythes in de Dylan-geschiedenis. De ernst ervan is nooit duidelijk geworden; wel staat vast dat Dylan de gelegenheid aangreep om meer dan een jaar niets van zich te laten horen. Zelf zegt hij erover in Kronieken: ‘De waarheid is dat ik uit de mallemolen wilde stappen. Dat ik kinderen kreeg veranderde mijn hele leven; ik zonderde me af van zo ongeveer alles en iedereen.’
De geschiedschrijving spreekt inmiddels van een Bob Dylan voor en na het motorongeluk. Dylan is vanaf het album John Wesley Harding (1967) echt anders gaan klinken. Minder getergd dan op Like a Rolling Stone, het hoogtepunt van de jaren 1961-1965 en het slotakkoord van A Complete Unknown. Hopelijk krijgt de film een vervolg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant