Landbouwminister Femke Wiersma wil Nederland van het stikstofslot halen door de ‘rekenkundige ondergrens’ te verhogen. Dat zou veel boeren en bouwers lucht kunnen geven, maar vergroot juist het stikstofprobleem voor de overheid.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
‘Hoop gloort voor duizenden boeren en bouwprojecten: rigide stikstofnorm wordt opgehoogd’, kopte een landelijk dagblad vorige week ietwat voorbarig. De Telegraaf bracht het heuglijke nieuws dat minister van Landbouw Femke Wiersma een uitweg heeft gevonden uit de slepende stikstofcrisis. Ze verdedigt haar plan donderdag in de Tweede Kamer.
Haar oplossing: alle bouw- en bedrijfsactiviteiten die minder stikstof op beschermde natuur deponeren dan 1 mol per hectare per jaar, hoeven straks geen natuurvergunning meer aan te vragen. Nu ligt die ‘rekenkundige ondergrens’ op 0,005 mol. De BBB-minister wil de vergunningsvrije drempel dus verhogen. De meeste woningbouwprojecten en veehouderijen hoeven hun (relatief geringe) stikstofemissies dan niet meer te compenseren.
Alles over politiek vindt u hier.
Dit zou een groot deel van de ruim 2.500 PAS-melders (boeren en bedrijven die door foutief handelen van de overheid gedupeerd zijn) uit de brand helpen. Zij opereren nu illegaal, want: zonder natuurvergunning. De verhoging van de rekenkundige ondergrens naar 1 mol zou een vergunning overbodig maken en de meeste PAS-melders in één klap legaliseren. Dat laatste is een topprioriteit van dit kabinet.
Het voorstel van Wiersma lijkt op het eerste gezicht te mooi om waar te zijn. Als het zo makkelijk is, waarom kwamen vorige kabinetten er dan niet mee? Het derde kabinet-Rutte voerde in 2021 een vergunningsvrijstelling in voor bouwwerkzaamheden, omdat die slechts tijdelijk stikstof produceren. De Raad van State torpedeerde die bouwvrijstelling na zestien maanden al, omdat die strijdig was met de Europese natuurbeschermingswet. Ook kleine tijdelijke emissies kunnen natuurschade aanrichten, vond de bestuursrechter.
Op grond van die uitspraak zou het vergunningvrij maken van kleine permanente emissies nóg kanslozer moeten zijn. Maar Wiersma meent dat ze genoeg wetenschappelijke en juridische argumenten heeft voor een hogere rekenkundige ondergrens. Ze vertrouwt erop dat die wél zal standhouden in de rechtbank en wil de maatregel zo snel mogelijk invoeren.
De commissie-Hordijk trok in 2020 het eerste spoor van het geitenpaadje dat Wiersma wil bewandelen. Die wetenschappelijke expertgroep oordeelde dat het rekenmodel Aerius, waarmee het RIVM berekent hoeveel stikstof er vanuit een bepaalde emissiebron neerslaat op Natura 2000-gebied, ‘in deze vorm niet geschikt is voor vergunningverlening’.
Het model berekent heel precies hoeveel stikstof een veehouderij of biomassacentrale op een stuk natuur deponeert. Maar het model biedt schijnzekerheid, omdat de werkelijke stikstofneerslag een stuk hoger of lager kan zijn dan Aerius berekent. De jaardepositie hangt af van heel veel factoren, waaronder het weer. Hoe verder het natuurgebied van de stikstofbron af ligt, hoe onnauwkeuriger de Aerius-berekening. Ook bij lage emissies is het model minder precies. Desondanks is de Aerius-berekening allesbepalend voor de vraag of een stikstofuitstotende activiteit mag worden vergund of niet.
Het ministerie van Infrastructuur gebruikte Hordijks advies twee jaar geleden in een milieurechtszaak over de oostelijke verlenging van de A15. De advocaten van de staat betoogden dat de stikstofuitstoot van het autoverkeer grotendeels buiten beschouwing moest blijven bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. Stikstof die buiten een straal van 25 kilometer neerdaalt, is namelijk niet meer met zekerheid te herleiden tot de snelweg als emissiebron. Die stikstof kan wetenschappelijk gezien ook van andere bronnen afkomstig zijn. De Raad van State nam deze redenering in 2023 over.
Sindsdien houden gemeenten en provincies bij het verlenen van vergunningen geen rekening meer met stikstofneerslag buiten de ‘afkapgrens’ van 25 kilometer. Maar stikstof verspreidt zich over een afstand van honderden kilometers. De stikstof die binnen 25 kilometer neerkomt, is dus maar een klein deel van de totale stikstofneerslag die één veehouderij of woonwijk veroorzaakt. Het grootste deel slaat verder weg neer, ook in beschermde natuur.
Het vonnis over de afkapgrens heeft de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van natuurschade verschoven van de vergunningaanvrager naar de Rijksoverheid. Het kabinet is immers nog steeds gebonden aan EU-natuurwetten. Die bepalen dat Nederland zijn Natura 2000-gebieden niet mag laten verslechteren. Dit kan niet zonder – minimaal – een halvering van de landelijke stikstofuitstoot.
Het verhogen van de rekenkundige ondergrens zou juridisch houdbaar kunnen zijn, omdat die op min of meer dezelfde redenering stoelt als de door de Raad van State gesanctioneerde afkapgrens. En die stoelt weer op de door de commissie-Hordijk vastgestelde onnauwkeurigheid van het Aerius-model bij het berekenen van de depositie uit één emissiebron.
In Wiersma’s voordeel spreekt ook dat Duitsland en België een veel hogere ondergrens hanteren bij vergunningverlening dan Nederland. In Duitsland is die grens maar liefst 21 mol per hectare per jaar. Het verschil is voornamelijk terug te voeren op de Nederlandse bestuursrechters, die het EU-recht tot nu toe strikter interpreteren dan de Duitse. En dat is deels te verklaren doordat de Nederlandse natuur er gemiddeld veel slechter aan toe is dan de Duitse.
Als Wiersma haar plan doorzet, kunnen meer boeren en bedrijven uitbreiden, met extra stikstofuitstoot tot gevolg. Al die nieuwe kleine emissies samen verhogen de landelijke stikstofuitstoot, die juist omlaag moet om aan de EU-regelgeving te voldoen. Maar dat is dan niet meer het probleem van provincies, gemeenten, bouwbedrijven en veeboeren, maar van het kabinet.
Juristen en stikstofexperts waarschuwen Wiersma hiervoor. Iedereen, inclusief Wiersma en landbouworganisatie LTO, onderkent namelijk dat de landelijke stikstofuitstoot flink omlaag moet om aan de EU-wetten te voldoen. De Haagse rechtbank heeft dat vorige maand nog bevestigd in de Greenpeace-rechtszaak. Een hogere rekenkundige ondergrens verandert daar niets aan.
Net als LTO, dat woensdag een eigen stikstofplan presenteerde, maakt Wiersma dezelfde beleidskeuze die de Raad van State in 2019 zo genadeloos afstrafte. Ze wil nu alvast meer stikstofuitstoot toelaten door de vergunningverlening te versoepelen, en pas later beslissen met welke landelijke maatregelen ze die uitstoot vervolgens weer drastisch verlaagt. Wiersma denkt ermee weg te kunnen komen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant